Huisbezoek

1983-12-09
  • Jaargang 27
  • nummer 44
“Trouw" van 3 dec. had een volle pagina over het kerkelijke huisbezoek, met een geestig cartoon van de dominerende dominee in de grootste stoel, een dikke sigaar, een streepjesbroek en een zwart jasje en de leden van het gezin luisteren eerbiedig naar hetgeen Zijn Eerwaarde ambtelijk naar voren brengt. In het artikel, het is van J. G. A. Thijs, wordt geregistreerd hoe in de steden en op het platteland nog huisbezoek gedaan wordt en hoe er kleine verschillen zijn tussen de tradities "rechts" en de modernere aanpak "links". De vragenlijsten van vroeger worden niet meer afgewerkt.
Eertijds had je die. "Gaat iedereen in dit gezin trouw twee maal 's zondags ter kerke? Gaan de kinderen trouw naar de catechisatie? Worden de jeugdverenigingen bezocht, de mannen- en de vrouwenvereniging? Heeft men nogal stichting onder de prediking?" Enz.
In vele gemeenten gaan de broeders niet meer twee aan twee, omdat, zoals prof. Dijk indertijd al betoogde, men gemakkelijker spreekt als er maar één bezoeker is, en het vertrouwelijke karakter van het huisbezoek dan ook beter gewaarborgd is. In het artikel van Thijs wordt ook de mening weergegeven van W.Meijer (vrijgemaakt) dat het huisbezoek niet afgesproken maar afgekondigd of aangekondigd moet worden.
Niets geen verhalen dat het niet schikt, want de mannenbroeders zijn Christus' ambassadeurs en daar moet alles voor wijken. Ik geloof, dat ik daar al eerder eens bezwaar tegen gemaakt heb. Ambassadeurs moeten zich bescheiden opstellen in het land waarheen zij gezonden zijn. De huisbezoekers zijn gast in het gezin dat zij bezoeken. Zij komen niet om de lakens uit te delen en zeker niet om tussen de lakens te kijken. Ik heb het wel meegemaakt dat de gastheer of de gastvrouw het gesprek met gebed begon en met de lezing van een gedeelte uit de Schrift en dat is goed, want de ambtsdragers komen het Woord niet in het gezin brengen: het Woord woont daar al en het deed Zijn werk, allang voordat de broeders kwamen.
De broeders die op huisbezoek gaan, moeten dus maar geen verbeelding hebben en ik vermoed ook dat zij zelf van de huisbezoeken geen hoge dunk hebben. Na het éne bezoek denk je: We hadden veel minder fors moeten spreken; na het volgende denk je: we zijn te slap geweest, we hebben de kern niet geraakt, we zijn aan de oppervlakte gebleven. Je fietst als huisbezoeker tenslotte naar je eigen huis terug met een vervelend gevoel van gefaald te hebben. Er wordt door ouderlingen gezegd, dat dominee maar geen huisbezoek moet doen, omdat hij zijn tijd beter gebruiken kan. Dat argument is tekenend voor hun waardering van het traditionele jaarlijkse huisbezoek. Juist daarom denk ik, dat het goed is, om bij die traditie te blijven. Als het geen "efficiënte tijdsbesteding" is, dan kon het wel eens het beste werk zijn. Als we vermoeden, dat we geen enkel huisbezoek goed gedaan hebben, leren we dat in zwakheid dé kracht wordt volbracht.
Dat blijkt ook zo nu en dan.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief