"Omdat gij de Heilige Gods bedroefd hebt..."

1983-11-04
  • Jaargang 27
  • nummer 41
Het is hard met alle pausen en vorsten van mening te verschillen, maar er is geen andere weg om aan de hel en de toorn van God te ontkomen.

Luther in brief aan vriend; ± 1520.

Deze heilige synode van Constanz, als algemeen concilie bijeen... verklaart allereerst, dat zij wettig in de Heilige Geest vergaderd... rechtstreeks van Christus een macht heeft) waaraan iedereen) van welke staat of waardigheid) ook de pauselijke) moet gehoorzamen in zaken die betrekking hebben op het geloof... en hervorming van de genoemde kerk in hoofd en leden.

Uitspraak van het Concilie van Konstanz 1415.

Twee dingen
Als we de loopbaan van Luther willen begrijpen, moeten we zeker twee dingen van de Kerk van Rome in zijn tijd weten: Er was een èchte drang om tot hervorming te komen èn er bestond een alternatieve opvatting over het uiteindelijke gezag in de Kerk: de uiteindelijke bevoegdheid lag volgens die visie niet bij de Paus, maar bij een door de paus bijeen te roepen concilie.
In oktober 1517 is Luther naar eigen besef nog vroom katholiek. Op 10 december 1520 verbrandt hij echter - zonder de geestelijke consequenties ervan te vrezen een pauselijke ban bul. De breuk met de Roomse Kerk is dan een feit. De vraag kan worden gesteld: hoe is de hervormer in zo relatief korte tijd zo van positie veranderd? En het antwoord ligt - althans ijten dele - heel simpel: hij is door de Rooms-katholieke geestelijkheid zèlf over de rand van het ravijn geduwd. Dat antwoord zal wel niet volledig zijn (in elk geval zegt het weinig over het Goddelijk ingrijpen in de historie); toch kan worden gezegd: menselijkerwijs is Luther het Protestantisme binnengeduwd door zijn verklaarde tegenstander Johannes Eek, professor te Ingolstadt. En dat beslissende moment vindt plaats in Leipzig in juli 1519.

Twee orden botsen
De hevige tegenstelling tussen Luther enerzijds en Eek anderzijds kwam voor een deel voort uit de controverse tussen twee geestelijke orden. Zowel Eek als de aflaatkramer Tetzel behoorden tot de orde der Dominicanen, de Predikheren.
Deze orde is vooral in de strijd tegen de ketters opgekomen en heeft een sleutelfunctie gekregen in nagenoeg elk ketteronderzoek. Luther is door zijn eigen Augustijnen-orde ter verantwoording geroepen, maar men heeft geen actie tegen hem ondernomen.
Eek, de theologische scherpslijper Eek, is het met die lankmoedige houding niet eens: hij zal Luther eens goed aanpakken!

Honderd jaar eerder
Voordat we stilstaan bij die dramatische gebeurtenis in Leipzig nog een ogenschijnlijke omweg. We gaan een eeuw verder in de tijd terug en komen bij het belangrijke concilie van Konstantz uit 1415. Dat concilie deed twee uiterst belangrijke dingen. Het eerste - en dat zal veel lezers niet onbekend zijn - is dat men Johannes Hus op de brandstapel zette. Hus was geen onbetekende persoon: hij was rector magnificus van de universiteit van Praag geweest en privé kapelaan van de Boheemse koning.
Maar hij wordt omgebracht, belangrijk of niet, met een keizerlijk vrijgeleide op zak of niet.
Een tweede, veel minder bekende, daad van dit concilie, maar van even groot gewicht, is het feit dat dit concilie een paus afzette. Nadat het formeel door deze paus was bijeengeroepen (die de bui overigens al lang zag hangen en halverwege de zitting dan ook vluchtte) zette het deze tenslotte af. Daarbij werd het stuk opgesteld dat boven voor een deel werd geciteerd.

Anders, maar hoe?
Nu terug naar Luthers tijd. Op geen enkele manier berust de gedachte.
op waarheid dat Luther in zijn tijd de eerste of de enige zou zijn geweest die over Hervorming sprak. Integendeel, volgens een tijdgenoot was er bijna geen gespreksonderwerp dat zó intens bij velen leefde als juist deze vraag: hoe de Kerk te hervormen "in hoofd en leden"? Maar één ding was wel verschillend en dat bleek van het grootste gewicht; terwijl de meesten de Kerk wel anders wilden hebben, ging het hun niet om leerstellige vernieuwing. Natuurlijk moest de macht van de Curie, de Vaticaanse bureaucratie, teruggedrongen.
Natuurlijk moesten bisschoppen strenger optreden tegen nalatige priesters of luie monniken.
Natuurlijk was de verkoop van kerkelijke ambten een groot kwaad. De hele structuur van de kerk moest op de helling; ethische, administratieve of wettelijke aangelegenheden moesten opnieuw bezien worden. Maar de gezagsoasis van de Paus, of het concilie, dat was niet “im Frage". Dat was allemaal wel in orde. Totdat Luther kwam.

