"Sla de krant maar op"

1983-11-04
  • Jaargang 27
  • nummer 41
Een rood lampje
De titel van dit verhaal staat tussen aanhalingstekens. Het is een bekende uitspraak die je veel hoort. Van politici en predikanten, van economen en andere filosofen, van doemdenkers en wereldverbeteraars. Doorgaans moet de uitspraak een voorafgaand betoog onderstrepen, illustreren, of soms zelfs bewijzen. Een betoog, dat kan gaan over:
· het onrecht in deze wereld,
· de bedreiging van het milieu,
· de exegese van een Bijbeltekst,
· de decadente maatschappij,
· een nieuw politiek program,
· de bewapening.

of nog vele andere onderwerpen. Kortom, je hoort het vaak en het gaat over allerlei verschillende, maar meestal sombere zaken. In feite zó vaak dat er bij mij, zodra ik het hoor, een rood lampje gaat branden. Ik leg U straks uit waarom. Eerst een opmerking vooraf.

Welke krant?
Voor het betoog van de sprekers en schrijvers die ons de krant laten opslaan, is het blijkbaar niet relevant wèlke krant je leest. We moeten immers "de krant" opslaan. En met "de krant" bedoelen ze niet, zoals in de liberale volksmond gebruikelijk is, de NRC. 't Kan net zo goed de Telegraaf zijn (blijkens gesprekken met leerlingen van reformatorische scholen een dagelijks huisgenoot in teveel reformatorische gezinnen), of Trouw, of het Reformatorisch, Fries of Nederlands Dagblad. Om er maar een paar te noemen. Het gaat om wat alle kranten gemeen hebben. Niet om de schaakrubriek, het kinderboekje of de hoofdartikelen.
Die verschillen per krant nog wel. 't Gaat om het nieuws. Om de "feiten" die de kranten voor een groot deel van dezelfde persbureaus betrekken.

Wat is nieuws?
Nu terug naar het rode lampje. Dat heeft te maken met de vraag: wat is nieuws? Ieder die geneigd is te denken: "nieuws is wat er zo al in de wereld gebeurt", wil ik waarschuwen.
Pas op, vergis U niet. Een voorbeeld. In het Nederlandse verkeer vallen per dag gemiddeld vijf dodelijke slachtoffers. Die vreselijke ongelukken zijn nieuws. Zeker als ze in de regio gebeuren, of wanneer het grote ongelukken betreft. Gruwelijke feiten. Echt gebeurd.
Dezelfde dag zijn er in Nederland niet vijf, maar meer dan vijf miljoen verkeersdeelnemers die veilig thuis aankomen, U leest vandaag echter beslist niet in de krant: "Gisterenavond fietste de 56-jarige natuurkundige v.d.L, van zijn laboratorium buiten de stad naar zijn woning in Utrecht.
Om ongeveer zeven uur arriveerde hij veilig thuis." Een christelijke krant zou er nog aan toe kunnen voegen dat hij God er voor dankte.
Zo'n bericht zou wel juist zijn. Het beschrijft een feit. Maar het is geen nieuws. Als dit nieuws rou zijn, zou het er inderdaad heel somber uit zien In dit verkeersvoorbeeld vertelt het nieuws ons niets over het geluk, over het vele goede van miljoenen, maar wel het ongeluk van enkelen. Soortgelijke voorbeelden kan iedereen bedenken over het bedrijfsleven, het milieu, het racisme, over moorden, revoluties, enzovoorts. Nieuws is een zeer speciale selectie uit alles wat er voorvalt. Meestal een selectie van nare, slechte, onheilspellende zaken. Zo gezien staat het nieuws haaks op de bekende regel uit het kinderversje: tel Uw zegeningen, tel ze één voor één.

Tijdgeest
Dat zwarte nieuws heeft te maken met de geest van onze tijd. Een geest waarvan het doemdenken een uiting is. Dit doemdenken beïnvloedt de selectie van het nieuws. Maar omgekeerd voedt de selectie van slecht nieuws het doemdenken. Wat 't eerst komt weet ik niet. Het versterkt elkaar. Het resoneert.
De opmerking over selectie is geenszins een verwijt aan het adres van journalisten of dagbladredacteuren. Het gemzen voorbeeld maakt dat overduidelijk Zij weten veel beter dan wij boe eenzijdig "nieuws" is, en hoe moeilijk nieuwsgaring is.
Degenen die pogen een positieve krant te produceren hebben geen eenvoudige taak. Ze verdienen onze steun. Ook in het gebed.
De opmerking is wel een waarschuwing aan het adres van hoorders en lezers. En vooral ook aan (sprekers die ons de krant laten opslaan. Niet wanneer zij ons daarmee duidelijk willen maken dat er veel mis is, maar wèl als ze suggereren dat er bijna geen goeds is in deze wereld. Er is veel meer tussen hemel en aarde dan de NOS ons vertelt. Steeds vaker wordt dat vergeten. 't Valt me op, wanneer ik niet-technici hoor spreken over techniek (technici praten niet zo veel). Strijk en zet hoor ik alleen maar slechts, óók wanneer de goede toepassingen voor het opscheppen liggen. 'k Moet bekennen dat het me, hoewel ik zelf geen technicus ben, begint te irriteren. Het is ook niet bevorderlijk voor het verder luisteren of lezen. Evenzo over de medische wetenschap.
Zelf ben ik daarbij geneigd te denken aan de bekende woorden: blinden worden ziende, lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd, doven horen, en nog veel meer. Als ik er dan niet-medici over hoor, die niet verder komen dan b.v. de opmerking dat er te veel mensen te veel pillen slikken, dan breekt me de klomp.
Dan haak ik af. Nu is het uiteraard van weinig belang wat er gebeurt met mijn adrenalinegehalte of met mijn klomp. Er is iets anders van veel meer belang. Daarover een tweede voorbeeld.

Stofzak
Stel eens dat U bij mij thuis komt en (zeer onwaarschijnlijk!) geïnteresseerd bent in het functioneren van mijn huishouding. U vraagt mij er naar.
Om U dat duidelijk te maken loop ik naar de kast en pak het apparaat dat alle vuil uit mijn huis verzamelt: de stofzuiger, 'k Haal de stofzak er uit, peuter die open, laat U de inhoud zien, en zeg: kijk, hier is niets bij dat niet uit mijn huis komt (correct), zoziet mijn huis er uit.
Hoe zal mijn vrouw, die ons huis inricht en onderhoudt, daarop reageren? Vermoedelijk vindt ze het een flauw grapje. Als ik 't echter serieus zou menen, zou ze verdrietig zijn, of boos, of woedend; en terecht! Zal zo ook Hij die deze wereld inricht en onderhoudt, niet verdrietig zijn, of boos, of - met een bijbels woord - toornig, wanneer wij vertellen, suggereren of ook maar dènken. dat wat het nieuws ons bijeen zeeft aan ellende en rampspoed, dat dàt Gods schepping zou zijn? Wanneer we ons gedragen als stofzakstaarders door voorbij te zien aan alle moois en goeds dat er ook is? Wanneer we vergeten daarvan te genieten en er dankbaar voor te zijn.

Let op de schepping
Zo is er bijvoorbeeld geweldig veel moois en goeds in de natuur. In de schepping, waarvan Paulus (die haar ook heeft horen zuchten) zegt: Alles wat God geschapen heeft is goed (bent U ook geneigd hem te verbeteren: was goed?), wanneer het met dankzegging wordt aanvaard (1 Tim. 4: 4).
Een paar voorbeelden van al dat moois:
- de zon in de afgelopen vakantie,
- de regen op z'n tijd,
- de sterren, in afgelegen streken opnieuw ontdekt,
- de vogels om ons huis,
- de bloemen in de tuin, langs de weg.
Oppervlakkige voorbeelden? Had U betere verwacht op een Bijbelschool? Die zijn er vast wel. Misschien ook een betere titel voor dit verhaal: Sla de bijbel eens op. Nu, dat deden we al. Zo even lazen we Mattheüs 6. 'k Herinner U aan een paar woorden:
vers 26: Let op de vogels,
vers 28: Let op de bloemen.
Zo luidt het advies van de Heiland zelf. Niet aan zorgeloze vakantiegangers, maar aan z'n zorgenmakende jongeren. 't Gaat daarbij over niet-onbelangrijke levensvragen. Over het eten; "de honger", zouden wij zeggen. Over kleding; werk en vrede in onze tijd.
Vaak is van dit advies een karikatuur gemaakt: Een volwassene in korte broek achter vlinders en vogels aanhuppelend, blind en doof voor alle leed en ellende. Met een bloempje in een hoekje. Dat is een karikatuur, want de Heiland gaat verder. Hij vraagt activiteit: zoekt Gods gerechtigheid.
Een opdracht. Een verantwoordelijkheid. Bewogen jongeren kunnen er soms bijna onder bezwijken. Tegen hen zegt Hij: let op de juiste verhoudingen. Jullie boeven deze wereld niet te dragen. Een ander heeft die in zijn hand. Zo leert Hij ons de maat van onze verantwoordelijkheid. Let op de vogels en de bloemen, die Hij schiep en nog steeds verzorgt.
Aan dit advies herinner ik graag bij het begin van dit studiejaar, dat ook z'n zorgen en moeiten zal kennen.
Het opvolgen ervan is trouwens in de prachtige omgeving van de RBS niet zo moeilijk. Er zijn bovendien tegenwoordig uitstekende hulpmiddelen voor. 'k Ben dan ook blij dat er in de bibliotheek van de school naast Bijbels, pedagogische boeken en theologische literatuur ook staan: een sterrengids. wolkenatlas, flora en vogelgids.

