Marx
1983-09-23
Toen de redactie van "Opbouw" me vroeg) om iets over Marx te schrijven) zei ik) dat er in de kring van de abonnees van dit blad wel mensen zijn) die daartoe bekwaam zijn: er zijn in die kring hoogleraren) die bijzondere studie van Karl Marx gemaakt hebben. Hierop was het antwoord) dat het alleen maar ging om een klein schetsje) dat de weg zou wijzen naar meer kennis omtrent Marx. Waarom iets over Marx? De aanleiding tot de vraag van de redactie was een herdenking dit jaar: het is honderd jaar geleden dat Marx gestorven is. De kranten) de tijdschriften) radio en televisie hebben er aandacht aan besteed. Vaak schrijft en zegt men dan) dat in 1983 de honderdste sterfdag van Marx valt) zoals ook gezegd wordt) dat we de vijfhonderdste geboortedag van Luther vieren zullen.- Jaargang 27
- nummer 35
Het is niet geheel juist om het zó te zeggen: Ieder mens heeft maar één geboortedag en gelukkig ook slechts één sterfdag. Karl Marx is gestorven op 14 maart 1883 en ligt in Londen begraven) op Highgate) samen met een kleinzoon) en samen met Marx) vrouw Jenny von Westphalen en met hun huishoudelijke hulp) Helène Delmuth, bij wie Marx ook een kind verwekt heeft) dat als achternaam ))Engels" kreeg) naar Marx) grote vriend Friedrich Engels. Het kind kwam op naam van Engels te staan) omdat Marx statenloos was - dit zou bij de aangifte problemen hebben opgeleverd en moeilijkheden voor het kind.
Leven
Marx is geboren op5 mei 1818 in Trier. Z'n vader was advocaat; stammend uit een aanzienlijk Joodse familie. Z'n moeder was van origine Nederlandse; ze heeft nooit goed duits leren spreken. Zij was verwant aan de familie Philips in Zaltbommel, waar Marx wel gelogeerd heeft. Uit die familie kwam ook de stichter van de gloeilampenfabriek in Eindhoven. Het gezin Marx in Trier telde zeven kinderen. De ouders gingen over naar de protestantse kerk, met omdat ze daarmee eensgeestes waren, maar omdat de Pruisische koning het de J oden moeilijk maakte en het voor Marx' vader, in zijn positie, beter was om lid van de kerk te zijn.
Marx is gedoopt toen hij zes jaar oud was. Karl ging naar het gymnasium in Trier, dat een klein bolwerk was van "liberale ideeën" en dus door de Pruisische regering gewantrouwd werd. De politie controleerde de school regelmatig. Daarna gaat Marx in Bonn studeren; rechten en wijsbegeerte. Hij trouwt met Jenny, dochter van een baron; het mooiste meisje van Trier, schrijft Marx' eerste biograaf.
Haar moeder was van Schotse adel. Marx verlaat al spoedig Bonn om verder te studeren in Berlijn, omdat daar, zoals Marx schreef, aan de school harder gewerkt werd.
Hij werd er een overtuigd atheïst. "Het zélfbewustzijn, dát leeft, schept en werkt. Dát is alles. Gij zélf zijt het, wat gij in de religie aanbidt. Gij zijt de God, die gij buiten uzelf meent te zien", Marx promoveert in Jena, maar hij riet in, dat een loopbaan aan een Pruisische universiteit voor hem niet is weggelegd: aan zijn vriend Bruno Bauer wordt de toestemming om college te geven, ontnomen en Marx' leringen kunnen door de regering niet worden geduld.
Hij wordt journalist van de "R!heinische Zeitung" en komt dan in aanraking met de armoede van de boeren aan de Moezel en de houthakkers. Hij levert kritiek op de perscensuur en op de buitenspotig strenge straffen opkleine houtdiefstallen. De krant wordt verboden. Marx gaat naar Parijs; later naar Brussel. De Pruisische regering blijft zijn uitlevering vragen: daarom wordt hij statenloos.
In 1849 verhuist hij naar Londen, waar hij tot aan zijn dood is blijven wonen. In 1867 verscheen het eerste deel van "Das Kapital", De volgende delen zijn na Marx' dood verschenen. Eerder, in 1864, was de Internationale Arbeiders-Associatie opgericht in Londen, Marx hield de openingsrede. Dit is dan de "Eerste Internationale", die in 1871 een meer definitieve vorm zou krijgen. "Proletariërs van alle landen, verenigt U". De arbeidersklasse moet zichzelf bevrijden en daartoe grijpen naar de politieke macht. Tussen haakjes: Proletariërs: het woord komt uit het latijn; het is iemand die alleen maar "kroost" heeft en slechts daarmee de staat kan dienen.
Maar Marx werd vooral bekend door zijn houding ten opzichte van de .”Parijse Commune". Frankrijk was in oorlog met Duitsland, 1870-'71, en arbeiders in Parijs bewapenden zich. De Franse regering sloeg de beweging neer; het is een drama geworden dat 30.000 doden eiste. Ook de arbeidersbeweging maakte zich aan misdrijven schuldig.
De gijzelaars, die de mensen van de Commune, de "Gemeenschap", (vandaar het woord Communisten) maakten, de aartsbisschop van Parijs, vele priesters en anderen vermoordden zij. Marx verdedigde in een boek al de daden van de arbeiders; hij achtte de dictatuur van het proletariaat in veel gevallen noodzakelijk. Iedereen weet, dat er verschillen zijn tussen communisme en sociaaldemocratie. W. Drees Sr. heeft in een boek over Marx gesteld, dat deze de dictatuur als overgangsfase soms noodzakelijk vindt. Maar dictators zijn meestal niet meer van hun stoel af te branden. En om even stil te staan bij de actuele situatie in Polen: Marx vond dat de vakbeweging een instrument moet zijn van de partij en dat zij geen zelfstandige rol mag spelen. Als het waar is, dat de paus Lech Walesa wel van het toneel wilde doen verdwijnen, als aanbod bij z'n onderhandelingen met Jaruzelski, om dan in de plaats van Solidariteit een Roomse vakbond te doen vormen, dan zijn Moskou en Vaticaan inderdaad twee totalitaire machten, die in één land strijden omde hegemonie, en dit ten koste van de democratie,
Leer
Dit artikel zou te lang worden, als we uitvoerig gingen spreken over het Marxisme, de leer van Marx, Engels, Lenin, en over de oorsprongen van die leer: Hegel, Feuerbach. En omdat Opbouwlezers niet graag vervolgartikelen zien in het blad, moet het blijven bij dit éne stukje.
Uitgebreid wordt het Marxisme behandeld in een boek, dat bij Buijten en Schipperheijn te Amsterdam verscheen in 1967, een verzamelwerk onder de titel "Marxisme en Revolutie". Eerder was in de serie "Denkers van deze tijd", deel III, uitgegeven door Wever in Franeker een artikel over Marx uitgekomen van dr K. J. Kraan. Ik zou nu, zoveel jaren later, een boek van prof. dr J. Verkuyl willen aanbevelen. Het is uitgegeven door Kok in Kampen en vorig jaar verschenen. Het is werkelijk "bij" tot 1982. Hoeveel het kost, weet ik niet, Op m'n verjaardag heb ik het van één van mijn dochters gekregen. Daarom informeer ik niet naar de prijs, want een "gegeven paard moet je niet in de bek kijken". Het zal niet méér kosten dan éénmaal "voltanken"
bij de pomp en dit boek blijft z'n waarde houden, We zijn, althans velen zijn gauw klaar met Marx.
Hij is fout en dus. Deugt niets van. Klaar. Maar wie godsdienst en/of maatschappijleer geven moet, heeft aan een schooiboekje niet genoeg en iedereen, die weten \'WI, wat er vandaag de dag in de wereld in beweging is, zal Marx tegenkomen.
Hij is dé man van de twintigste eeuw, meer nog dan van de vorige eeuw. Rusland, het China van Mao, Cuba, Afrika, AZJië, overal gaat het om Marx. Over het boek van Verkuyl dan.
Het heet: "De kernbegrippen van het Marxisme-Leninisme", en het heeft als ondertitel: "Met een proeve tot Evangelisch commentaar" Het is een secuur boek. Behalve dan dat op bladz. 34 als sterfdatum van Marx 4 maart wordt genoemd i.p.v. 14. De auteur heeft de drukproeven ook zorgvuldig gecorrigeerd; alleen, toen hij bladz. 135 vóór zich had, is hij afgeleid. Op die bladzijde vond ik drie zetfouten; de zetter heeft zelfs duitse lettertekens gebruikt, Verder staan er wat "germanismen" in: ,,80er jaren", "Johannes Evangelie". Deze opmerkingen zijn, dat geef ik toe, muggenzifterij vergeleken bij wat het boek biedt.
Het is geen scheldpartij. Serieus worden de standpunten van Marx en anderen uiteengezet en bijna elk hoofdstuk eindigt in een getrouwe prediking van Jezus Christus, naar de Heilige Schriften. Verkuyl behandelt ook het neomarxisme. Hij bespreekt bijvoorbeeld de Labour-party in Engeland.
Eigenaardig: hij vertelt dat die partij haar kopstukken vond in de vrije kerken in Engeland, de Independenten enz. en dat daarentegen de Engelse (staatskerk een bolwerk was van conservatisme, zodat men wel eens spottend zei van vergaderingen van de Church of England: "daar heb je de Conservatieve Partij in Gebed Bijeen".
Dit vond ik hierom eigenaardig, omdat heden ten dage in onsland de meeste leden van de kleinere bijbelgetrouwe kerken, in politiek opzicht, via SGP, GPV en RPF vaak in het parlement hetzelfde stemgedrag hebben als de VVD, terwijl daarentegen de grote kerkgemeenschappen, althans de bestuurlijke top ervan, zich "progressief" opstellen, Verkuyl bestudeert al tientallen jaren het Marxisme. Hij heeft dit boek geschreven, omdat hij bang is, dat vele Christenen, uit afkeer van het fascisme en het kapitalisme, zich in de armen storten van het Marxisme. Hij noemt het opvallend, dat de omstreden G. H. ter Schegget in zijn boek "Kernwoorden van Marx", geen enkel citaat geeft waaruit het atheïsme van Marx blijkt en dat het woord "atheïsme" zelfs in het register niet voorkomt, Verkuyl betoogt voorts, dat Dorothee Sölle in al haar geschriften laat blijken dat de Godsvraag haar niet interesseert. God is bij haar slechts symbool van de werkelijkheid, van "wat zich tussen de mensen afspeelt".
Zij ontraadt eigenlijk het gebruik van het woord "God", want er is geen echte relatie met "boven".
Er zijn slechts relaties tussen de mensen. Wij zijn alleen met elkaar, volgens Sölle. (Bladz. 119 en 127). Verkuyl protesteert er voortdurend tegen, dat in de "dialoog" met neo-marxisten steeds weer openbaar wordt, dat dezen het fundament van de leer van Marx, zijn atheïsme, niet ernstig nemen. Verkuyl beperkt zich niet tot het atheïsme bij Marx en Lenin, Hij beschrijft de vijandschap tegen de kerk en herinnert aan de woorden: "Godsdienst is opium voor het volk". Op het Rode Plein in Moskou staan die woorden, als een citaat van Marx. Verkuyl wijst erop, dat het citaat onnauwkeurig is. Marx schreef, dat godsdienst opium ván het volk is. Ik (A.) denk, dat men op het Rode Plein opzettelijk onjuist citeerde. De aanklacht wordt zo verschoven van het volk naar de kerk, van de "gebruiker" naar de "dealer", en zo heeft de kerk groter schuld dan het volk. Maar Verkuyl bespreekt ook het materialisme bij Marx, de theorie van de toegevoegde waarde, de klassenstrijd, de staatsleer, het imperialisme en de toekomstverwachting van het Marxisme. "Is Verkuyl niet nogal links?" vroeg iemand mij. Maar dat is "genuanceerd"; of beter, hij heeft een eigen mening. Over het stakingsrecht van ambtenaren bijvoorbeeld zegt Verkuyl, dat dit alleen in uitzonderlijke nood in toepassing mag komen, omdat een staking van ambtenaren afbreuk doet aan het gezag van de overheid. Woorden, waarmee minister Rietkerk zal kunnen instemmen.
Verkuyl heeft meer waardering voor de Wereldraad van Kerken dan de meesten van ons dat hebben, maar dat doet niets af van het feit dat hij in dit boek een betrouwbare gids is, met de bijbel in de hand - en dan met name met Jezus' woorden "tenzij uw gerechtigheid overvloediger is..." Want de beste bestrijding van het communisme is: gerechtigheid oefenen, zich ontfermen over de arme en de ellendige, de zwakken beschermen tegen de sterken.