Inkeer en omkeer
1983-10-28
Op 10 juni j.l. werd voor de eerste keer een bijeenkomst belegd voor christenen dwars door alle kerken en gemeenschappen heen, om nu eens niet over de noden van de samenleving te discussiëren, maar om ervoor te bidden in een geest van verootmoediging.- Jaargang 27
- nummer 40
“Inkeer en omkeer" hebben wij deze samenkomsten genoemd.
In dit artikel laat ik u enkele korte woorden lezen die door verschillende deelnemers werden uitgesproken als inleiding tot gebed.
In deze maand oktober zijn de discussies over de plaatsing van de kruisraketten niet van de lucht. Waarop moeten wij nu als christenen onze aandacht in de eerste plaats richten? Op demonstreren, a.s. zaterdag? Is dat het eerst nodige? Op vrijdag 4 november wordt er opnieuw een dienst belegd van inkeer en omkeer. U zult misschien zeggen: is dat nu niet een verkapte vorm van politieke meningsvorming. Onder het mom van gebed een bepáálde mening over de kruisraketten e.d. de mensen ingeven.
In de gedeelten van de bijeenkomst van 10 juni j.l. die ik nu laat volgen blijkt dat dat niet zó is. Het gaat alleen om de erkenning van onze verlegenheid - in verootmoediging en smeekgebed.
Plaats: Geertekerk, Utrecht; Tijd: 5.30 uur.
"Volk- en welvaartsziekten uiten 'Zich in vereenzaming, nihilisme, een "alles moet kunnen" moraal".
Toespraak: W. Rietkerk.
Midden in Psalm 11 staat dat bekende woord: "Wanneer de grondslagen vernield zijn, wat kan dan de rechtvaardige doen?" (vs. 3) Het Hebreeuwse woord dat hier gebruikt wordt voor grondslagen (siat) betekent letterlijk: plaats waarop je zit, fundament. Dat waar alles op rust. Een samenleving bestaat maar niet uit een verzameling van mensen die er ieder een bepaald gedrag op na houden: ze heeft ook een gemeenschappelijkheid, een rechtsstructuur, een zedelijke ordening, die het leven binnen haar grenzen leefbaar maakt. Maar juist die gemeenschappelijkheid kan verzieken, Als ze totaal vernield is, dan slaat de chaos toe. Het zijn juist de psalmen die daar vaker over spreken, zoals Ps. 82: Sc: de aarde zelfs gaat wankelen als b.v, het recht van de wees niet meer geëerbiedigd wordt. (vgl. Ps. 75: 4). Het zijn ook de psalmen die ons de enige uitweg wijzen, Die uitweg is niet gelegen in de vlucht maar in de toevlucht. Bij nader toezien blijkt vers 3 een citaat uit de mond van de raadgevers van David. Zij hebben wel gelijk maar trekken uit de feiten van vernielde grondslagen de verkeerde conclusie: vliedt naar uw gebergte. Het kleingeloof kiest voor de vlucht. Het ongeloof ziet in gebed, noch in verootmoediging enig heil. De schrift leert ons in Psalm 11 dat er maar één weg is die standhoudt: schuilen bij de Here en volharden in rechtvaardige daden (sedaqöt, vs. 7).
Met dit Psalmwoord leid ik de voorbeden en verootmoediging in die aansluit bij de uitspraak: "Volks -en welvaartsziekten uiten zich in vereenzaming, nihilisme, een 'alles moet kunnen' moraal".
1. Er is in de grote steden een toenemende vereenzaming: mensen voelen zich op zichzelf teruggeworpen. Door een samenloop van omstandigheden was ik woensdag bij een begrafenis van een mevrouw van middelbare leeftijd. Ze had zichzelf om het leven gebracht.
Ze woonde boven in een flat: ik sprak met de buurvrouw beneden. Deze was wel een geloofsgenoot en had de vrouw de dag daarvoor nog gesproken, "maar" zei ze, "ik had geen idee dat ze problemen had, of eenzaam was"! Vereenzaming dat is een van de noden van onze samenleving. Ze wordt niet verholpen door een sociale uitkering. Onze hoge sociale zorg in financieel opzicht, trekt een rookgordijn over het ontbreken van echte gemeenschap.
Zelfopoffering en gemeenschapszin worden vervangen door een mentaliteit die "ik" gericht is.
"Alles moet kunnen", "Als ik maar aan mijn trekken kom".
Agressie op straat en geweldplegingen zijn vaak de bittere gevolgen van affectieve verwaarlozing en gebroken gezinnen, Ook hier geldt dat dit een gevolg is van gebrek aan gemeenschap. Velen zoeken dan in hun nood Haar professionele hulp; is dit niet een soort surrogaat vriendschap? een soort betaalde intimiteit? Wat bijzonder zou het zijn als alle kerken weer echte levende gemeenschappen zouden worden in onze steden! Laten wij ons hierover verootmoediging en daarvoor bidden.
2. Een 2e probleem dat de grondslagen raakt van ons volksbestaan is het verdwijnen van een gemeenschappelijke basis in eerbied voor God en ook als men niet praktiserend christen is een besef dat er een andere, ons leven funderende werkelijkheid is. De 20e eeuwse mens rondom ons leeft heel erg bijziend. Alleen de "voorgrondsdingen" zijn voor hem reëel. Er is iemand geweest die dit een soort Godsverduistering noemde. Het gevolg is een toenemende moeite om over God te spreken. Er rust haast een taboe op vandaag. Uit de laatste Margriet-enquête bleek dat slechts 34% van de Nederlanders positief antwoorden op de vraag of zij nog geloven in een persoonlijke God. Dieper nog dan de "ik" gerichtheid bedreigt dit de grondslagen van ons volksbestaan.
3. Hieruit vloeit voort een totaal andere oriëntatie op het gebied van de zede en rechtsorde. Er is op dit vlak conflictstof in overvloed.
Een oordelen uit de hoogte is bier evenmin op zijn plaats, als een farizees opgestoken vinger.
Toch moet het ons leiden tot verootmoediging en gebed als wij opmerken dat de mensen in onze tijd hun normen en waarden in toenemende mate aan zichzelf ontlenen, zelf bepalen wat goed en kwaad is. Ik denk aan de méér dan 17.000 abortussen in ons land per jaar en hoe ons land voor de omringende landen een toevluchtsoord is om abortus te laten plegen.
Ik denk aan de groei van alternatieve relatievormen in plaats van het huwelijk, de toename van echtscheidingen en van euthanasie. Wij ontkennen niet dat er in de gebrokenheid van het leven zich noden voordoen waarbij noodoplossingen nodig zijn. Wij wijzen het af dat de normen aan die gebrokenheid worden ontleend. De dag is nabij dat wij met de dichter van Psalm 11 moeten spreken van grondslagen die vernield zijn. Die gáán kapot als een volk niet meer vraagt naar de Here en zijn wil en weg. Laat ons bidden…
"We zijn met een grote boog heengelopen om wat we de armste mensen en volken in het verleden hebben aangedaan en nog steeds aandoen".
Toespraak: Dhr. E. van der Poll.
Als inleiding voor de gebedsdienst gelezen Jeremia 8 : 4, 9, 11, 21, 22 en Daniël 9 : 3-7.
"We hebben in naam van de veiligheid de wereld onder bedreiging van nucleaire vernietiging gebracht".
Toespraak: Dhr. E. van der Poll.
Dat we de kwestie van de bewapening in deze dienst van inkeer en gebed betrekken, is niet voor iedereen een vanzelfsprekendheid. Het is in de kerk geen uitgemaakte zaak, dat hier schuld moet worden beleden. De wereld is immers in Gods hand? Hij leidt toch alles en niets gebeurt zonder zijn Wil, ook een eventuele kernoorlog? En zo er al besef van schuld is, dan nog is er verschil van mening over de vraag, wàt er dan beleden moet worden. Is het denken in termen van afschrikking een zaak die in boete erkend moet worden, of een legitieme zaak? Is het bezit van kernwapens een schuld, een overtreding van Gods gebod, of mogen we in zekere zin een gevoel van dankbaarheid daaraan verbinden, dat deze wapens een derde wereldoorlog voorkomen hebben? In ieder geval tot nog toe?
Met andere woorden; naast een door kernwapens bedreigde wereld is er een verdeelde kerk. Verdeeld over de vraag hoe zij zich ten opzichte van deze wereldbedreiging heeft op te stellen. En soms vraag ik me af, wat zwaarder weegt: Het feit dat we het als mensen zover hebben laten komen dat we de goede schepping vele malen achtereen totaal vernietigen kunnen, Of het feit dat we als kerk zo ingrijpend verdeeld zijn over het antwoord dat op deze dreiging gegeven moet worden en waardoor het evangelie van zoveel zeggingskracht is ontnomen?
Terwijl God ons eenmaal ter verantwoording zal roepen en vragen: Mens, wat heb je met de schepping gedaan? Hoe heb je je als rentmeester gedragen? - roepen wij elkaar in de kerk ter verantwoording voor een kernwapenstandpunt, dat niet het onze is.
Nee, het gaat verder: Wij gaan in de discussies en tegenstellingen de zaak zelve voorbij; we maken er een discussie over politieke partijschappen van. We trekken elkaars geloof in twijfel vanwege het feit dat iemand bij een andere organisatie hoort dan waaraan wij zelf onze steun geven. Soms is het verdacht, dat je je al christen überhaupt wakker laat houden over de nucleaire dreiging. Het feit dat ik, die dit hier naar voren breng, óók een bepaald standpunt heb, zal voor sommige mijn opmerkingen al weer moeilijker te waarderen maken. Of wellicht ongeloofwaardig.
We kunnen met elkaar zo moeilijk spreken en bidden over dit vraagstuk. En komt dat wellicht niet omdat we niet samen begonnen zijn de zaak als zodanig voor God te brengen en onze schuld daarin te belijden? Omdat we niet begonnen zijn vanuit de ootmoed te denken? Omdat we de schuld niet of te weinig als fundamentele factor hebben onderkend, en dat we op die schuld niet gezamenlijk onze eerste aandacht hebben gericht?
We hebben de nucleaire kwestie gemaakt tot een vraagstuk van oplossingen, van maakbare politieke maatregelen. En we vragen elkaar dwingend: Aan welke kant sta je? Met welke oplossing ga jij in zee? Of: Met wie geef jij je af? We hebben zo weinig gebeden en beleden, terwijl we toch in die ootmoed de ernst van de dreiging in het volle licht van het evangelie leren stellen.
Vaak beroepen we ons op de hoop van het Rijk dat vrede en recht zal brengen op aarde. Terwijl wij er alles aan doen om die hoop onder vuur te brengen en zo mogelijk om zeep te helpen, denken we dat God het uiteindelijk wel zover zal laten komen. We hebben van de hoop zo vaak iets goedkoops gemaakt. Een vlag op onze eigen politieke lading, een afwenden van onze eigen verantwoordelijkheid als het om de toekomst van de wereld gaat. Een bekroning van wereldmijding. Noem al die verdraaiingen van de hoop maar op. Dat God een Rijk van vrede en recht belooft, moet ons aanzetten ons hier en nu voor vrede en recht in te zetten. Dat God het belooft, betekent echter ook, dat het uiteindelijk zegevieren van vrede en recht niet uitsluitend van onze menselijke daden afhangt.Daarom is Gods belofte een hoop tegen de machteloosheid in, tegen het gevoel van door de dreiging overweldigd te worden. In de inkeer mogen we de ware hoop hervinden. Als gave en daarom ook als opgave. Als opgave, maar uiteindelijk vooral als gave. De omkeer die daaruit voortvloeit zal dan ook in het teken van de hoop mogen staan.
Laat ons bidden ...
"We zijn onder de indruk van de grote moeite, waarin ons volk vandaag gekomen is, overmacht van moderne techniek ... en vergiftigde natuur om ons heen".
Toespraak: Mw. J. ter Vrugt.
Wij zijn samen schuldig voor God, omdat wij met datgene wat Hij gegeven heeft tot erfdeel voor de hele mensheid en voor alle generaties, omgaan alsof het alleen voor ons en onze generatie bestemd was: kooien, olie, metalen en andere bodemschatten, die in de loop van duizenden jaren zijn geformeerd, verbruiken wij in enkele tientallen jaren, o.a. voor de wapenindustrie, zodat er voor onze nakomelingen nauwelijks iets overblijft, en we bedreigen nu al onze gezondheid en hun gezondheid door kernenergie te produceren zonder dat we een oplossing hebben voor het afvalprobleem; tropische regenwouden worden gekapt voor de productie van kranten, 'Zodat het ontboste land in een woestijn verandert en mensen en dieren verhongeren en verdorsten - denken wij aan de Sahel; lucht, bodem en water verontreinigen wij doordat wij gebruik maken van plastic, kunstmest, insecticiden, auto's, wiswassende wasmiddelen, papieren zakdoeken en nog veel meer zaken waarvan de productie of het gebruik giftige afvalstoffen oplevert. Met de gevolgen worden we dagelijks geconfronteerd door de problemen bij de drinkwatervoorziening, en wat minder direct door het sterven van bossen en meren ten gevolge van de zure regen, die echter direct veroorzaakt wordt door de uitstoot van kolengestookte elektriciteitscentrales en door de uitlaatgassen van onze auto's. Wij herinneren ons ook de meer spectaculaire rampen zoals de vergiftigingsverschijnselen in Seveso enige jaren geleden en gifvondsten in de bodem van woonwijken in ons eigen land.
Wij staan samen schuldig voor God omdat wij Zijn schepselen uitbuiten in plaats van er als Zijn rentmeesters over te heersen: - zowel de grond als de opbrengst ervan worden vergiftigd door een overmaat aan kunstmest en insecticiden; - dieren, planten en bomen moeten wijken voor onze autowegen, omdat wij overal zo snel mogelijk met eigen vervoer willen kunnen komen; dieren worden tot een kort, tegennatuurlijk bestaan gedwongen en als industrieproducten in plaats van als levende wezens beschouwd en behandeld terwille van het massale vleesverbruik.
Kortom, wij staan schuldig tegenover God omdat wij door onze manier van leven de machten in stand houden die Gods schepping behandelen zoals in de vorige eeuw de Amerikaanse planters hun slaven behandelden: zonder gevoel van verantwoordelijkheid, hebzuchtig en meedogenloos. Laten wij daarom God voor onze direkte en indirekte schuld om vergeving vragen en Hem bidden, ons te laten zien wat wij in ons eigen leven kunnen doen om de machten van uitbuiting en vernietiging tot staan te brengen.
Laat ons bidden...
Gebed voor de regering en de koningin.
Toespraak: Dhr. M. van der Heiden.
Voor het gebed voor de regering en de koningin werd gelezen Jesaja 8: 23-9 : 6.