Aarde en hemel
Het vorig cursusjaar overleed Prof. Veenhof, hij was lid van onze Raad van Advies. Lang geleden vertelde hij eens van zijn gewoonte om in de vakantie de hele Bijbel door te lezen, daarbij lettend op één bepaald aspect.
Dat zal wel zoiets geweest zijn als verbond, of Woord, of Geest. Dat advies heb ik eens opgevolgd, althans voor een deel. 'k Heb daarbij speciaal gelet op wat er staat over de natuur, de Schepping, het werk van Gods hand.
Het begint in Genesis 1, dat prachtige hoofdstuk met het refrein: het was goed, het was goed, het was zeer goed. Het eindigt in Openbaringen 22 met rivieren van levend water, bomen die twaalf maal vrucht dragen, waarvan de bladeren de volken genezen.
Dit begin en eind gaan over het paradijs, waarvoor de mens is geschapen.
Maar ook tussen die beide in is het indrukwekkend om te lezen hoe dicht mensen als Job, Jesaja, de Psalmisten leefden bij de natuur.
Ook van de Here Jezus lezen we dat Hij tijdens zijn omwandeling op aarde
- lette op de wolken en het weer, genoot van de bloemen (schoner dan Salomo),
- de vogels kende: mussen, duiven, gieren, raven,
- korenaren bestudeerde (30-, 60- en 100-voud),
- sprak van zon en maan en sterren,
- de vaste bergen als voorbeeld nam.
Hij lette op de aardse werken van zijn hemelse Vader. Die ze niet alleen schiep, maar ook onderhoudt. Dit laatste woord brengt ons bij een laatste punt waarmee de geest van onze tijd moeite heft.

Epicureën
In dit verband eerst een vraag: hebt U wel eens een Epicureër ontmoet? Confessie-kenners denken bij dit woord direct aan art. 13 van de Geloofsbelijdenis: "Wij verwerpen de verdoemelijke dwaling der Epicureën, dewelke zeggen dat zich God nergens mede bemoeit, en alle dingen bij geval laat geschieden." Die Epicureën leren we niet meer, maar hun leer is - in een modem jasje - levender dan ooit. De mens die God is kwijt geraakt, en daarom ook geen weet meer heeft van zijn plan met deze wereld, houdt niets beters over dan het toeval.
Het toeval is een zeer bekend en belangrijk verschijnsel in vele natuurwetten.
Een natuurverschijnsel wordt een surrogaatgod. Als vanouds, wordt een schepsel aangezien voor God. In de optimistische vorige eeuw leidde dat tot het evolutionisme. In onze pessimistische dagen tot het verdoemlijke doemdenken, om de gespderde taal van de vaderen eens te gebruiken. Tegen we leer helpt geen theorie.
Tegen evolutionisme geen creationisme .Tegen doemdenken geen positief denken. Tegen dit geloof helpt alleen gelóóf.

Geen baaierd
Het geloof in God, die deze aarde met haar bewoners schiep en nu draagt, Die een plan heeft en een toekomst belooft.
Wie alleen het zwarte nieuws hoort, wie alleen let op de immense macht, geconcentreerd in de handen van enkele mensen, komt uit bij de wanhoop, bij een baaierd, een holocaust.
Wie het evangelie kent, het goede nieuws, weet van een Heiland die juist in We moeiten zegt (Matth. 28 : 18 en 20): "Mij is gegeven alle macht in hemel en op de aarde" en "Ik ben met U al de dagen tot aan de voleinding der wereld". Zou het je geen andere kijk geven op de afloop van de wereldgeschiedenis, als je bij Jesaja (45 : 18) leest: God die de aarde heeft geformeerd, heeft gemaakt, heeft gegrondvest, heeft haar geschapen niet tot een baaierd, maar ter bewoning."
Dit is een opgave èn een belofte. Een belofte die we al kennen uit het eerste Bijbelboek, waar God na de vloed tot zichzelf zegt: "Ik zal de aardbodem niet weer vervloeken om de mens" en "Ik zal al wat leeft niet meer slaan, zoals Ik gedaan heb. Voortaan zullen, zolang de aarde bestaat, zaaiing en oogst, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht, niet ophouden." (Gen. 8 : 21, 22). Geen baaierd dus.

Trouw
We rekenen op God. Niet alleen voor de nieuwe aarde, ook voor déze aarde. Hier ligt nu onze taak; denk aan de zaaiing en oogst van zo even. Daarom is het een feest jonge mensen te ontmoeten die, ondanks het modedenken, vanuit een Bijbelse verwachting vol moed
- een gezin stichten,
- een vak gaan leren,
- een nieuwe opleiding beginnen.
Daarom is het ook een feest dit nieuwe cursusjaar te openen. We beginnen bet, zoals we gelukkig nog bijna al onze kerkdiensten beginnen, met het psalmwoord waarin zeer nadrukkelijk wordt verwezen naar Gods scheppingswerk: "Onze hulp is in de naam van de Here, die hemel en aarde gemaakt heeft", en waaraan we, vooral met het oog op de huidige tijdgeest, graag toevoegen: "Die trouw is tot in eeuwigheid, en niet laat varen het werk dat zijn hand begon".

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief