Dichter bij het Woord

1976-12-24
  • Jaargang 20
  • nummer 50
In de loop der tijden hebben zich heel wat dominees als dichter ontpopt.
En dat is wel een beetje te begrijpen. Immers hun taak is vooral de verkondiging van het Woord en ze moeten dus wel minnaars zijn van het woord, dat de verkondiging van het Woord mogelijk maakt.
Maar al bemint iemand het woord en heeft hij gevoel voor de schoonheid van de taal. dan is hij bepaald nog geen dichter.
Nu, Wiecher Triemstra is dat wel.
Zonder twijfel. Van hem verscheen dit jaar een gedichtenbundel met als titel "transcriptief". Die naam is ontleend aan het eerste gedicht.
Het boekje bevat een kleine zestig gedichten, die, o.m. spreken over zijn liefde, zijn geloof, zijn ambt, de kerk in deze tijd, de wereld vandaag en over de toekomst.
Ik ga U er enkele doorgeven met een korte opmerking over dat wat ik er in lees. Maar ik zeg eerst nog wel dit: U moet mij verontschuldigen voor mijn tekorten in de "verklaringen", want het woordenspel van Triemstra is zo verrassend knap dat je telkens nieuwe ontdekkingen doet.

Eerst dan:

transcriptief


als ik sprakeloos ben
en geen woorden meer vind
voor het geschenk
dat jij bent

of als ik met stomheid
ben geslagen
door je leed
waarin ik geen
inspraak heb

laat dan elke regel
van mijn lichaam
mij mogen vertolken
ondubbelzinnig
als een autogram

zie in een oogopslag
de vertaling van
mijn hart begrepen

herken mijn handschrift
om je schouder
versta de lettergrepen van
mijn vingers in je haar

en vang de signalen op
van mijn mond die stil
je gezicht beschrijft

liplees me

Die titel is al zo prachtig. Transcriptie wil zeggen: weergeving van letters of tekens uit een bepaald stelsel in die van een ander stelsel of van klanken in schrifttekens.
Transcriptief (dus met de f er achter) betekent dan: bezig zijn met dat weergeven. In dit gedicht vraagt hij zijn geliefde hem te willen verstaan als hij sprakeloos is. Wat hij niet onder woorden kan brengen op zo'n moment, dat zeggen zijn gebaren, zijn blik, het schouderklopje, de streling van het haar, zijn kussen. Dat moet zij weten, en vandaar het gedicht.

gedéélde smart

ik
heb
verdriet

jij
hebt
verdriet

alleen
wij
hebben
geen verdriet

hadden we dàt maar

Deze regels vind ik ontroerend knap. Hoe vaak gebeurt het niet dat een mens z'n verdriet niet delen kan. Een man en een vrouw, die zielsveel van elkaar houden, kan het nog gebeuren dat ze het verdriet dat ze over iets hebben, niet samen uithuilen kunnen.
Niet samen delen. De gebrokenheid van het leven verhindert dan dat de smart wordt gehalveerd.
Let ook op de dubbele funktie van dat woordje "alleen". 't Kan bij wat er boven staat horen, maar 't hoort ook bij wat er volgt.

vat ter ere

in mijn gebarsten
schaal
legt Hij
de vruchten
van de Geest

gratis

Alles ontvangt de mens uit genade. Ook de dichter als hij het Woord moet bedienen.

Woordbediening

de mensen
het Woord aandoen

of trekt het Woord
de mensen aan

maar aantrekkelijk
is het niet altijd
voor het vlees

het doet zichzelf
de mensen wel aan
en wil zich
en hen hullen
als in een kleed

zijn kracht
volbrengen
in onze zwakheid

doe het ons aan
trek ons aan
al zijn we niet zo aantrekkelijk

Over dit gedicht zou je een heel artikel kunnen schijven. Als je alleen maar let op de woorden aandoen", "aantrekken" en "aantrekkelijk". Maar ik moet me beperken en daarom slechts een enkele opmerking. De man die het Woord bedient doet de hoorders echt iets aan. In dubbele zin. Door de vermaning maar ook door de vertroosting. Het Woord trekt de mens aan, daarom heeft hij zich in de kerkbank gezet, maar aantrekkelijk is het niet altijd voor het vlees. Toch mag er het gebed zijn: trek ons aan door Uw Woord, al zijn we niet zo aantrekkelijk.
U moet dit gedicht echt nog meerdere malen lezen. U zult er telkens, vanwege de uiterst knappe woordspelingen, meer uit halen.

Preek

de boventoon
voert
de onderhorigen

De stem van de kansel reikt het voedsel aan de mensen in de bank. Maar de vijf woorden suggereren veel meer. Ik zou nog heel veel willen citeren, b.v. het gedicht "geluidshinder" dat zo begint:

jij
met je brommer je pop
is je oor nog ontvankelijk voor
het zuchten van de schepping
of is dat voor jou identiek met
kapotte knalpijp barst in
de plaat

Maar ik moet ophouden. Daarom het slotakkoord.

slot-akkoord

straks
valt er niets
meer te rijmen

dan
slaat de dood
toch nergens op

en
is het leven
vanzelfsprekend

Transcriptlef is een uitgave van “De Vuurbaak" te Groningen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief