Een nieuwe bundel van Geert Boogaard
1983-12-09
Geert Boogaard heeft ook weer een bundel gepubliceerd: Voorlaatste Stilte; uitgever is Callenbaoh, prijs f 12,50. Boogaard is to langzamerhand bij de lezers van Opbouw genoeg bekend, ik hoef maar weinig over hem te zeggen.- Jaargang 27
- nummer 44
Zijn nieuwe bundel is goed, we vinden er geen pathos in, maar woorden van een broeder in Christus die steeds dichter naar de dood toeleeft, die wéét van een verbond en van verzoening, die even goed een open oog beeft voor wat hier op aarde aan de hand is. Hier geen gemakkelijk rijmende verzen, ook geen poëzie die in feite alleen maar te waarderen is door een zekere elite; nee, een woordspel waarin grote en kleine tragiek tot uiting is gebracht en waarin een diep Godsvertrouwen doorklinkt. Boogaard verdient het dat de lezers kennis nemen van een gedicht als:
Opname
Niets van gemerkt
dat ze me op een brancard
in een ambulance
schoven, wegreden,
binnenreden in
het ziekenhuis
en vier uur bezig waren
om me te behouden;
uiteindelijk zei
de dokter terwijl hij
naast me stond en
zijn rechterhand
op mij legde: We gaan nu
de goeie kant op;
de goeie kant op
dacht ik, dat is
de kant van
het Koninkrijk,
ze hebben me gered
omdat het Koninkrijk
komt, daarom hebben
zij zich zo voor me
ingezet en het zweet
in hun handen
gehad, daarom zei
die zusterzo nieuw:
Goeiemorgen.
Over dat balanceren tussen dood en leven staat er nog meer in deze bundel. Maar zoals ik al zei, telkens klinkt het vertrouwen door in God, Die de eerste en de laatste is. Ook in het leven van elk mens. De aandacht voor de aarde ontbreekt niet, Boogaard heeft oog voor het sociale onrecht dat er geweest is en dat er is. Terecht laat hij uitkomen dat de christenen dikwijls te weinig ernst hebben gemaakt met teksten als: "Ik was hongerig en jullie hebben Me niet te eten gegeven".
Het laatste gedicht uit deze bundel neem ik ook over:
Testamentair
Tussen sterven
en begraven
zal er wel een stem zijn
die voorleest
uit tenach
en evangelie
en dat is goed.
Wel heb ik
een verzoek:
Laat er door niemand
worden gezegd
dat mijn geloof
groot was.
Onder de na te laten
stukken is een
liturgie en voor wie
verkondigt schreef ik
reeds de tekst:
Deze mijn zoon was dood
en werd weer levend.
Slotlied: Jeruzalem,
mijn vaderstad.
De bundel heeft mij ontroerd. Ook dat laatste gedicht. Ik denk: Wat is er onder de na te laten stukken van mij te vinden? Daar staan b.v. vier grote multomappen vol papier die getuigen van kerkelijke moeite en strijd: in feite één groot fiasco. Ik zou willen dat ik zo kon schrijven als Boogaard, figuurlijk en letterlijk.