Een teleurstellende uitgave
1976-12-17
Op 8 december 1913 hield de toenmalige rector van de Theologische School van Kampen een rectorale rede die van bizondere betekenis was. Zij had tot titel "De Crisis der Jeugd" en handelde over een periode uit de eerste jaren van de geschiedenis der Afgescheiden Kerken.- Jaargang 20
- nummer 49
De bizondere betekenis van deze rede bestond daarin dat er een belangrijke ontdekking in was verwerkt.
Om te doen beseffen waarin die bestond moet ik even iets uit de eerste jaren van de Afgescheiden Kerken vertellen. Zoals velen van onze lezers wel zullen weten was die eerste periode erg moeilijk. Er was ruzie over van alles, en nog wat en tussen verschillende "leiders" van de Afgescheiden Kerken boterde het slecht.
De twisten hepen ten slotte zelfs zo hoog op dat een synode volledig de mist inging.
Dat was die van 1843. Onder de leden ervan waren drie groepen die drie “richtingen" vertegenwoordigden. Nog vóór die synode officieel was geopend waren deze al geducht slaags geraakt, met als gevolg dat vóór de opening van de synode 20 van de 43 afgevaardigden de vergadering verlieten. De overige tobden nog enkele dagen verder, maar konden het over geen enkele kwestie eens worden en besloten ten slotte maar naar huis te gaan, nadat afgesproken was niets van wat op de synode verhandeld was te publiceren.
De genoemde ontdekking van prof. Bouwman bestond nu daarin dat hij een aantal documenten vond die betrekking hadden op deze synode. Bovendien vond hij nog ander interessant materiaal over die bewogen periode uit de eerste decenniën van de historie der Afgescheiden Kerken. En dat alles verwerkte prof. Bouwman in die rede van 1913, welke in 1914 bij Kok werd uitgegeven. Met deze studie schonk Bouwman ons een wezenlijke bijdrage voor geschiedenis van de door hem zo geliefde Afgescheiden Kerken.
Deze rede is nu dezer dagen opnieuw in het licht gezonden door dr C. Smits, leraar aan de Gereformeerde Pedagogische Academie ..Albertus Zijlstra" te Leeuwarden en secretaris van de Stichting voor Gereformeerd Wetenschappelijke Arbeid. En, zoals van zelf spreekt, kwam de rede weer uit bij de firma Kok. De eerste druk was reeds vele jaren uitverkocht.
Misschien zullen lezers die tot nu toe mijn verhaal hebben gelezen verwonderd vragen: waarom staat nu boven dit artikel: een teleurstellende uitgave? Dat vindt zijn oorzaak hierin dat prof. Bouwman van deze rede zelf een tweede zéér vermeerderde druk heeft uitgegeven! En als men van zijn studie een nieuwe uitgave wilde verzorgen men daarvoor natuurlijk die tweede vermeerderde druk had moeten nemen. Dat nu heeft dr Smits niet gedaan. Hij heeft de "oude" opnieuw laten herdrukken.
Wat toch is het geval?
In de jaren 1923-1925 heeft prof. Bouwman een aantal reeksen artikelen in De Bazuin - een door hem geredigeerd weekblad - geschreven over de geschiedenis van de Afscheiding. En daarin heeft hij ook een vermeerderde uitgave van zijn in 1914 uitgegeven studie over "De Crisis der Jeugd" gepubliceerd.
Ik heb daarover meermalen met prof. Bouwman gesproken. Als iemand die de geschiedenis van de Afscheiding van der jeugd af interesseerde had ik die artikelen verslonden. Prof. Bouwman was, zoals hij mij zelf eens zei, van plan die later, uiteraard weer omgewerkt, als boek uit te geven. Maar eerst wilde hij een handboek voor het Kerkrecht voltooien.
Dat heeft hij nog kunnen doen al verscheen het tweede deel daarvan pas ná zijn overlijden. Van de uitgave van een Geschiedenis der Afscheiding en der Afgescheiden Kerken is het - helaas - niet gekomen.
Toen ik de door dr Smits verzorgde uitgave van de eerste druk onder ogen kreeg heb ik mij daarover zeer verbaasd.
Want hij had er van op de hoogte kunnen zijn dat prof. Bouwman een vermeerderde uitgave van "De Crisis der [euçd' had uitgegeven! In een overzicht van de literatuur over de Afscheiding had ik namelijk in mijn "Prediking en Uitverkiezing" ook het volgende laten afdrukken: "Voor de geschiedenis van de conflicten en scheuringen onder de eerste Afgescheidenen is speciaal van betekenis: Dr H. Bouwman. De Crisis der Jeugd", Benige bladzijden uit de Geschiedenis van de Kerken der Afscheiding.
Kampen, 1914. Deze belangrijke studie werd door prof. Bouwman omgewerkt en belangrijk uitgebreid opnieuw uitgegeven in enkele reeksen vervolgartikelen, welke onder de gemeenschappelijke titel "Uit onze Geschiedenis" door hem in 1923-'25 in "De Bazuin" werden gepubliceerd.
Prof. Bouwman vertelde mij eens. dat hij van plan was deze artikelen, nog weer eens omgewerkt, als boek uit te geven. Daarvan is evenwel niets gekomen.
De opmerking van dr G. M. den Hartogh, Het Christelijk Gereformeerd Seminarie, Delft z., p. 5: "Het is niet bekend of hijzelf (prof. Bouwman) aan een vervolg (van De Crisis der Jeugd, nl. C.V.) heeft qedacht moet dus gecorrigeerd worden. Prof. Bouwman heeft niet alleen aan zo'n vervolg gedacht, maar dat zelfs ook gegeven. De titels van-de bedoelde artikelen zijn: In dagen van strijd I-IV; Ben moeilijke tijd I-VII; Een keerpunt I-II; Vernieuwd Leven 1-IX; De synode van 1966; Docent Mulder; De Hereniging I-V. Prof. Bouwman bespreekt in die laatste reeksen artikelen vooral de besluiten van de generale Synoden der Afgescheiden Kerken tot en met die van 1869".
Ik schreef dit alles om toekomstige beoefenaars van de geschiedenis der Afscheiding op deze in krantenartikelen verborgen. zeer belangrijke bijdragen voor de geschiedbeschrijving der Afscheiding attent te maken. En ten overvloede deed ik dat nog eens in mijn studie Kerkgemeenschap en Kerkorde. Kort overzicht van de strijd, gevoerd in de Afgescheiden Kerken tussen 1836 en 1840 over Kerkgemeenschap en Kerkorde, Amsterdam 1974.
Het is mij een raadsel dat deze mededelingen aan dr Smits niet bekend zijn en/of niet ter harte zijn genomen. Een unieke kans om het thans vermoedelijk geheel onbekende belangrijke materiaal dat prof. Bouwman over de geschiedenis der Afscheiding het licht deed zien werd daardoor op zeer betreurenswaardige wijze verspeeld!
De eerste twee pagina’s van de "editie-Smits" tot pagina 9 - de alinea die begint met de woorden "Om de worstelingen van de eerste jaren der Scheiding te verstaan ...... - werden door Bouwman geheel vervangen door de reeksen artikelen: De Afscheiding, I-XII; De Afscheiding te Doveren c.a., Gezelle Meerburg en de Afscheiding te Almkerk I-IV; Brummelkamp en de Afscheiding te Hattem l-Ill, Van Velzen en de Afscheiding te Drogeham t-llï, A. C. van Raalte; De opbouw der Gerejormegrde Kerk trots bange vervolging 1-VIII; Verdediging der Afgescheidenen; I ,1I; Budding I, V; Ledeboer I-IV.
Wat in de editie-Smits te vinden is vanaf pag. 9: "Om de worteling en enz." tot pag. 17 alinea 1. werd door dr Bouwman onveranderd overgenomen in de reeks "In dagen van strijd" waarmee hij begon in het no. van 17 maart 1923.
Vóór deze alinea werd door dr Bouwman een klein stukje ingevoegd. Vanaf deze alinea één op pag. 17: “Nauw was de synode te Utrecht saamgekomen ......
tot en met ..kwam uit op de Synode van Utrecht, 1837:' op pag. 26. werd weer alles onveranderd overgenomen. De gehele volgende alinea tot alinea I van pag. 27: ..Bij het eindigen der synode ... " werd in het Bazuinartikel van 21-4-1923 breder uitgewerkt. Het stuk van pag. 26 beginnend met ..Den lSden Juli 1938 ... " tot pag. 30 de spatie. in de nummers van 5-5-'23 en 26-5-1923.
Pagina 30: ..Na de synode ... " tot pag. 32 eerste alinea is weer onveranderd overgenomen. Daarna werd er een klein stukje ingelast. Op pagina 34 van "Ter oorzake . .. tot ..Maar vooral ... " werd weer sterk uitgebreid in het Bazuinartikel van 23-6-23 opgenomen. Daarna bleef het fragment tot pag. 40 onderaan "de onderscheidene provinciën ... " onveranderd.
Maar in de plaats van de volgende twee bladzijden tot pagina 43: ..De indruk van de synodale vergadering ... "
werd door Bouwman uitgewerkt in maar liefst ZEVEN Bazulnartikelen. Dan volgt weer een fragment dat in de editie-Smits en De Bazuin gelijk is: pag. 46 laatste regel van de editle-Smlts, tot p.51 Ie alinea. Een volgende stuk in de editie-Smits komt evenwel in De Bazuin niet voor: pag. 51 ..VAN RAALTE: : : tot pag. 57 eerste alinea. En dan zijn drie pagina's uit de editie-Smits weer in De Bazuin-artt. overgenomen. Het slot van de editie-Smits is. je zou wel kunnen zeggen. geheel anders dan wat Bouwman in De Bazuin schreef.
Uit het opgesomde blijkt duidelijk dat prof. Bouwman in zijn tweede, herziene uitgave veel veranderd heeft. Wat zou de editie-Smits aan waarde gewonnen hebben als wat Bouwman aan de eerste uitgave van zijn studie in de tweede daarvan had ingevoegd. b.v. tussen haakjes. in de zijne had opgenomen! Het is nogmaals, zeer te betreuren dat dit niet is geschied. Het volkomen negeren van wat een kerkhistoricus in een door hem zelf herziene en vermeerderde druk van een studie daaraan heeft ingevoegd is iets dat volstrekt ongeoorloofd en onwetenschappelijk is.
Dr Smit spreekt in de Inleiding op zijn editie ook over een eerherstel van ds Simon van Velzen, doelend op het oordeel dat prof. Bouwman over deze uitsprak.
Dat eerherstel is evenwel niet nodig.
Daarvoor heeft Van Velzen - onbedoeld - zelf gezorgd!
Het is bekend, dat Van Velzen zelf zeer spijt heeft gehad over zijn optreden in de eerste jaren van de -Afscheiding en met name in de beruchte “Amsterdamse twist". Wie het eigenmachtig in de ´Handelingen" van de synode van 1837 geplaatste “Voorwoord", de aan de kerkeraad van Amsterdam op 19 februari 1838 gerichte brief en de manipulaties bij zijn beroep uit Friesland naar Amsterdam overweegt komt in Van Velzen in aanraking met een onversneden weinig scrupuleuze kerkelijke hiërarch.
Uiteraard is hier verschil van beoordeling mogelijk! Het is namelijk heel goed denkbaar dat dr Smits een dergelijk optreden vanuit zijn kerkelijk standpunt volkomen juist acht. Maar echt gereformeerd, laat staan Schriftuurlijk. was Van Velzen in dat optreden m.i. niet.
Van Velzen is later totaal veranderd!
Hij werd een van de meest oekumenische figuren in de Afgescheiden Kerken. Voor de vereniging van de Afgescheiden en de Dolerende kerken heeft hij als ruim tachtigjarige vurig gepleit en hij woonde in een “makkelijke stoel" gezeten - staan kon hij niet meer - de synode van 1892 bij. Die wilde hij per sé meemaken!
Hij was de enig overlevende van de eerste Afgescheiden predikanten!
Maar het meest ontroerende is zijn laatste rectorale oratie, die hij in 1889 als tachtigjarige geheel uit het hoofd hield, over het hema - een confidentie!
De vereniging van waarheidsliefde en verdraagzaamheid.
Het is naar alle waarschijnlijkheid ten gevolge van zijn spijt over wat vroeger door hem was gedaan dat Van Velzen vóór zijn dood de opdracht gaf dat zijn prachtig geordend archief, inhoudend, een uiterst belangrijke en zeer omvangrijke correspondentie. na zijn dood moest worden vernietigd. Dr G. Keizer gaf daar in het Geref. Theol. Tijdschrift, 20e jaarg. no. 11, maart 1920, een verhaal van. Hij schrijft daarin o.a.: “Wij willen niet gissen naar de beweegredenen die Van Velzen hebben genoopt om alzo te handelen." Wat ik hierover schrijf steunt op mededelingen van prof. Bouwman.
Waarop ik in de aanduiding van Van Velzen's optreden in de aanvang der Afscheiding doelde kan men vinden in mijn Kerkgemeenschap en Kerkorde, p. 24. 29-30. 4