Nieuw lied
1983-09-30
In een aantal psalmen staat een opwekking aan Gods volk, om de HERE een nieuw lied te zingen. Bijvoorbeeld in psalm 33, 96, 98, 144 en 149. J. Ridderbos zegt ervan, in zijn commentaar op de psalmen, dat de gemeente, omdat Gods heilsdaden steeds weer nieuw zijn, zich ook wil uiten in een nieuw gezang.- Jaargang 27
- nummer 36
Doch al twee eeuwen lang wantrouwt de Christelijke gemeente het nieuwe lied. Dat lag vaak aan het peil van de geestelijke liederen, en soms ook aan de dichters.
Zij behoorden niet echt tot Gods volk. Daar moet tijd overheen gaan, want het hindert niemand meer, dat de tekstdichter van Bachs Matth. Passion, Picander, een kwalijke reputatie had als dichter van kluchten, die wel een heel eind over de schreef gingen.
Een halve eeuw geleden al weer, in 1933, kregen de Gerei. Kerken een bundeltje .Eenige Gezangen". Maar ook daarin stonden geen liederen uit eigen tijd. Het was alsof na Isaäc da Costa en Ten Kate, J. J. L., geen mannen meer zijn opgestaan om God te loven met een lied, dat door de gemeente overgenomen kon worden.
Verzen van vrouwen kwamen, geloof ik, niet eens binnen de gezichtseinder.
Wat mij op dit punt hindert, is dit, dat niet erkend wordt, dat de gemeente van Jezus Christus zelf weten mag, wat ze zingen zal. Na veel discussies en toetsingen wordt soms iets
"vrijgegeven voor kerkelijk gebruik". Soms wordt het nog gekker. In mijn Herv. bundel van 1938 staat de handtekening, eigenhandig met vulpen geschreven, van iemand die namens de Herv. Synode verklaart dat mijn gezangenboek echt is. Hoedt u voor namaak. Want er zou eens iemand op de gedachte kunnen komen om een gezangenboek te vervalsen.
In de tijd vóór en na de afscheiding werden de kerken, de hervormde dan, verplicht om een gezang te zingen. Sindsdien is het ook in de Gerei, kerken zo gebleven, dat synodes zeggen: Wat jullie, in Roodeschool of Roozendaal, zingen, dat maken wij wel uit.
Ik zou ook niet graag aan het Liedboek gebonden zijn, of aan een selectie daaruit. De kinderen missen, geloof ik, in de samenkomsten van de gemeente de liederen van Hanna Lam, want dat zijn verzen, die zij begrijpen.
Waarom zouden we er niet enkele samen met hen zingen? De wat oudere jeugd kan zich in de kerk niet uiten in verzen in de stijl van de "pop". Zelf houd ik er niet van, maar het is dan toch maar hun cultuur en waarom zouden ze de ruimte daarvoor niet mogen hebben?
Dit maakt het er niet gemakkelijker op. Je moet er wat voor doen, om het met elkaar te bespreken en uit te praten en je moet er zorg voor dragen, dat je gasten meezingen kunnen. Maar het eigenlijke punt is altijd: mag je als Christelijke kerk wel zo bang zijn voor je eigen vrijheid? Want daar zit het vaak op vast.