Want déze God is onze God (3)

1983-10-21
  • Jaargang 27
  • nummer 39
Jesaja 54 is één van die indrukwekkende profetieën, waarin de HERE, met een majesteit die alleen Hem eigen is, zijn volk troost. Om u daar een indruk van te geven citeren we de verzen zeven en acht. "Een kort ogen! Ik heb Ik u verlaten, maar met groot erbarmen zal Ik u tot Mij nemen; in een uitstorting van toorn heb Ik mijn aangezicht een ogenblik voor u verborgen, maar met eeuwige goedertierenheid ontferm Ik Mij over u, zegt uw Losser, de HERE". J esaja 54: een hoofdstuk dat overloopt van de Liefde en de trouw van God.
Binnen het geheel van deze profetie valt één zinsnede voor ons besef volkomen uit de toon: het vers dat hierboven staat afgedrukt.
Dwars door alle betuiging van erbarmen heen, presenteert de HERE zich bier als Degene die de wapensmid geschapen heeft en die de verder ver schept om te grond te richten.
Hier hebt u eens te meer een sprekend voorbeeld, hoe de HERE de vragen die bij ons rijzen rond zijn almacht niet uit de weg gaat, maar ze in al1e hevigheid bij ons oproept. En dat geldt in dit geval wel op een bijzondere wijze. Stel dat door een fout van de zetter vers 16 in uw bijbel was weggevallen, dan had u deze tekst echt niet gemist. Vers 17 sluit zich namelijk moeiteloos aan bij vers 15. "Wie u aanvalt, zal over u vallen" (vs. 15b) - "Elk wapen dat tegen u gesmeed wordt, zal niets uitrichten" (vs. 17a).
Omdat het er niettemin toch staat, het profetische woord van vers 16, steekt het des te scherper af tegen zijn omgeving. Blijkbaar wil de HERE dit per se gezegd hebben. "Zie, Ik ben het, die de smid geschapen heb die het kolenvuur aanblaast en naar zijn kunst het wapen vervaardigt; en Ik ben het ook, die de verder ver geschapen heb om te gronde te richten". God de HERE doet zich ronder enige schroom kennen als de Almachtige die zich inlaat met wapenproductie! Hoe is dat in vredesnaam mogelijk?
Om te beginnen wijzen we op een sterke overeenkomst met een Schriftwoord dat we een vorige week aan de orde stelden. "Ik ben de HERE (... ) die de vrede maak en het kwade schep" (Jes. 45 : 7). Wat de HERE in Jesaja 45 nog in algemene termen zegt: Ik schep het kwade, dat maakt Hij in Jesaja 54 concreet: Ik schep de smid die het wapen vervaardigt.
En dan gaat het om wapens die tegen Gods volk gebruikt worden, wapens die Babel zal inzetten tegen Jeruzalem. De HERE verklaart hier openlijk, dat de wapenproductie van Babel niet buiten Hem omgaat. "Ik heb de smid geschapen ... ".
Het woord voor 'scheppen' dat zowel hier als in Jesaja 45 wordt gebruikt, wordt in het Oude Testament uitsluitend gereserveerd voor de HERE. Gods scheppen is met geen enkele menselijke activiteit te vergelijken en gaat het menselijk begrip te enen male te boven. Daarom past ons in dit verband alleen uiterste terughoudendheid.
Hoe Gods handelen zich verhoudt tot menselijke wapenproductie, wij kunnen het niet precies op formule brengen en mogen dat ook niet proberen. Dàt de HERE echter met zijn almacht de wereldmachten in hun onderlinge wapenwedloop onder controle houdt, dàt moet voor ons vaststaan. We komen hier op een terrein, dat in de talrijke discussies over ontwapening en wapenbeheersing doorgaans angstvallig wordt gemeden. Dat God zich op de één of andere wijze in rou laten met onze kernwapenproductie, het is een gedachte die velen maar liever niet tot zich toelaten. Het is echter de vraag of de Schrift ons daartoe wel de ruimte geeft. Kunnen wij er onderuit om het woord uit Jesaja 54 in onze tijd ook zó te verstaan: Zie, Ik ben het, die de technici geschapen heb die met hun deskundigheid de atoombom construeren? Let wel, daarmee is in geen geval gezegd dat God zelf de kernwapens maakt. Zowel het uitdenken als het vervaardigen daarvan blijft mènsenwerk. Maar wel is daarmee gezegd, dat de HERE de situatie meester blijft.
Zelfs de productie van kernwapens kan zich niet onttrekken aan zijn bestuur.
Ondertussen houden we wel voor ogen, dat Gods almacht de menselijke verantwoordelijkheid onverlet laat. Zo moet Babel rekenschap afleggen tegenover de HERE over de wijze waarop het "lan Juda Gods straf voltrokken heeft. "Ik heb mijn erfdeel ontwijd en het in uw macht gegeven; maar gij hebt het geen barmhartigheid bewezen" (Jes. 46: 6). Babel heeft zich niet gehouden aan de omlijnde opdracht die het van de God van Israël ontvangen had: meedogenloos heeft het op Gods volk en Gods huis ingehouwen.
Daarom gaat de HERE aan de macht van Babel een eind maken.
Over dit laatste spreekt het tweede gedeelte van Jesaja 54: 16. "En Ik ben het ook, die de verder ver geschapen heb om te gronde te richten". De 'verderver' aan wie de HERE denkt is ronder twijfel Kores, die door God gezalfd zal worden om het trotse Babel van zijn voetstuk te stoten en de ballingen naar Jeruzalem terug te laten gaan. Kores, van wie ook de profeet Jeremia heeft geprofeteerd: "Zo zegt de HERE: Zie Ik verwek tegen Babel (... ) de geest van een verderver" (Jer. 51 : 1). De HERE, de God van Israël, waakt er persoonlijk voor, dat de wereldmachten niet maar ongelimiteerd hun eigen gang kunnen gaan. Hij houdt ze onder controle, omwille van zijn volk. Dat is de troost, waarin heel deze profetie uitmondt. "Elk wapen dat tegen u gesmeed wordt zal niets uitrichten, en elke tong die zich voor het gericht tegen u keert zult gij in het ongelijk stellen. Dit is het deel van de knechten des HEREN en hun recht van Mijnentwege, luidt het woord van de HERE" (Jes. 54: 17).
De HERE blijft de situatie beheersen.
Zelfs de wapenwedloop ontwikkelt zich niet buiten zijn bestuur om. Nogmaals, dat betekent onder geen beding, dat wij mensen daardoor van de plicht ontslagen zouden zijn om naar wapenbeheersing te streven. Het betekent wel, dat het uiteindelijk de HERE is, die de wereld van de twintigste eeuw in een tot nog toe ongekende noodsituatie brengt. Doet Hij dat uit willekeur? In geen geval! De HERE wil weten wat er in ons hart is. En is onze eeuw, met zijn toenemende dreiging, niet bij uitstek een tijd, waarin de overleggingen uit vele harten wel openbaar moeten worden? Het is de HERE die de tijd onder druk zet.
Onze cultuur is zijn heil gaan zoeken bij het schepsel in plaats van bij de Schepper. Daarom heeft God ons overgeleverd aan de angst voor het maaksel van onze eigen handen. Durven wij dat vandaag te belijden. Dat déze God, die ons in de benauwdheid brengt, onze God is?
Laten we beseffen dat wij er in onze tijd enkel met een 'ja' of 'nee' tegen kernwapens niet komen. De vraag hoe wij tegenover kernbewapening staan, mag nooit en te nimmer worden geïsoleerd van de vraag hoe wij staan tegenover God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde. De HERE staat borg voor zijn schepping. Wees ervan verzekerd dat de zaken Hem niet uit de hand lopen, ook al zijn er die daaraan denken. God de HERE zal de schepping door het oordeel heen bewaren. "Want bergen mogen wijken en heuvels mogen wankelen, maar mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en mijn vredesverbond zal niet wankelen, zegt uw Ontfermer, de HERE" (Jes. 54 : 10).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief