Spreuken
1983-09-16
"Spreuken" uit de reeks 'De voorzeide leer', door ds F. v. Deursen.- Jaargang 27
- nummer 34
In deze reeks, aanvankelijk opgezet door ds C. Vonk, werk!t ook ds v. Deursen mee. Hij nam voor zijn rekening o.a. het boek de Spreuken. Het. is geen commentaar, maar geeft wel een fijn inzicht en doorzicht in dit bijbelboek.
En laat ik maar meteen zeggen, dat ik dit boek met genoegen gelezen heb. Ds van Deursen wijst erop, dat het Spreukenboek een vraagbaak is voor levensvragen.
De Spreuken gaan over huwelijk, handel, begeerte en hand, over onze ogen en oren, werken en rusten. Ze zijn echter geen humanistisch getinte handleiding, nee, want het boek behoort tot de boeken van het oude en nieuwe verbond, waarin de wijsheid voor heel het leven vierkant staat tegenover de raad der goddelozen, die ons dagelijks opgedrongen wordt, De wijsheid in het veebond wordt ons voorgeschoteld in aantrek1kelijke vorm, nl. in die van de spreuk of liever de masjaal. De masjaal is een kernachtig gezegde, dat een stuk levenswijsheid bevat, meestal een spreuk van twee regels, die opvallend door een zeker parallelisme.
De spreuken kunnen door hun puntigheid (soms expresse eenzijdigheid) prikkelen, b.v. hst. 12:12: de rechtvaardige zal geen onheil treffen. Dat is waar, maar ook is waar, wat David zegt in Psalm 34 : 10: Talrijk zijn de tegenspoeden van de rechtvaardige, Vergelijk ook het boek Job.
De Spreuken laten de eoho horen van de verbondszegen en de verbondsvloek van de torah (Lev. 26 en Deut. 28). Ds v. Deursen wijst er op, boe actueel de Spreuken zijn. Hoe roepen ze op tot vertrouwen op de HERE, Spr. 3 : 5 V.V., wat de moderne mens jurist met doet of het nu gaat over kinderen opvoeden, geld verdienen, een volk regeren enz., overal ontmoeten we de autonome mens in zijn ik doe wat ik wil houding, Goed is het te lezen wat de auteur schrijft over het hoge levenstempo van de westerse moderne samenleving met zijn vele bronnen van lawaai, zijn slapeloosheid (ook die wegens kerkverdriet). Over de tucht zegt hij goede dingen (tegenover de mode van zgn. antiautoritaire opvoeding) en met zo, dat tucht allereerst dan moet beginnen met slaan. Tucht is allereerst onderwijs, maar wil iemand niet horen, dan moet hij voelen, daar krijgt de knaap heus geen trauma van.
Actueel is ook water staat over de vermaningen tegen de 'vreemdevrouw', Het waarschuwen tegen overspel, echtbreuk, en daarentegen het gemeten van het. leven met je eigen VI'OUW. Prachtig is de taal in Spr. 5 : 15-20, niet grof en evenmin preuts, verwant aan het Hooglied.
Ds v. Deursen wijdt uit over het gevaar van onze moderne samenleving met zijn dwaasheid (die is goddeloosheid), van losheid van zeden, promiscuïteit in geslachtsverkeer, en alle gevaren en ellendige gevolgen van riekten en door eigen schuld. De geboden en ook de spreuken, die tot wijsheid manen, zijn heilzaam. Wie naar ze hoort en de raadgevingen aanneemt, krijgt gezondheid, een lang leven en vrede. Wie tegen ze ingaat in dwaasheid, doet Zichzelf schade en maakt zichzelf ziek. Nijd is verrotting der beenderen. Iemand kan er kanker en andere ziekten va:n hart- en bloedvaten door krijgen. Denk echter aan het feit, dat je met masjaals te doen hebt en dat die expres puntig iets naar voren brengen, soms eenzijdig, Je mag het dus niet omdraaien, dat ieder, die het b.v. aan zijn hart krijgt, een opvliegend persoon is. We gaan niet op alle bijzonderheden in. Ik zou nog een paar dingen willen opmerken. Ds v. Deursen wijst op het fijne van het huwelijk, van de 'twee, die tot één vlees zullen zijn'. Maar hij gaat niet in op de kwestie, dat koning Salomo, die vele, vele vrouwen had, toch die schone passages kon schrijven over 'water drinken uit uw eigen bornput', Spr. 5: 15.
Had hij niet vele bornputten? Dat vind ik altijd zo vreemd.
Spreuken 9 gaat over de nodiging van de wijsheid en de dwaasheid. Ds van Deursen riet in de nodiging tot de tweeërlei maaltijd een personificatie van vrouwe Wijsheid en vrouwe Dwaasheid en wil niet weten van een speculatie over de wijsheid, door die op te vatten als de Zoon van God voor zijn vleeswording (in verband b.v, met hst. 8: 22 v.v.). Ik ben dat met hem eens. Maar mag ik toch met Gispen, K.V. Spr. 8, pag. 134, zeggen 'Achter de wijsheid, die als predikster nodigt, staat de hoogste Profeet en Leraar, die tevens Gods eigen Zoon is"? Heel mooi is wat ds van Deursen schrijft over Spr. 3 : 27 v.v. 'Onthoud het goed met aan wie het toekomt…', zo staat er: letterlijker: 'Onthoudt nooit iets goeds aan, wie er de heer (baäl) van is…” De hulpbehoevende wordt de heer en meester van het goede genoemd, die er rechtmatig aanspraak op kan laten gelden. De HERE spreekt in zijn verbond dan. ook van het recht der armen, Dat bevat basisonderwijs over de hulpvaardigheid en mededeelzaamheid, waartoe de gever verplicht is en waarop de ontvanger recht heeft. Geven aan de hulpbehoevende is geen zaak van neerbuigende goedheid, maar van gerechtigheid, ook voor ons nieuwtestamentische gelovigen. (pag. 157 v.v.). Leuk is wat opgemerkt wordt over het bewaren van de onderwijzing van de HERE als 'uw oogappel'. Letterlijk staat er voor oogappel 'het mannetje van uw oog'.
Ds van Deursen raadt aan de Spreuken te lezen en te herlezen en te onderstrepen, wat je bijzonder treft, want ze bevatten zo'n schat aan wijsheid. Ik vind dat een uitstekende raad. Op de jeugdverenigingen bij ons is het afgelopen seizoen het bijbelboek Spreuken behandeld met als hulpmiddel het werk van Van Deursen. Ter navolging. Want in deze boeken van 'De voorzeide leer' wordt ons uitstekend materiaal aangereikt, dat we bij preekwerk. catechese, persoonlijk en gemeenschappelijk bijbelonderzoek kunnen verwerken. Koop, persoonlijk en als verenigingen, regelmatig een deel van 'De voorzeide leer'. Ook dit deel van ds van Deursen is zeer de moeite waard.
En de uitgevers Liebeek en Hooymeijer B.V., Barendrecht, hebben ons erg verplicht, door voor een prettige prijs deze voornaam uitgevoerde delen ter bescbilclcing te stellen. Hartelijk aanbevolen.