Over:

1983-09-30
  • Jaargang 27
  • nummer 36
Wat Hans Werkman schrijft) is in het algemeen de moeite van het lezen waard) en dat geldt zeker voor de boekbesprekingen die hij geregeld publiceert in het Nederlands Dagblad. Een aantal daarvan heeft hij gebundeld in "Aangekruist", en ik wil vooral scholieren aanraden kennis te nemen van dit boek. Het is verschenen bij “De Vuurbaak" in Groningen, de prijs is f 24,50 en dat is niet te veel voor een werk van deze kwaliteit.

Werkman heeft bier 37 boeken in besproken, bekende, maar ook minder bekende. De kwaliteit van de besproken werken loopt nogal uiteen, er zijn erbij waarvan ik me afvraag óf ze wel tot de "literatuur" gerekend kunnen worden, maar ik kom ook beroemde schrijvers tegen als Maarten 't Hart, W. F. Hermans, Mensje van Keulen en Harry Mulisch.
Scholieren kunnen allereerst profijt van deze bundel hebben, doordat ze zich nu van te voren een beetje een voorstelling kunnen maken van allerlei boeken. Ze kunnen dan beter en meer verantwoord kiezen. Ze kunnen dan ook eens met een lijstje bij hun leraar aankomen dat afwijkt van wat hij gewoonlijk onder ogen krijgt.

Uitgangspunten van de kritiek
Wie een boek recenseert, heeft daarbij, bewust of onbewust, altijd bepaalde uitgangspunten. De socialist in hart en nieren verlangt ándere dingen dan de doorsnee Telegraaf-lezer, de christen legt ándere maatstaven aan dan de ongelovige. Ik waardeer het in Werkman dat hij in zijn woord vooraf een klein postuum eerbetoon wijdt aan dr C. Rijnsdorp.
Met instemming neem ik het volgende over: “Dr C. Rijnsdorp heeft in zijn gebundelde recensies duidelijk gemaakt dat het literaire en het levensbeschouwelijke bij een romanschrijver niet te scheiden zijn. Dus recenseerde hij niet alleen vanuit literair, maar ook vanuit levensbeschouwelijk oogpunt. Een beoordeling "uit zuiver literair oogpunt" noemde hij "een hogere vorm van scheelzien". Ook Hans Werkman besteedt in zijn besprekingen aandacht aan de literaire kwaliteiten van het boek (hi] wijst soms ook duidelijk tekorten aan), én hij staat stil bij de aohtergronden, de denkwereld, van waaruit het boek geschreven werd.
Ik heb het vroeger zelf in Opbouw wel eens in eenvoudige woorden zó gezegd: Het gaat om twee dingen, namelijk wát er staat, en hóe het er staat. Die twee zijn trouwens niet van elkaar los te maken, al zijn ze wel te onderscheiden: "Vorm en inhoud zijn één", zeiden de tachtigers, en daarin hadden ze gelijk Beide elementen moeten aandacht krijgen, ook in de sohool. Je kunt er bij voorbeeld niet mee volstaan te zeggen dat Wolkers door de rnanier waarop hij bepaalde dingen beschrijft, mensonterend bezig is; ook de gedachtewereld, de ideeën die er achter zijn boeken zitten, moeten dan duidelijk aan het licht gebracht worden (en afgewezen!).
Maar je kunt ó6k niet een roman of een gedicht alleen maar prijzen omdat er zulke goede dingen in worden gezegd. Als er van alles mankeert aan de manier waarop die goede dingen ons worden gepresenteerd, zal daar ook de vinger bij gelegd moeten worden. Helaas moet ik dat nogal eens doen bij de gedichtenbundels die ik ter recensie voorgelegd krijg; het is niet prettig, maar ik meen bet te móeten zeggen, als het niveau in feite met uitkomt boven de gemiddelde Sinterklaasrijmen.

Christelijke literatuur?
Er zijn critici die zeggen dat "christelijke" kritiek onmogelijk is, en daarmee laten ze zien niet begrepen te hebben hoe absoluut de dienst aan de Heere is. Zij vinden meestal ook de "christelijke" literatuur niet erg waardevol.
Helaas moet ik hun toegeven dat er uit christelijke kring maar weinig literatuur is gekomen die een hoog niveau bereikt. Ik heb een paar planken vol boeken uit de tijd van voor 1940, maar ik moet eerlijk zeggen: het is in het algemeen niet veel zaaks. Jammer, maar het is zo. Hans Werkman schrijft: "Er bestaat kennelijk oog altijd een treurig vooroordeel, namelijk dat christenauteurs literair onder de maat blijven. Om aan te tonen dal dit onzin is, besteed ik aan deze vergeten groep wat extra aandacht. Ze zijn vertegenwoordigd met acht boeken". Afgezien van de vraag of Werkman erin geslaagd is aan te tonen dat het genoemde vooroordeel werkelijk onzin is, ligt hier wél een kans voor onze scholieren: zij kunnen profiteren van wat Werkman over die boeken zegt, en zij kunnen, door ook werk uit christelijke kring te gaan lezen, een literatuurlijst samenstellen met een éigen karakter. Ik vind dat we van onze jeugd best mogen vragen dat zij hun christen zijn ook hierin uit laten komen. Leraren zullen daarvoor waardering hebben. Er blijft natuurlijk het probleem van de "kwaliteit", maar de leraar die op b.v. de Havo wél een boek van Anton Coolen accepteert, zal weinig bezwaar kunnen maken tegen Anne de Vries, en zeker niet tegen een roman van B. Nijenhuis. Het is wél mogelijk dat die leraar met een ándere moeilijkheid komt te zitten: hij kent waarschijnlijk Nijenhuis niet. Maar dat is geen reden om leerlingen te beperken in hun vrijheid van keuze.

Een advies voor "beginnende lezers"
Wie nog niet veel gelezen heeft, en wie opziet tegen "al die moeilijke boeken", moet beginnen met werk van schrijvers die kunnen "vertellen": Anton Coolen, A. M. de Jong, Herman de Man, en uit christelijke kring Anne de Vries (Bartje blijft de moeite van het lezen waard). Ook Werkman noemt een dergelijke verteller: Wolf Meesters met zijn Hielko, De derde druk (1976) is aan te bevelen voor wie verwacht moeite te zuilen hebben met het Gronings dat in de andere drukken voorkomt. Ik ben het met Werkman eens dat een dergelijke streekgebonden roman iets van zijn aantrekkelijkheid verliest, als de streektaal wordt vervangen door half-Hollands, maar daarvoor ben ik dan ook een noordeling. In "Hielko" komen allerlei elementen voor die de lezer van nu zal herkennen: de dreigende werkloosheid, sociale ongelijkheid en onrechtvaardigheid, het kind uit een vroeger huwelijk dat daardoor toch een vreemde eend in de bijt is. Ik kan er nu niet uitvoeriger op ingaan, dan zou ik het boek trouwens opnieuw moeten lezen. De bespreking door Werkman vind ik één van de zwakste in zijn bundel. Wie "Hielko" met kent, krijgt wel enigszins een beeld van het boek, ais hij deze recensie leest, maar het is te merken dat we hier vermoedelijk een weinig gewijzigde bespreking uit een dagblad hebben. Daaraan heeft een scholier toch te weinig. Werkman heeft óók besprekingen van een heel wat hoger gehalte geleverd. In deze recensie heeft hij in elk geval niet gedaan wat hij wilde, namelijk aantonen dat er christelijke romans zijn we niet onder de maat blijven.
De scholier die nu iets moeilijkers wil aanpakken, zou De Tornado van B. Nijenhuis kunnen gaan lezen. Wat Werkman daarover zegt, kan hem tot steun zijn. Ik denk ook dat het boek genoeg "spanning" biedt om de lezer te boeien.

"Aangekruist": aanbevolen
Ik weet dat Werkman een bewonderaar is van B. Nijenhuis. Ik volg hem daarin niet helemaal. Zo vind ik het goedkoop dat in een ziekenhuis röntgenfoto's verwisseld worden met als gevolg dat van de verkeerde patiënt wordt gedacht dat die ongeneeslijk ziek is. Ook het feit dat er na de eerste tornado een tweede volgt en dat het gebeuren bij de tweede een contrast vormt met wat er de eerste keer plaats vond, is mij te kunstmatig, te gezocht. Werkman heeft dit ook wel onderkend, hij zegt dat het hier niet gaat om de gebeurtenissen, maar om de probleemstelling; ik vind hem daarin niet overtuigend.
In "Aangekruist" wordt ook een boek besproken dat ik niet ken: Vrienden van vroeger, door Johan Cavier. Ik citeer Werkman: "Het gaat over iets wat niet zo lang geleden nog moeilijk bespreekbaar was, vooral in gereformeerde kring: het probleem van de homoseksualiteit en de homofilie. Daarom is het belangrijk dat juist een gereformeerde auteur deze uitstekende kleine roman schreef", Ik zei al dat ik het boek met ken, maar nadat ik de bespreking door Werkman heb gelezen, heb ik al helemaal geen zin meer om er nog aan te beginnen. Laat ik maar citeren, misschien begrijpt men mij dan. "Deze ernst maakt indruk op de ik-figuur, zodat hij als vanzelf openstaat voor wat Theo verder vertelt over de vrijgemaakt-gereformeerde kerk waar hij lid van is." Een eindje verder lees ik: "Langzamerhand komt hij dichter bij de oplossing van zijn problemen. Een bergtocht met de gereformeerde reisvereniging werkt louterend. Eindelijk komt hij ertoe van kerk te veranderen en sluit hij zich aan bij een kleine vrijgemaakte gemeente." Zou het aan mij liggen? Heb ik zulke kerkelijke trauma's opgelopen? Ik neem ook over wat Werkman uit de roman citeert: "De broeders bier zijn echt wel goed gereformeerd. Maar ze hebben zulke harde handen. Ik denk wel eens: ze slaan het meel er uit en ze houden het kaf over".
Sommige boekbesprekingen in "Aangekruist" zijn eigenlijk te beknopt, maar daar staat tegenover dat Werkman altijd duidelijk zegt hoe hij erover denkt. De lezer kan zijn eigen mening daaraan dan toetsen. In het algemeen komen de goede en de zwakke elementen van de besproken boeken voldoende aan het licht. Ik ben blij met deze bundel en daarom herhaal ik mijn aanbeveling: vooral voor oudere scholieren.
Ter afsluiting som ik de namen op van auteurs die in "Aangekruist" aan bod komen: Biesheuvel. Carmiggelt, Cavier, Den Doolaard, Van der Ent, Gijsen, Gomes, 't Hart, Hazeu, Hermans, Oek de Jong, Mensje van Keulen, Kossmann, Lampo, Van Maanen, Meesters, Meysing, Mulisch, Nijenhuis, Overduin, Popma, Ruyslinck, Annie M. G. Schmidt, Van der Stoep, Thijssen, Toonder, Walschap. Wolkers. Een lijst om U tegen te zeggen!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief