Verloren en gevonden in drievoud
1983-12-02
De drie gelijkenissen, die Jezus in dit hoofdstuk vertelt, vormen een soort drieluik. Het thema blijft gelijk, de decors wisselen.- Jaargang 27
- nummer 43
Ook nu is er weer een concrete aanleiding waarom Jezus deze gelijkenissen vertelt. Het gemor van de farizeeërs. De zedenmeesters. Zij zeggen (vs. 2): “Deze ontvangt zondaars en eet met hen:" Ook Mattheüs heeft een soortgelijke situatie beschreven (Matth. 9 : 9-13). Toen hebben de farizeeërs de discipelen van Jezus bestookt met de vraag: “waarom eet uw meester met tollenaren en zondaren?” Jezus, hun vraag horende, antwoordt: “Zij, die gezond zijn, hebben geen geneesheer nodig, maar zij die ziek zijn. Gaat heen en leert, wat het betekent: Barmhartigheid wil Ik en geen offerende; want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars,"
De zedenmeester is gauw klaar met mensen die aan de zelfkant van de maatschappij leven. Daar zullen ze het ook wel naar gemaakt hebben.
Laten zo! Aan wat verloren is moet je je kostbare tijd en energie niet spenderen.
Van Jezus lezen we telkenmale in het evangelie, dat Hij met ontferming bewogen is over mensen in hun ellende. Maar Hij is dan ook geen zedenmeester. Hij is de genade Gods, heilbrengend voor alle mensen. En God w:ilniet de dood van de zondaar, maar dat hij zal leven.
In deze drie gelijkenissen gaat Jezus dieper in op het verloren raken.
Hoe mensen terecht komen buiten de lichtkring van Gods heil en de wijze waarop God er mee omgaat. In de eerste gelijkenis gaat het over een schaap, dat de kudde is kwijtgeraakt en niet mee terugkeert naar de stal. Dit beeld is in de Bijbel hèt beeld voor het afdwalen.
In het afdwalen proef je iets van eigenzinnigheid en onwilligheid. Het in verzet komen tegen de kudde, de gemeenschap, die de persoonlijke vrijheid beperkt. Mensen verkiezen, wat ze noemen de vrijheid boven de gemeenschap. Een kudde belemmert de levensontplooiing.
In de tweede gelijkenis ligt de situatie anders. Hier is geen sprake van schuld of opzet bij degene die verloren wordt, eerder van onachtzaamheid bij degene die verliest.
De schelling wordt verloren. Op zeker moment was de vrouw hem kwijt. Dat kan gebeuren. Dingen kunnen zoekraken. Kunnen haast ongemerkt verloren raken. Dat is bij mensen ook zo. Mensen kunnen soms zo maar uit je midden verdwijnen. Je ziet ze niet meer in de kerk zitten. Hé, waar zijn zij gebleven? Ik heb ze al een hele tijd niet meer gezien.
In de derde gelijkenis is het wéér anders. Een zoon eist z'n erfdeel op. Forceert opzettelijk een breuk met z'n vader. Hier is geen sprake van verdwalen of kwijtraken, maar nu is het verloren zijn het gevolg van een bewuste keus. Ik breek er "mee.
In de praktijk is het wel eens moeilijk om uit te maken, waar nu precies de grens ligt tussen verdwalen, zoekraken en breken. Wanneer spreek je nog van verdwalen en waar ligt het moment, dat je moet constateren: hier heeft iemand gebroken.
Als het goed is, dan is er allereerst de pijn, het verdriet om het verlies, dat je lijdt. Dat je niet bij machte bent geweest om iemand vast te houden. En die pijn uit zich niet in klagen en beklagen, maar die pijn uit zich in de zorg om het verlorene. Je laat het er niet bij zitten, dat iemand de vernieling in gaat, de zelfkant van het leven opzoekt, zich vervreemdt van de gemeenschap.
Tenminste, dat is Gods stijl niet! God laat het er niet bij zitten, wanneer Hij iemand mist.
Je ziet dat heel duidelijk gebeuren in de eerste en tweede gelijkenis, De herder laat er zelfs de hele kudde voor in de steek om dat éne schaap terug te vinden. De vrouw keert het hele huis met bezems om de schelling, die voor haar zeer waardevol is, terug te vinden.
Wanneer het verlorene wordt teruggevonden is er feest. Zowel de herder als de vrouw geven lucht aan hun blijdschap: "verblijdt u met mij, want ik heb het schaap (de schelling) gevonden, die ik verloren had." Het terugvinden monidt uit in feestvreugde. Dan moet de vlag worden uitgestoken, dan gaan de voeten van de vloer.
De herder is blij, de vrouw is blij en zo is er, zegt de Here Jezus, ook blijdschap in de hemel over één zondaar die zich bekeert. Ook in de hemel wordt de vlag uitgestoken en de engelen klappen, bij wijze van spreken, in hun handen van blijdschap.
De gelijkenis van de verloren zoon verschilt op dit punt aanmerkelijk met de eerste en tweede gelijkenis.
En dat heeft te maken met de wijze waarop de zoon een verloren zoon wordt.
Hij breekt definitief. En dat definitieve van de breuk wordt hier zichtbaar gemaakt doordat hij z'n erfdeel opeist, te gelde maakt en vertrekt. Er vindt een vroegtijdige boedelscheiding plaats als zou de vader al gestorven zijn.
Nu moet je hier niet enkel denken aan een gezinssituatie, waarbij ouders en kinderen niet verder komen met elkaar. Er is een kloof gegroeid tussen een vader en z'n zoon, tussen een moeder en haar dochter. Een kloof, die het pijnlijkst wordt ervaren, waar het gaat om de diepste dingen van het leven. Waar het gaat om de geestelijke band met de hemelse Vader van onze Here Jezus Christus. Als je nu alleen denkt aan het gezin dan is dat een versmalling.
Het gaat om meer. Het gaat om het Koninkrijk van God, om het zich los maken uit het gezin van de hemelse Vader. Soms kom je in de gemeente voor de pijnlijke situaties te staan, dat je elkaar niet meer verstaat, dat je ook niet verder kunt praten met elkaar. En dat doet verschrikkelijk veel pijn.
Het opmerkelijke van deze gelijkenis is nu, dat de vader z'n zoon niet achterna gaat, wanneer hij de wereld is ingetrokken. Het zou ook geen zin hebben. De vader en de zoon, ze waren uitgepraat met elkaar. Dat is wel eens de realiteit, dat je zo lang met elkaar gepraat hebt, dat je elkaar niets meer hebt te zeggen. En dan moet je er ook niet meteen achteraan gaan.
Iemand weer terug slepen. Wat dan wel? Nou, hou de deur open. Dat doet ook die vader uit de gelijkenis, hij zorgt er voor dat de deur open staat en dat z'n huis een open huis is. Dat lees je ook met zo veel woorden in vs. 20: "En toen hij nog ver af was, zag z'n vader hem en werd met ontferming bewogen". Die vader bleef er rekening mee houden dat z'n zoon ooit nog eens zou terugkeren.
Dat hoopte hij en daar was hij ook klaar voor. De deur stond open.
Nou moet u niet zeggen, ja een mooie jongen is dat! Met een grote mond loopt hij weg, maar als het water hem tot de lippen komt, dan weet hij de weg naar huis wel te vinden.
Is dat geen moralistisch gepraat? Daar moet een christen niet aan mee doen. De bekering van een mens is een gecompliceerde zaak en dat hoef je niet tot op het bot toe uit te benen. Dat doet die vader toch ook niet? Die sluit z'n zoon in de armen, geeft hem schone kleren en maakt er een kompleet feest van. En ook nu gaat de vlag uit!
Dat moralisme kom je tegen bij de broer, die het liefst de deur op slot had gedaan. Eens een zondaar, altijd een zondaar. Hij is het tegenbeeld van de vader. Ook hij heeft z'n broer zien vertrekken. Hij is getuige geweest van die trieste confrontatie tussen vader en zoon. Hij heeft het verdriet van zijn vader gezien, maar heeft hij het ook geproefd? Heeft hij ook zelf de pijn gevoeld, omdat z'n broer de ondergang tegemoet holde?
Moralisme is in de christelijke kerk een groot gevaar. De moralist, de zedenmeester zegt, wanneer hij iemand in de goot ziet liggen: had 'ie maar niet zo stom moeten zijn. Moralisme kweekt kille en harteloze mensen, die het met zichzelf ó zo goed hebben getroffen.
En kijkt de Here Jezus hier niet met een half oog naar de farizeeërs, die zich ergerden omdat Hij aan tafel feestvierde met tollenaren en zondaren?
In dit verband is het misschien ook goed om nog eens te letten op die zinsnede uit de eerste gelijkenis: "Ik zeg u dat er blijdschap in de hemel zal zijn over één zondaar die zich bekeerd, meer dan over negen en negentig rechtvaardigen, die geen bekering nodig hebben" (vs. 7).
Bekering! Dat wordt in de derde gelijkenis omschreven als "opstanding uit de doden". Vinden van het verlorene is meer dan het vinden van het kwartje dat je bent kwijtgeraakt. Het is ingaan in het leven. "Mijn won hier was dood en is weer levend geworden", En wie zou er dan geen feest vieren? De Heer is goed voor ons!