Onze verhouding tot de anderen

1976-01-02
  • Jaargang 20
  • nummer 1
In de kerkbode voor Noord- en Zuid-Holland heb ik kort geleden de vraag gesteld, of het wel verantwoord is te berusten in het feit dat de vrijgemaakte kerken binnen en buiten verband steeds meer uiteengroeien.
Als van huis uit gereformeerde kerken, die i"n de vrijmaking dezelfde weg gingen hebben we toch te veel gemeen, om ons bij de situatie zoals die nu is zonder meer neer te leggen.
Het Nederlands Dagblad (v.h. Gereformeerd Gezinsblad) reageerde positief op dit artikel door het vrijwel in zijn geheel over te nemen.
De gestelde vraag is daardoor onder de aandacht van velen gekomen.
Van reacties in de pers is mij tot dit moment niets bekend.
Wel ontving ik een aantal persoonlijke reacties, waaruit bleek dat de aan de orde gestelde zaak broeders en zusters aan beide zijden van de scheidslijn bezig houdt.
Hoeveel er zijn is moeilijk vast te stellen.
Uit verschillende vragen werd mij duidelijk dat het zijn nut heeft zowel voor de onderlinge verhoudingen als de contacten met anderen op deze zaak nader in te gaan.
Ik stelde de zaak aan de orde in verband met het feit dat we als kerken buiten verband op het a.s. convent in Kampen in praktisch alle zaken die daar ter tafel komen te maken krijgen met de vraag naar de identiteit van onze kerken.
We zijn het er allen wel over eens dat we de roeping hebben om te streven naar een betere samenwerking en meer kerkelijke eenheid onder de gelovigen van gereformeerde belijdenis in ons land.
Wanneer ik daarbij de verhouding tot de kerken binnen verband aan de orde heb gesteld, heb ik geen moment bedoeld andere contacten af te snijden.
Laat er op dit punt geen misverstand zijn.
Het is een blijde zaak dat onze kerken in de contactoefening met de Chr. Geref. Kerken in ons land vorderingen hebben gemaakt. De gemeenschappelijke verklaring, die deputaten van genoemde kerken en van onze kerken hebben uitgegeven ten aanzien van de toeëigening van het heil, is een gebeurtenis te noemen.
Evenzeer verheugend is dat er in vijftien kerken kanselruil is.
Van bijzondere betekenis daarbij is dat zich hier een grotere eenheid aftekent rondom het gereformeerd belijden.
Onze generatie heeft diverse scheuringen in kerken van gereformeerd belijden meegemaakt en is niet bepaald verwend met een toenadering tussen kerken.
Zeker, we leven in een tijd waarin het oecumenisch streven "in" is, maar we moeten ons door dit streven naar eenheid niet van de wijs laten brengen.
Wanneer de eenheid gezocht wordt in een "christelijk handelen" waarbij men zich weinig gelegen laat liggen aan zulke ouderwetse zaken als een leer van de kerk en een bijbelse orde, waarin bestaat dan de gemeenschap in de kerk?
Soms krijg je de indruk dat wat men dan noemt "de kerken in Nederland" alleen maar in het geweer komen voor politiek en maatschappelijk handelen en als je de zoveelste oproep in de kranten leest met meestal dezelfde namen, vraagt een mens zich af, of je hier nu werkelijk te maken hebt met een gemeenschap die bepaald wordt door de verbondenheid aan de levende Christus, die wij kennen uit de Schriften.
Die schriften leren ons dat er geen eenheid en verbondenheid is in de kerk en tussen kerken dan door de Heilige Geest, die het alles uit Christus neemt en allen aan Hem bindt.
Daarom nog eens, het is een blijde zaak, wanneer er stappen worden gezet op de weg naar een grotere eenheid, in onderworpenheid aan het Woord van onze Meester, die ons opdroeg die eenheid te zoeken.
Daarom zal men het ons in Chr. Geref. kringen ook niet kwalijk nemen, wanneer wij, stel dat er zich mogelijkheden tot gesprek met de kerken binnen verband voordoen, daarop ingaan.
De deputaten van de Chr. Geref. Kerken met wie onze afgevaardigden hebben gesproken, zijn aangewezen om te arbeiden voor de eenheid van de gereformeerde belijders in Nederland, zodat hun opdracht zich niet beperkt tot het contact met onze kerken.
Wel is het zo, dat de band die in de loop der jaren is gegroeid tussen de Chr. Geref. Kerken en onze kerken in eventuele contacten met anderen meespreekt ook t.a.v. de kerken binnen verband.
Dit is een zaak van eenvoudige trouw.
Wanneer kerken komen tot kanselruil op diverse plaatsen, tot gemeenschappelijke diensten enz. is dit geen spel dat we spelen.
Het zijn maar geen samenkomsten van vrome mensen, die met elkaar sympathiseren, neen, we zijn daar bezig met de samenvergadering van Gods kinderen in Christus' Naam.
We zijn dus samen op weg.
Dit betekent niet dat de éénwording in het zicht is gekomen.
Zoals onze kerken bezig zijn met hun identiteit en samen een weg zoeken, hebben de Chr. Geref. Kerken hun specifieke problematiek.
Daarbij hebben zij recht op begrip en meeleven van onze kant.
Laten we hopen dat er ook nieuwe mogelijkheden komen rondom de opleiding van de a.s. dienaren van het Woord.
Door onze kerken is aan a.s. studenten in de theologie geadviseerd om in Apeldoorn aan de Theol. Hogeschool van de Chr. Geref. Kerken te gaan studeren.
Dit advies is niet allerwegen opgevolgd en niet alleen omdat de wil er niet was bij de betrokkenen.
Laten we de mogelijkheden die er zijn tot het uiterste benutten, want al stellen we voorop dat de eenheid in de christelijke kerk in de eerste plaats is een eenheid van belijden naar het woord, die eenheid wordt mede gebouwd in het samen werken voor de goede zaak.
Een volgend keer nader over de verhouding tot de kerken binnen verband.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief