Groet elkaar
1975-06-20
En aan Hem ontleent het gehele lichaam als een welsluitend geheel en bijeengehouden door de dienst van al zijn geledingen naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei des lichaam, om zichzelf op te bouwen in de liefde. - Jaargang 19
- nummer 25
Efeze 4 : 16
Wat is biet bijzondere van het bijzondere?
Wat is het bijrondere van die speciale gaven die Christus aan de gemeente gegeven heeft: apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars en - als wij dat rijtje mogen volgen - ouderlingen, diakenen?
Gaat het niet !hierom, dat ze door hun werk hun eigen bijzonderheid achterhalen?
Paulus heeft ergens (2 Kor. 11 : 2) gezegd, dat het zijn doel was, de gemeente als een reine maagd voor Christus te stellen. Daarmee noemt !hij dus het bijzondere van zijn positie. Vriend van de bruidegom, - zo zou je hem kunnen noemen (Joh.3 : 29). Maar als bruidegom en bruid elkaar gevonden hebben, treedt de bruidsjonker terug. Dan is het met zijn bijzondere positie gedaan. Hij heeft zichzelf overbodig gemaakt.
Daarom gaat het ook in Efeze 4.
Paulus heeft eerst al die mensen met een bijzondere positie gaven van Christus genoemd. Christus heeft ze gegeven om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het 'lichaam van Christus.
Dat is dus nog al wat: ze moeten het lichaam van Christus houwen.
Maar als Paulus dan doorgaat, dan blijkt dat dat werk van o.a. herders en leraars hierop uit moet lopen, da t het lichaam, de gemeente, zichzelf opbouwt: om zichzelf op te bouwen in de liefde. Zover moet het komen, dat het bijzondere van apostelen en profeten en de rest kan verdwijnen omdat de gemeente het zelf af kan.
Dat 'is nogal kras: de gemeente kan het zelf wed af. Ze bouwt zichzelf op. Dat is kras in de oren van mensen die al een poosje in de kerkelijke wereld hebben meegelopen en daarom niet zoveel illusies meer hebben. Het is kras voor ons, die er aan gewend zijn dat een gemeente gerund moet worden door mensen die wat in hun mars hebben, - anders komt er niets van terecht. Het is kras vooral ook, omdat we zo'n woord in de bijbel helemaal niet verwachten.
De bijbel legt er 'immers steeds weer de nadruk op dat mensen het niet alleen af kunnen. Wat dat laatste betreft kunnen we gerust zijn. Paulus komt er pas toe, te zeggen dat de gemeente het zelf wel af kan nadat hij eerst gezegd heeft: aan Christus ontleent het hele lichaam de kracht.
Daarmee is Paulus in hoofdstuk 4 trouwens direct begonnen: Christus heeft gaven gegeven, enkelen op ons afgestuurd? Maar waarom heeft Christus die wij enkelen zouden drijven? Nee, maar opdat we door hun dienst naar Christus zouden toegroeien. Hij wil dat we een lichaam zijn. Daarom is Hij ons Hoofd geworden.
Daar hebben we weer dat beeld van het lichaam dat Paulus zo graag gebruikt. De gemeente is een lichaam, Een levend geheel, waarin alles op elkaar is afgestemd: de ogen, de handen, de spieren en zenuwen, de cellen van de huid en die van de longen. Het is een ongelooflijk verfijnd en ondanks al onze moderne wetenschappelijke kennis – en doorgrondelijk samenspel van acties en reacties, van mogelijkheden en impulsen, van krachten en weerstanden.
Wat is zo'n lichaam zonder hoofd? Wat is de gemeente zonder Christus?
Alleen omdat Hij er is, alleen omdat Hij het centrum is, het Hoofd alleen daarom functioneert het lichaam, de gemeente, goed en zonder storing. Alleen omdat Hij zijn gaven geeft aan ieder afzonderlijk, alleen daarom is die gemeente - 'zijn lichaam- geen chaos van tegengestelde krachten, van botsende belangen, van concurrerende stromingen, maar een' welsluitend geheel. Een lichaam dat werkelijk lééft.
AI die leden zijn toch heiligen, die toegerust worden tot dienstbetoon? Christus laat al die leden tot !hun recht komen. Het zijn toch amen mensen die in Hem geloven? Christus brengt allen die geloven tot leven. Het zijn toch allen mensen die de Zoon van God kennen? Christus maakt allen die Hem kennen Ios uit de beklemming, uit de frustratie. Hij bevrijdt hen allen van miskenning en van het weggedrukt-
worden. Hij bevrijdt hen allen zodat ze werkelijk leven kunnen, zichzelf zijn kunnen, zichzelf kwijt kunnen. En omdat Christus zo bevrijdend, levendmakend, ons leven binnenkomt, omdat Hij met de gloed van zijn Geest ons doorhuivert. - ons samen, de gemeente, - daarom gaat die gemeente ook groeien. Zo groeien, dat ze zichzelf opbouwt in de liefde,
Als we gaan leven van wat Christus geeft, dan komen we allemaal op onze eigen plaats te staan. Dan heeft niemand in de gemeente meer een bijzondere positie. Omdat we allemaal een bijzondere, onze eigen plaats hebben. Onze eigen , plaats in het lichaam. En laten we er dan niet over gaan twisten, of de ene plaats niet belangrijker is dan .de andere, voor we 1 Korinthe 12 gelezen hebben.
Het komt er op aan dat we oog hebben voor de gaven die Christus mensen met een ambten in de aan de gemeente geeft. In de mensen zonder een ambt. Het komt er op aan dat we Christus liefhebben en elkaar .liefhebben, Het is niet toevallig dat Paulus dit gedeelte van zijn brief eindigt met dat woord: liefde.
Maar wat is dat: liefde? Voor ons besef betekent liefde altijd, dat je gééft. Dat je jezelf geeft. Dat je er bent voor de ander.
En dat alles hoort ook bij de liefde. Maar er hoort, misschien wel allereerst, iets anders bij. Liefde is niet alleen geven. Het is ook: ontvangen. Willen ontvangen.
Het is: geraakt zijn door God in Christus. En dan ga je leven van Gods ,genade: God is er voor jou. En dan is het ook: geraakt worden door de ga ven die Christus voor je neerzet in de anderen. Die anderen zijn er voor jou.
Als dat waar is, dat het lichaam groeit door de dienst van ál zijn geledingen, als het waar is dat de gemeente wordt opgebouwd door de kracht die é1k lid op ,zijn wijze oefent, - dan betekent diefde dit: dat je die ander ziet, dat je hem ziet als 'een heel aparte gave van God. Want God maakt van ieder iets aparts. En om dat aparte, om dat eigene, gaat het. Om dat aparte in stille, onbetekenende kerkleden, in vreemde vogels, in mensen die heel anders reageren dan wij standaardmensen - kunnen waarderen, In christenen, met wie wij geen raad weten.
Boven dit bijbelgedeelte staat in de nieuwe vertaling: eenheid en verscheidenheld in de gemeente. Nou, die eenheid vinden wij natuurlijk vreselijk belangrijk. Daar maken we ons druk om: we moeten allemaal één zijn. Hoe krijgen we het zover? Hoe houden we de zaak bij elkaar? En daarbij zit de verscheidenheid ons dan steeds weer dwars.
En we worden nooit een als we die verscheidenheid niet gaan waarderen.
Als we niet Ieren danken voor al die, vaak vreemde, gaven die Christus ons geeft. Wij vinden die verscheidenheid maar lastig.
Het is veel gemakkelijker als alle kerkleden zo'n beetje gelijk waren, gelijk dachten, gelijk deden, gelijk reageerden. Maar Christus zegt: dat is nu juist de enige mogelijkheid voor een lichaam om te leven: dat geen 'lid gelijk is aan het andere. Dat is de enige mogelijkheid oor jullie om te groeien, om je zelf op te bouwen, Dat je liefhebt.' Dat je het eigene in die ander ziet, die ander, die andere verlangens heeft dan jij, die met andere dingen blij is dan jij, die op een andere manier leeft dan jij, die anders bidt en anders geilooft en anders met God omgaat, zoals elk kind weer anders omgaat met die ene vader. Schuif die anderen niet aan de ,kant. Want dan schuif je God aan de kant.
Hebben wij Christus werkelijk lief? Hebben wij elkaar werkelijk lief? Zien we elkaar heus? En groeten we de broeders, alle broeders: wat is het heerlijk dat jij er bent. Wat is het fijn, dat ik jou heb. Wat is God goed, dat ik jou heb mogen ontdekken.
Dat is nu het evangelie dat doorklinkt in meer dan één brief van Paulus. Als hij, de apostel, aan het slot afscheid neemt: Ik groet jullie, En dan, direct daarop: groeten jullie nu elkáár.
Groet elkáár, met een heilige kus, of met een heilige hand, of alleen maar met heilige ogen. Maar groet elkaar! In Jezus' naam.