Rood en goud of...
En ook Luther werd zich zijn positie slechts geleidelijk bewust.
Hij voelde zich absoluut niet schuldig aan de dingen die hem ten laste werden gelegd. En dus weigerde hij te herroepen. In gesprekken met een uit Rome gekomen kardinaal, Cajetanus, werd hij tegen de haren ingestreken. Deze had hooghartig gezegd slechts één woord van hem te willen horen: "revoco", ik herroep. Maar Cajatanus 'had lang op dat woord kunnen wachten ...
Evenzo was de zending van een andere pauselijke gezant, Karl von Miltitz, op niets uitgelopen. Die had een heel andere aanpak. Een (rode) kardinaalshoed voor Luther?
Die kon hij krijgen, mits hij niet meer lastig was. Luther had geweigerd, daarmee de ban riskerend, die in het vooruitzicht werd gesteld, als hij niet zou meewerken.
Zijn beschermer, Frederik de Wijze, krijgt de al lang door hem begeerde gouden roos, een kleinood dat aan een pauselijke onderscheiding verbonden was. Maar hoe dan ook, dat veranderde niet veel aan Luthers houding noch aan die van de keurvorst zelf.
En dan komt die gebeurtenis in Leipzig. De breuk kan ieder moment komen, maar er bestaat nog mogelijkheid tot verzoening met de Kerk. Het wordt allemaal anders door de activiteiten van Johannes Eek. Deze dominicaner geleerde wordt door de Lutherkenner Professor Kooiman getypeerd in de zin: "een groot man is hij echter niet geweest". Maar wèl een getalenteerd debater, een man die veel en veel beter in een discussie punten kan scoren dan Luther dat kon. Had Luther een helder verstand, een vaste wil en een grote integriteit, handig en snel in debat was hij niet. Hij liet zich in de hoek manoeuvreren waarin Eek hem haast zonder moeite dreef.
Het zou Eek zelf niet overkomen zijn! En het had een bewuste breuk met Rome ten gevolge. Als Eek had beseft wat hij deed, dan zou hij ... Maar dat is praten achteraf.

De pest in Leipzig
Dat die gebeurtenis in Leipzig plaatsvond is niet zo toevallig. Het was voor Luther in bepaalde zin het hol van de leeuw. De universiteit aldaar was gesticht door Duitse geleerden, die ten tijde van Hus' activiteiten en het door hem opgeroepen boheemse nationalisme uit Praak waren verdreven. Ze waren meer dan middelmatig gerbeten op alles wat maar met Hussitisme te maken kon hebben .. ' En Eek had zich voorgenomen te bewijzen dat Luther feitelijk niet meer de slotzaal van Hertog Georg met de baard mee te maken. "Het debat bewees dat Eek en debater was van ongewone bekwaamheid en met een opmerkelijk geheugen, en het deed Luther kennen als een ongeëvenaarde Bijbelkenner", zegt John Todd, een Engelse katholiek die over Luther een alleszins interessant boek schreef.
Zou Luther de aanvallen van Eek kunnen afslaan? Dat was de vraag die iedereen bezig hield. Ook de hertog zelf, die overigens veel meer van jagen dan van theologie hield, zat er voor zijn doen- aandachtig bij, de honden in zijn zij geklemd.
Allerlei kleine bijzonderheden zijn ons van dat debat bekend. Dat Eek een zweepje bij zich had en Luther een bloem droeg, waaraan hij zo nu en dan rook. Dat er ook een nar in het gebeuren optrad. Dat het debat weken duurde.
Maar het hoogtepunt kwam, toen de discussie over Luthers visie op Hus aan de orde werd gesteld. Luther was wel degelijk een Hussiet, meende Eck. Luther riep echter uit (ik volg hier het verhaal van prof. Kooiman): "Ik wijs de aanklacht af! Ik heb dit schisma nooit goedgekeurd. 't Gaat mij om eenheid en liefde."
De discussie werd verdaagd tot na het middageten. Die tijd ontbrak Luther echter aan tafel. Hij zat in de universiteitsbibliotheek de acten van het concilie van Constanz te bestuderen. Daar ontdekte hij dat Johannes Hus een kerkbegrip verdedigde, in wezen gelijk aan het zijne, en dat hij met moed de stelling had verkondigd dat waar de Heilige Schrift spreekt, pausen en concilies moeten wijken.
In de middagsamenkomst sprak hij het onomwonden uit: "Onder de artikelen van Hus vind ik er meerdere die christelijk en evangelisch zijn, die de Kerk niet kan veroordelen."
"Krijg de pest", riep hertog Georg uit."

En dus alleen de Schrift
Al kreeg Luther niet meteen de pest, hij kreeg wel de wind van voren. Want nu had hij het gedaan! Het gezag van de paus afwijzen, dat loon nog. Dan was hij een conciliarist. Pausen konden dwalen, maar meerdere vergaderingen niet. Hij bevestigde dus de besluiten van Constantz.
Dat deel hij. Totdat Eek hem liet zeggen - en hij nam die winst met graagte - dat dat concilie óók niet onfeilbaar was geweest! Zie maar naar haar handelwijze inzake Hus.
De paus was het niet. En het concilie ook niet. Toen had Luther geen traditionele gezagsbron meer over. Behalve, zeg maar, de later zo bekend geworden spreuk Sola Scripture. Alleen nog maar de Schrift. En moeten we misschien aanvullen: het geweten van ieder mens, zoals deze voor Gods aangezicht staat. En toen was hij feitelijk katholiek af.

Sta op, Heer
De kogel was door de Kerk. De veroordeling zou spoedig volgen.
De katholiek Todd velt een hard oordeel over de wijze waarop die veroordeling door de Kerk van Rome tot stand kwam: "De procedure had alles van het gemanoeuvreer van lieden die sleehts om hun eigen reputatie bekommerd zijn en voor wie de waarheid, die van de feiten en van de leer, geen enkele rol speelde..."
De betrokkene zelf hechtte er ook gen waard meer aan. De bul “Exurge domine" (Sta op, o God. Ken toch uw rechtsgeding. Gedenk de smaad die de dwazen u de ganse dag aandoen; Psalm 74: 22) werd voorafgegaan door een aantal officiële verbrandingen van boeken van Luther. Maar degenen die die boekverbrandingen moesten organiseren hadden het tij niet mee. Mensen weigerden om zich akkoord te verklaren. In Mainz, de residentie van aartsbisschop Albrecht (om wiens aflaat alles begonnen was) zou de beul de brand in de papieren steken.
"Toen keerde hij zich tot de menigte en riep: mensen, zijn deze boeken wettig veroordeeld?" Van alle kanten schreeuwde men: "neen"! De beul stapte van het schavot en weigerde dienst." (Kooiman). "Op verschillende plaatsen vervingen de studenten Luthers boeken door papierafval of boeken waarin Luther werd aangevallen." (Todd).

Vuur inWittenberg
En dan komt de beroemde verbranding van de bul zelf. Eenenveertig stellingen van Luther werden als ketters verworpen. Op 15 juni in Rome uitgevaardigd, werd deze pas op 3 oktober te Wittenberg bekend. Op 3 december 's morgens om 9 uur verzamelde zich een menigte mensen, studenten en anderen, om mee te maken hoe Luther de brand stak in wat exemplaren van het kerkelijk wetboek en de betreffende bul. "Omdat gij de waarheid Gods bedroefd hebt, vertere u het eeuwig vuur"
(volgens een andere versie: "omdat gij de Heilige des Heren (d.w.z. Christus) hebt aangetast, moge God thans door dit vuur u aantasten, sprak hij. De aanwezigen zeiden plechtig "Amen", alsof het een liturgie betrof. De studenten zongen plechtig een "Te Deum" en hingen de rest van de dag de beest uit! Ze verkleedden zich, maakten een namaakbul en reden door de stad om boeken van Eek te verzamelen voor een groot vreugdevuur, dat later die dag werd ontstoken.
Op 3 januari 1521 was de excommunicatie formeel een feit. Een laatste woord van Luther: "Ik heb gezegd (hij bedoelde bij het dispuut te Leipzig, PJvK) dat het concilie van Constantz een paar stellingen van Hus veroordeeld heeft, die waarlijk christelijk waren. Ik herroep dat. Alle stellingen van Hus waren christelijk en door hem te veroordelen heeft de paus het Evangelie veroordeeld."
Het moet een soms adembenemend kijk- en luisterspel zijn geweest om de confrontatie tussen die twee in dan een Hussitische ketter was, iets dat Luther simpelweg ontkende.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief