Waswater en zo

1976-11-12
  • Jaargang 20
  • nummer 44
Water staat vrijwel gelijk aan leven. Ons lichaam bestaat voor meer dan negentig procent uit water. Waar het water ontbreekt vloeit het leven uit ons weg. Iemand die stervende is noemt men in het Engels dying. Maar iemand die aan dorst sterft is starving: dat is nog wat erger dan gewoon doorgaan.

Iemand vertelde me eens, dat op Arabische munten te lezen staat: Allah is groot, Allah schept het water. Geen wonder, dat men in de Oosterse hete landen in het water het leven ziet. Dat deed David trouwens ook: hij noemde de Heere "levensbron" in psalm 36. En ook de Heiland sprak: "stromen van levend water" zullen uit ons binnenste vlieten, wanneer we in Hem geloven.

Er zijn talen, die hun allerbeste, hun sterke drank betitelen met "water des levens", levenswater of levend water. Denk maar aan het Franse eau-de-vie en het Deense aquavit. In deze kolom is u al eens verteld, dat het Engelse whisky niets anders betekent dan water-des-levens.
Het komt uit het Keltische uisge beatha (spreekt u maar uit als oewiskie biéhü) en u bent er al. Want uisge is water en beatha is leven. Ook wodka moet levend water betekenen, zegt men.

Wanneer water zo'n belangrijke vloeistof is, welgeteld de tweede na bloed, begrijpt u dat het iemand moeite kan kosten water anders te gebruiken dan om te drinken. We denken gauw aan morsen, verkwisten.
Ja, wij die in het Zeeuwse wapen een zwemmende leeuw zien, kunnen heel wat water aan. Maar voor anderen ligt dat heel anders.

Een econoom mediteerde eens over wat u zou doen, wanneer u na weken droogte een paar emmertjes water zou krijgen. Het eerste, zegt hij, zou u gebruiken om uw dorst te lessen. Het tweede om uw eten in te koken. Het derde om uw gezicht mee te wassen. Het vierde om uw kleren te verschonen. Het vijfde om een bad te nemen.

Het zesde ... om uw huis schoon te maken. Het laatste - wel, daar zou u de stoep mee schrobben. Want zo bent u, zo is de Nederlander. Buitenlanders zien er ons op aan: daar wassen ze de straat met kostbaar drinkwater, zegt men. Waaruit u kunt zien hoe betrekkelijk dit alles is.

Toch: naarmate u over meer water beschikt des te nederiger wordt zijn bestemming. U komt aan het wassen toe, zodra u geen dorst meer hebt.
En dat is goed, dat wassen. Zindelijkheid mag gerust bij de christelijke deugden worden gerekend; de Bijbel is er vol van.

De eerste keer dat we "voeten wassen" tegenkomen is bij Abraham in Genesis. Die kreeg bezoek van drie mannen, waaronder de Engel des Heeren. Abraham bood hun gastvrij waswater, eten en rust aan. Water en welkom - hebben die iets met elkaar te maken? Jazeker. In het Keltische woord beatha, dat u hiervoor tegenkwam, zit niet alleen "leven"; maar, als u de woordenboeken wilt geloven, ook voedsel, welkom, groet! Als dat in het Keltisch zo is, kunt u er zeker van zijn dat dit in vrijwel alle andere talen zo gaat. Want hier zit een diepe zin achter.

Wanneer later de Heiland zich bij zijn farizese gastheer beklaagde, dat Hem geen voetwassing geboden was, betekent dit: Hij was eigenlijk niet welkom. Het was geen omissie - het was een belediging.

Ja, bij Abraham kwam u die voetwassing tegen. En later komt u die eindeloos in de Bijbel tegen. Je zou haast zeggen: het is een typisch Bijbelse aangelegenheid. Het was in het Oosten een beleefdheidsgebaar, waar het "welkom" uit sprak. Het was bovendien nodig, voor alle betrokkenen, om enige zindelijkheid in huis te betrachten. De begrippen rein en onrein hebben bijna steeds met water te maken.

En naast de letterlijke reiniging door het voeten-wassen kwam er de figuurlijke bij. Iemand de voeten wassen ... dat betekent gewoon: iemand dienen. Denk aan Elimelech, Abrahams knecht, op bezoek bij Laban. Denk aan Jozefs broers op bezoek in Egypte. Hun werd een beleefde groet gebracht.

Begrijpelijk dat Jahwe, die op reinheid, op zindelijkheid is gesteld, aan zijn priesters opdroeg: zij zullen hun handen en voeten wassen: opdat zij niet sterven (Ex. 30 : 21). En daarom werd er een centraal watervat bij de eredienst opgesteld, met een aantal rijdende filialen.
De grootste onreinheid, de ellendigste ziekte die erdoor veroorzaakt werd, was de melaatsheid. Wat een wonder dat iemand, die van melaatsheid mocht komen te genezen, zich volkomen moest wassen en zich door de priester laten inspecteren. Zelfs het huisraad van een onreine moest gewassen worden en kreeg een quarantaine-periode. En iemand die aas gegeten had, zeg maar een verwond kuddedier of een dood aangetroffen hert. moest zich wassen en een incubatietijd afwachten.

Wie het niet deed stond zelf schuldig als hij er narigheid door kreeg. Vandaar ook dat de Joden het Jezus' discipelen kwalijk namen. dat die geen ceremoniële handwassing voor het eten verrichtten.
Ze overtraden zo “de overlevering der ouden".

Maar zowel met die ceremonie als met het woord overlevering gaven ze zich bloot: dat ze slechts een dode vorm zagen. Ze waren de reële achtergrond van deze reinheid vergeten. Want de voetwassing was een hol gebaar geworden. Ze wasten, zei de Heiland, wel de drinkbekers - maar die bekers waren vol onmatigheid!
Misschien is voor dit misverstand wel enige verklaring te vinden. De voet- en handwassing had inderdaad een tweede functie gekregen.

Naast het doden van 99% der bacteriën kwam er ook het zinnebeeld bij. Wie zijn handen waste betuigde symbolisch: dat hij onschuldig was. Dat begon al in Deut. 21. Als er een moord gepleegd was door een onbekende, moesten de omwonenden samen een koe slachten en hun handen wassen. Om te verklaren dat ze er niets mee te maken hadden, en daar iets voor óver hadden. In psalm 26 zei David: ik was mijn handen in onschuld. En Asaf zei in ps. 73: tevergeefs heb ik mijn handen in onschuld gewassen.

Zo kreeg ook het gebaar van Pilatus zin: hij waste zijn handen in het publiek; hij wilde ieder doen weten dat hij met de slechte afloop niets te maken wilde hebben. Ook vandaag zeggen wij nog onder elkaar: ik was mijn handen in onschuld; hoewel die term niet overtuigend meer klinkt sedert Pilatus.

Voeten wassen kreeg bovendien de betekenis van dienen, zeiden we.
Het is wat, om op één knie voor je medemens neer te gaan en je neus boven zijn voeten te houden. Ook het werk zelf kon je beter aan een slaaf overlaten. Abigail zei tegen David: dat ze bereid was de voeten van zijn knechten te wassen; wel het toppunt van nederigheid. als je tot koningin gevraagd bent.

En als voeten-wassen gelijk staat met dienen. bedienen. begrijpt u welke moeite de discipelen ermee hadden. de minste te zijn. Er was blijkbaar geen bediende bij de hand. Maar de Heiland loste de verlegenheid op: Hij nam water en handdoek en leerde hun, hoe je de meeste kunt zijn. Daarmee heeft het gebaar van “elkaar de voeten wassen" de zin gekregen. die onder christenen nog in hoog aanzien staat.

Je vernedert jezelf om de ander vooruit te helpen. Paulus zei van de goede weduwen: dat ze de voeten der heiligen hadden gewassen.
Soms ging de wens boven de minimale voetwassing uit; streefde iemand naar een totale wasbeurt. David vroeg om “geheel" gewassen te worden van zijn ongerechtigheid, psalm 51. Hij bedoelde: geheel ontzondigd te worden. Toen Petrus doorkreeg dat hij zich de voeten moest laten wassen door de Heiland, vroeg hij om een complete wassing.

Maar de Heiland citeerde Mozes: de voeten zijn voldoende voor het geheel; pars pro toto. Petrus moest de zin van de welkomstgroet verstaan en moest de zin van de nederigheid begrijpen.

Er is een sterke samenhang tussen ziel. lichaam en geest. Beïnvloeding van het een heeft een uitwerking op het ander. Fris gewassen "voelt" u zich “een ander mens". Als herboren voelt u zich, als u eens heerlijk gezwommen hebt.

Zo is de samenhang van de voetwassing met onze innerlijke reiniging ook zonneklaar. In Hebreeën heet het: laten we toetreden (tot Gods heiligdom) met een waarachtig hart,dat door besprenging gezuiverd is van besef van kwaad; (dat is dan door besprenging met het bloed van Christus) en met een lichaam. dat gewassen is met zuiver water.

Neemt u dat maar letterlijk ook. Gaat u voor kerktijd maar even in het bad. Het ruikt in, de kerk frisser tussen gewassen mensen dan tussen onreine kerkgangers. En het is voor uzelf het beste. Het zondagse bad is een deel van uw voorbereiding tot de sabbath.
Het zit hem niet in dat bad, zegt u? Natuurlijk niet. Zonder schuldbelijdenis en gebed blijven we onrein. Maar behalve het zondagse gebed en de speciale zondagse Schriftlezing (leest u ook zo graag op zondagmorgen psalm 100, of 122 of 132?) zijn ons zondagse pak en een fijne wasbeurt toch wel werkzame onderdelen, heilzame details, zeer op hun plaats. Het verzuim kan uw zondagse zegen lelijk aantasten.

En dan heb je mensen, die in hun handen wrijven als ze een ander in moeilijkheden zien komen. Niet dat ze hardop zeggen: dat gun ik hem nu net precies. Maar ze maken wel zo'n vergenoegd gebaar van: ik sta onschuldig, ik heb het hem niet geflikt, maar moet u eens op letten.

En tenslotte, wanneer u eenmaal naar sprekende gebaren gaat kijken, let eens op wanneer een spreker steeds van die handwasgebaren maakt. Die mensen moet u in de gaten houden. zeggen psychologen.
Ze zitten vol schuldgevoelens, waarvan ze zich zouden willen ontdoen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief