Noordmans op de akker van de Geest...
1983-09-09
Verzamelde Werken - Jaargang 27
- nummer 33
dr O. Noordmans
uitgave Kok Kampen - deel III
Het is al weer enige jaren dat ik in Opbouw de aandacht heb gevestigd op het theologisch werk van wijlen O. Noordmans. Onder de theologen in ons land heeft de autodidact Noordmans een heel eigen plaats ingenomen.
Hoewel deze schrijver in de kerkelijke strijd duidelijk positie koos is hij niet in een bepaald hokje te plaatsen. Toen bekend werd dat bij Kok in Kampen de verzamelde werken van deze begaafde man zouden worden uitgegeven, heb ik mij afgevraagd welke Noordmans hieruit te voorschijn zou komen. In ons blad maakte ik een paar opmerkingen in deze richting, Inmiddels is een aantal delen verschenen, waarvan het derde aan ons blad ter aankondiging en bespreking is toegestuurd. Blijkens hun verantwoording in deel I hebben de leden van de redactie oog voor de risico's die er zijn, wanneer niet de auteur zelf, maar anderen zijn werken uitgeven. Men laat Noordmans steeds zelf aan het woord. Het is een voorname uitgave geworden die wetenschappelijk verantwoord is. Het wetenschappelijke" demonstreert zich aardig, wanneer b.v, in deel I op pag. 52 een regel uit Horatius wordt geciteerd en in een noot aan de lezers wordt verteld dat genoemde spreuk niet van Horattius is maar van Propertius. Dat weten we dan ook weer. Overigens alle lof voor de bewerking!
In deel III dat ter bespreking voorligt treffen we als eerste "hoofdstuk" een herdruk aan van het boek dat Noordmans aan Augustinus heeft gewijd en nog wat opstellen over genoemde kerkvader. Terecht wordt in de verantwoording het schrijven van Noordmans getypeerd als een ontmoeting met Augustus e.a. Op een heel eigen wijze is Noordmans bezig. Zijn grote belezenheid heeft hij met anderen gemeen.
Het bijzondere is dat Noordmans tracht het leven en werken van Augusttinus in te passen in de voortgang van het koninkrijk van de Geest van Christus, Het moge de schijn hebben dat het werk van Augustinus, de bisschop van Hippo in N. Afrika weinig sporen heeft nagelaten en dat het weinige door de Islam is uitgewist, maar Noordmans maakt duidelijk hoe in werkelijkheid Augustinus een wel haast beslissende invloed heeft gehad voor de vergadering en opbouw van de kerk van Christus. Uit de werken van de kerkvader wordt zijn boek: "Over de stad Gods" naar voren gehaald. Te dikwijls blijft dit werk in de schaduw van het andere grote boek dat directer tot het hart spreekt: De belijdenissen. Zeker, ook dit boek krijgt aandacht, vooral in wat Noordmans schrijft over de verhouding tussen Augustinus en zijn moeder Monniea, die a.h.W. "model" is geworden voor de christen-moeder, Gezien het feit dat Noordmans de "zending" van Augustinus a.e. tracht te tekenen in zijn boek en daarbij in de ontmoeting zijn woordje meespreekt, is het begrijpelijk dat er historici zijn die met zijn werk moeite hebben.
Zo is in het boek een artikel opgenomen van dl' P. J. Koets die schrijft dat in Noordmans' boek over Augustinus een theoloog-Wosoof aan het woord is, geen historicus en geen kenner van de antieke cultuur. Nu valt niet te ontkennen dat bij de wijze waarop N. te werk gaat soms wat te veel naar het subjectief inzicht van de schrijver wordt geordend en wel eens grenzen worden overschreden. Noordmans moet men niet alleen lezen, maar ook proeven en wie de smaak eenmaal te pakken heeft neemt de feilen van deze meester op de koop toe dankbaar voor de geestelijke perspectieven die hij opent.
In dit derde deel komt ook de negentiende eeuw aan de orde. We lezen opstellen over Schleiermacher, Newman, Kohlbrugge, Gunning e.a. en vervolgens zijn Barth en Brunner aan de beurt. Met al deze theologen is de schrijver in gesprek en op weg.
De lezer zal de eigen aanpak van N oordmans in zijn ontmoetingen steeds voor ogen moeten houden. Er zijn theologen zoals Newman en K. Schilder, die de schrijver niet "liggen"; dat is jammer en wie nu alleen op Noordmans afgaat kon wel eens een eenzijdig, verkeerd beeld van deze mannen krijgen. Het is daarom te hopen dat het werk van N. stimuleert tot het kennis nemen van de eigen werken van de besproken theologen. Er zijn nu al drie kloeke delen van het werk verschenen; het is de bedoeling dat er nog zes komen. Het is een enorme kluif dit alles door te nemen. Het is ook niet nodig; u kunt ook met minder af.
Ik zou de lezers van ons blad die belangstelling hebben voor 'het werk van deze man, die zo veel te zeggen heeft, willen aanraden om voor een eerste kennismaking zijn meditaties te gaan lezen, die in deel VIII (al verschenen) zijn verzameld en vervolgens zijn toelichting op de catechismus (Het koninkrijk der hemelen) en vervolgens Herschepping. Wie dan de smaak te pakken heeft kan zijn hart verder ophalen. Tenslotte: bij het lezen van fijnzinnig, origineel werk vraag je je wel eens af bij wie de schrijver in de leer is geweest. Nu is er bij Noordmans beïnvloeding aan te wijzen b.v. van Gunning en ook wel van Kohlbrugge. Toch houdt Noordmans steeds zijn eigen oordeel en daarom heb ik bij het lezen van zijn boeken wel eens gedacht aan een versje dat we als kinderen zongen over een vogel die erg mooi kan zingen en dat eindigt met de vraag "wie toch uw meester is geweest" en later het antwoord "dat God uw meester is geweest!"
Daarom wil ik het opschrift boven deze bespreking: Noordmans op de akker van de Geest, aanvullen met de woorden uit Jesaja 28: "en zijn God onderricht hem...".