Dan is je ruitje beslagen (3)
1976-11-12
III. 1. "Leerstof zijn we en tot leerstof zullen we vergaan" verzuchtte een student bij het zien van zijn overvolle agenda. Er valt inderdaad heel wat te doorvorsen onder de zon, er komt zelfs geen einde aan (Prediker 12: 12). Feitelijk is leerstof de optelsom van de verworvenheden van het menselijk geslacht. De ontdekking van het wiel. van het tientallig stelsel, van de communicerende vaten, van de wapenkunde, van de wankelmotor, het behoort allemaal tot "the configuration of learned behaviour and results of behaviour whose component elements are shared and transmitted by the members of a particular society. 1) Er zijn zelfs instituten gesticht, door ons scholen genoemd, die deze leerstof zo goed mogelijk willen overdragen, doorgeven aan de komende generatie. Een leerplichtwet dwingt de jonge mens om deze kennis-consumptie te aanvaarden.- Jaargang 20
- nummer 44
De vraag klinkt steeds luider naar de zin van deze consumptiedwang.
Het terug-naar-de-natuur, het verlangen naar een land waar het leven goed is, al die symptomen van een neoromantisch naturalistisch levensideaal, hebben hun invloed op de doelstelling en keuze en de ordening van de leerstof niet gemist. Er wordt zelfs gepleit voor een ontscholing van de maatschappij. In Nederland zal dat zo'n vaart wel niet lopen. Recentelijk noemde een hoogleraar de universiteit een vorm van z.u.l.o., van zeer uitgebreid lager onderwijs. Hij signaleerde een didaktische ruk naar rechts, van het opnieuw binnenhalen van het encyclopedische kennisideaal. Dat de studenten op een zo breed mogelijk terrein zo veel mogelijk kennis wil bijbrengen.
Het catechisatie-onderwijs heeft ook zijn leerstof. De inhoud ervan wordt gevormd door woorden, gedachten, verhalen, die we de moeite waard vinden om door te geven. We worden herinnerd aan een woord uit Deuteronomium 6 : 6, 7. 'Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn, gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer bij opstaat: Inzake deze vorm van onderwijs geldt een heilige leerplicht!
De keuze van de leerstof nu wordt volgens het model van de didaktische analyse bepaald door:
a. de doelgerichtheid - leerstof moet waardevol zijn voor het bereiken van de gestelde doelen;
b. de beginsituatie de leerstof moet in overeenstemming zijn met de mogelijkheden der leerlingen. 2)
Over doelstellingen hebben we al geschreven: ze kunnen liggen op cognitief, affektief of psychometorisch gebied. De scheiding tussen cognitief (hoofd) en affektief (hart) werd arbitrair genoemd.
Binnen de cognitieve niveaus bleken duidelijke verschillen te bestaan.
Veel van wat we lezen noemen, ligt op het meest eenvoudige kennisniveau, nl. op het niveau van concrete afvraagbare kennis, waarbij een beroep wordt gedaan op het geheugen. Hier is de invloed merkbaar van Herbart, die stelde dat denken louter uit een associatie van voorstellingen te verklaren is. Nieuwere inzichten (Külpe, Bülke, Ack) wezen op het belang van het leren oplossen van problemen. Het is verstandig om doelstellingen te frmuleren; het dwingt tot bezinning, tevens kan men dan beter toetsen of de doelstellingen zijn gerealiseerd. Als voorbeeld van een doelstelling van het catechisatie-onderwijs zou de uitspraak van prof. C. Veenhof kunnen dienen, die onlangs schreef: "Met weinig woorden kan men tevreden zijn. Het christendom van vandaag zou gered zijn, als ieder b.v. de twaalf artikelen geloofde." Wat opvalt is dat veelweterij wordt afgewezen, maar de weinige kernwoorden moeten het hart vervullen en de mond moet er dankbaar van spreken.
Een verkenning van de beginsituatie rnaakte duidelijk dat niet alle kinderen gelijk zijn. Er zijn verschillen in leeftijd, milieu, geografische herkomst, prestaties, begaafdheid, belangstelling, werken leef tempo, speciale behoeften (handicaps) en sekse.
De ordening van de leerstof kan op verschillende wijzen gebeuren. 3) Enige voorbeelden zijn: a. de cursofische volgorde: de leergang wordt opgebouwd vanuit drie overwegingen, teweten de innerlijke logica van ‘t vak, opbouw van gemakkelijke problemen naar moeilijke problemen, herhaling en oefening voordat met nieuwe onderdelen verder wordt gegaan; b. exemplarisch: steeds worden zodanige zaken aan de orde gesteld, dat de gestelde problematiek een 'typisch' voorbeeld is van het hele vakgebied waaruit de leerling naar analogie zelf verder kan zoeken.
Wanneer we rekening willen houden met de verschillen tussen onze catechisanten, zouden we een differentiatie in keuze en ordening van de leerstof kunnen overwegen.
Van Gelder noemt er vier:
a. differentiatie naar duidelijk aangegeven niveaus, met stofvermeerdering en grotere moeilijkheden per niveau;
b. differentiatie in kern- en keuze-opdrachten: in samenspel van docent en student wordt een keuze gemaakt;
c. differentiatie, vervat in voor ieder gelijke opdrachten: in de uitwerking is uitwaaiering naar prestatieniveaus mogelijk
d. differentiatie, die 'natuurlijkerwijs' optreedt in
opstel,tekening, handvaardigheidsopdrachten enz. 4)
De gedachte om binnen een groep catechisanten te differentiëren, lijkt misschien wat discriminerend.
Zijn we juist in het geloof niet allen één, geldt dat ook niet voor de kinderen van de gemeente?!
Toch moet het ons iets te zeggen hebben dat het differentiatie-beginsel binnen het onderwijs aanvaard is. Misschien hebben de catechisanten wel recht op onderwijs dat a. exemplarisch is; b. als cognitieve doelstelling mikt op begrip en toepassing van het geleerde en gedifferentieerd wordt aangeboden.
Het is maar een vraag, over het antwoord zou nagedacht kunnen worden. Misschien in een commissie die zich bezighoudt met Leplacaton. Om u voor verbalisme te behoeden: Leerplan catechisatie-onderwijs!
1) R. Linton, The Cultural Background of Personality, London 1964.
2) L. v. Gelder. Didactische Analyse I, p. 88, Wolters-Noordhoff, Groningen.
3) W. M. Hopman, Lessen over Lessen, p. 115, Stafleu, Leiden.
4) L. v. Gelder. Didactische Analyse I. p. 92, Wolters-Noordhoff, Groningen.