De Christ. Geref. Kerken en wij

1983-09-30
  • Jaargang 27
  • nummer 36
Dezer dagen was in de pers te lezen dat de synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken te Rotterdam in een uitvoerige discussie de verhouding tot onze kerken heeft besproken. Op uitnodiging van het moderamen van de synode was een afvaardiging namens onze kerken bij deze bespreking aanwezig.
Ds G. Mul (voorzitter van onze deputaten) en ondergetekende waren op 8 september in Rotterdam present) ds G. v. d. Brink op 10 september.
In de discussie kwam de brief ter sprake) die in opdracht van de landelijke vergadering van onze kerken aan de synode in Rotterdam is gezonden. Nu men ter synode de zaak van de samenwerking heeft afgehandeld en tot besluitvorming gekomen is) kan onze brief gepubliceerd worden ter informatie van alle kerken.


Aan de Synode van de Christ. Geref. Kerken, samen te roepen door de kerk van Rotterdam-C., p.a. de eerwaarde heer I.L. Stolk, Adrianalaan 261.

Weleerwaarde en eerwaarde heren en broeders,

De landelijke vergadering van onze kerken, die bijeen was te Breukelen in 1981/,82, heeft met dankbaarheid kennis genomen van uw brief d.d. 10-1-1981.
Het is een verblijdende zaak wanneer temidden van alle spanningen en verdeeldheid in kerk en christenheid een toenadering tussen twee groepen kerken van gereformeerd belijden enige gestalte gaat vertonen. De verhouding tot uw kerken is ook op onze kerkelijke vergaderingen een blijvend onderwerp van gesprek.
Op de vergaderingen te Breukelen kwam de samenwerking met uw kerken ter sprake bij de behandeling van het rapport van onze deputaten voor contact en samenspreking, maar niet minder toen onderwerpen als: het akkoord van kerkelijk samenleven, de correspondentie met kerken in het buitenland, het lidmaatschap van de Gereformeerde Oecumenische Synode, het Contactorgaan Gereformeerde Gezindte, de Opleiding tot de dienst van het Woord, de liturgische formulieren en de gezangen in de eredienst aan de orde kwamen.
Gezien deze brede aandacht voor de samenwerking met uw kerken was het voor onze vergadering enigszins teleurstellend dat wij uit uw brief moesten opmaken dat de werkelijkheid van uw kerkelijk leven nogal wat aarzelingen en vragen ten aanzien van de toenadering tot onze kerken vertoont.
Gaarne stemmen wij u toe dat het streven naar een eenheid van kerkelijk samenleven niet mag gaan ten koste van de eenheid binnen eigen kerken, en wij zijn daarom met u van mening dat het gewenst is in de bespreking tussen deputaten zich bezig te houden met de oorzaken waardoor op vele plaatsen geen contacten tussen de kerken bestaan, of zich moeilijkheden daarbij voordoen.
Wij hopen en bidden dat de HERE onze God alles zo mag leiden dat de eenheid in geloven en belijden onder Zijn zegen vruchten mag afwerpen tot bestendiging en verdieping van de samenwerking tussen beide kerkengroepen.

Het wil ons voorkomen dat Onze vergadering een belangrijke bijdrage tot de toenadering heeft geleverd met het aanvaarden van het Akkoord van kerkelijk samenleven, waarvan wij u bij deze enkele exemplaren aanbieden.
Uit de tekst van dit Akkoord moge u blijken dat in het gewijzigde artikel 34 en in artikel 40 met de door uw deputaten kenbaar gemaakte bezwaren en wensen rekening is gehouden.
Met een verblijdend grote meerderheid zijn deze artikelen aangenomen.

Wat de Opleiding tot de dienst des Woords betreft heeft onze vergadering geconstateerd dat het overgrote deel van onze theologiestudenten het advies om in Apeldoorn te gaan studeren heeft opgevolgd. Een aantal van hen heeft inmiddels de studie voltooid en het ambt van dienaar des Woords binnen onze kerken aanvaard.
Wij verzoeken u onze dank over te brengen aan hoogleraren en curatoren van uw Hogeschool voor het onderwijs en de zorg aan onze studenten besteed.

Er leven in onze kring geen bezwaren tegen het feit dat u deputaten voor contact en samenspreking hebt gemachtigd in te gaan op een verzoek van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) om een niet vrijblijvend gesprek over de weg die zou kunnen leiden tot kerkelijke eenheid.
De eenheid van kerken van gereformeerde belijdenis in ons land gaat ons zeer ter harte.
Zou het uw kerken gelukken een weg vrij te maken voor enige toenadering tussen genoemde kerken en de onze, dan zal ons dit tot dankbaarheid stemmen.
Wanneer het mogelijk zou zijn dat onze deputaten in deze besprekingen worden betrokken zijn zij gaarne daartoe bereid.

Bij deze brief treft u het besluit aan dat door onze vergadering genomen is ten aanzien van het contact en de samenwerking met uw kerken, met een beschrijving van het perspectief dat ons daarbij voor ogen staat.

Wij hopen en bidden dat het besluit en het perspectief door de genadige werking van de Heilige Geest instemming bij uw vergadering en bij uw kerken mogen vinden. Geve de Koning der kerk Zijn zegen over al onze pogingen om de verdeeldheid te overwinnen en te komen tot de eenheid waarvoor Hij geleden en gebeden heeft.

Onze volgende landelijke vergadering zal zo de Here wil in 1984 bijeengeroepen worden door de beide Ned. Geref. kerken te Enschede.

Met broedergroet en hoogachting, namens de landelijke vergadering 1981/82,
het moderamen,
H. J. van der Kwast, praeses
en A. Sneep, scriba.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief