Reactie

1975-06-20
  • Jaargang 19
  • nummer 25
Voor deze week introduceer ik bij u een gastschrijver, ds H. van Ommen, die in zijn Arnhems gemeenteblaadje van 25 mei jl. op zijn beurt iemand meebrengt en wel ds J. H.J. Velema van Apeldoorn (Chr. Geref.), Op wat zij 'schrijven hoop ik de volgende week te antwoorden. Nu al vast dank voor hun reactie.

• Schrift of belijdenis
In het reformatorisch opinieblad "Koers" d.d. 11 april 1975 (6e jaargang no. 126) schreef ds J. H. Velema van Apeldoorn onderstaand artikel.
"Enkele weken geleden werd in een kerkelijk weekblad door een predikant de opmerking gemaakt, dat het verschil tussen de binnenverbanders en de buitenverbanders, die beiden vrijgemaakt gereformeerd willen zijn, ongeveer terug te brengen is op deze noemer: bij de binnenverbanders gaat het om de veiligstelling van de belijdenis, bij de buitenverbanders gaat het, in de lijn van de wortels van de vrijmaking in de dertiger jaren, om het luisteren' naar de Schrift, ontdaan van allerlei systeemtheologie.

Tegenstelling ?
De vraag, die bij het lezen van een dergelijke onderscheiding opkomt, is niet alleen of deze tekening juist is, maar vooral: kan dit een tegenstelling zijn? Kan een kerk de belijdenis koste wat kost handhaven en de Schrift dichtlaten? Wordt de belijdenis dan echt gehandhaafd?
Juist de belijdenis immers komt op voor het volstrekte gezag van de Schrift. In de belijdenis wordt uitdrukkelijk gezegd geen menselijke schriften, hoe heilig zij geweest zijn, gelijk te stellen met de goddelijke Schriften (art. 7 N.G.B.) Het gesignaleerde euvel kan voorkomen en is inderdaad in de geschiedenis van de kei k meermalen voorgekomen.
Dan geeft de theologie de toon aan, dan is er een theologisch wijsgerig systeem; dat kerken prediking gaat beheersen, dan wordt alles ondergeschikt gemaakt aan dat systeem: de Bij:bel wordt vanuit een bepaalde gezichtshoek gelezen en vaak vervormd naar een bepaald schema, Dat alles is in de geschiedenis werkelijkheid geweest. Er zijn heel wat systemen geweest: verbonds- en bekerings-, kerk- en bevindinssystemen - zij hebben om de voorrang gestreden en in naam van het ene systeem is het andere systeem veroordeeld en zijn de aanhangers van het andere systeem verketterd. Maar als men vanuit een bepaald systeem de belijdenis leest en dan aandringt op handhaving van de belijdenis, dan moet men niet zeggen dat op deze wijze de belijdenis wordt gehandhaafd en dat dit belijdenistrouw is.
Men bewijst het rechte functioneren en de goede waardering van de belijdenis geen dienst, wanneer men zich zo opstelt. De belijdenis wil niet anders doen dan de Schrift naspreken en wanneer men de belijdenis anders gaat gebruiken dan wordt de belijdenis gehanteerd in strijd met haar eigen bedoeling.

In breder kader
De zaak, die hier wordt aangesneden, heeft een veel breder kader.
Op allerlei manieren komen we daarmee in aanraking, ook in en door onze lezerskring. Er zijn nl. vandaag veel christenen, die alles willen weten van de Schrift, maar praktisch niets van de belijdenis (daarmee wordt dan de gereformeerde belijdenis, de Drie Formulieren van Enigheid, bedoeld) of vaneen belijdenis überhaupt. De stelling wordt verdedigd dat het eigenlijk mis ging in de kerk, toen de belijdenis werd uitgebouwd. De twaalf artikelen - de Apostolische Geloofsbelijdenis dat gaat nog. De beide andere, oecumenische symbolen die van Nicca en Athanasius hebben praktisch geen betekenis, zegt men.
Maar toen door de Reformatie de belijdenis werd uitgebouwd en in de verschillende landen allerlei bdijdenisgeschriften werden opgesteld en voor bindend werden verklaard, ging de kerk verdorren en verstarren. Het leven van de kerk werd ingesnoerd met al de gevolgen van dien. In plaats van hun geloof te belijden ging men in zijn belijdenis geloven, De belijdenis nam de plaats van de Heere Jezus Christus in. Gevolg: ketterjagers bij de vleet, maar oprechte, levende gelovigen en warme getuigen - ho maar!
In allerlei kringen en groepen wordt meer dan ooit aangedrongen op ernstige Schriftstudie, op een leven bij en uit de Bijbel als het Woord van God. Er wordt gepleit voor een bijbelse theologie, - tot een lezen van de Bijbel zoals het er staat, ontdaan van alle mogelijke theologische verklaringen, die in de loop der eeuwen zijn gegeven.
We worden vandaag weer teruggeslagen op Gods Woord alleen.
Dat is toon eigenlijk voluit reformatorisch? Het Woord alleen een grondzuil van de Reformatie. De Reformatie is in het zwaard gevallen waarmee het Rome wilde bestrijden: systeem werd gezet tegenover belijdenis. Nu zitten we in allerlei bunkers èn we komen er niet meer uit. Daarom: weg met de belijdenis en terug naar de Schrift. Bovendien wordt er dan op gewezen, dat kerken, die de naam hadden belijdeniskerken te zijn, in de praktijk de belijdenis toch niet handhaven. De zaak-Wiersinga in de Geref. Kerken laat zien dat binding aan de belijdenis in de praktijk ook al niets betekent.
Overigens laat dit geval ook zien: wanneer men niet meer staat achter het reformatorisch belijden, dat men ook de Schrift anders gaat lezen. En dat moet juist veel te denken geven.

• Biblicisme en confessionalisme
Er zijn twee gevaren, die de kerk bedreigen steeds weer.
Het eerste gevaar is confessionalisme. Dat is dus de instelling die de belijdenis in feite als onfeilbaar beschouwt, de letter van de belijdenis tot in alle details als vaststaan ziet en de onderworpenheid van de belijdenis aan de Bijbel uit het oog verliest.
Dat gevaar is wel degelijk aanwezig, ook vandaag. Overtuigd van de noodzaak van de belijdenis willen we dit confessionalisme met grote nadruk afwijzen. De belijdenis komt dan naast de Schrift te staan en straks boven de Schrift.
Dat is - nogmaals - in strijd met de belijdenis zelf, Men is dan confessioneler dan de confessie!
Maar het andere gevaar is niet minder groot nl. dat van biblicisme.
Biblicisme wil niets weten van een belijdenis, wil teruggaan naar de Bijbel alleen en de Bijbel uitleggen zonder rekening te houden met alles wat in de loop der eeuwen aan Bijbelverklaring is gegeven. Men neemt elke tekst letterlijk, houdt geen rekening met de geschiedenis der godsopenbaring en verwaarloost in de regel dat elk bijbelboek niet op dezelfde wijze kan worden uitgelegd. Dit biblicisme speelt vandaag een grote rol in allerlei kringen en groepen.
Het is een verheugende zaak wanneer er belangstelling voor de Bijbel komt, maar wanneer die belangstelling er op gericht is de Bijbel te Lezen en te verklaren op een manier die de nieuwsgierigheid van de mens bevredigt, dan zetten we een vraagteken.
De Jehova's getuigen hebben een geheel eigen Bijbelgebruik, dat levensgevaarlijk is voor het goede verstaan van de Bijbel. Maar ik kom hoe langer hoe meer tot de overtuiging dat veler", die christenen willen zijn, principieel geen verweer hebben tegen dit Bijbelgebruik, omdat ze in feite op dezelfde toer zitten. Het subjectieve 'inzicht is doorslaggevend en men meent dat de Bijbel gegeven is om te berekenen. Velen hanteren de Bijbel als een legpuzzel.
Het is hoogmoedig om bijna twintig eeuwen kerkgeschiedenis en Schriftuitleg te negeren en te menen dat het rechte licht nu pas is opgegaan, Graag erkennen we dat de Heere ons steeds weer inzicht wil geven in Zijn Woord en dat we in elke tijd weer nieuwe aspecten aan dat Woord mogen ontdekken.

Dat betekent dat de belijdenis van de kerk niet het laatste woord 'heeft. Dit te erkennen betekent echter evenmin dat de belijdenis per definitie verouderd is.
Het juiste verband zien tussen Schrift en belijdenis is het geheim van een levende, belijdende klerk, die verbonden met het verleden staat in het heden, het oog gericht op de toekomst."

Dit artikel van ds J. H. Velema heb ik hier overgenomen omdat het mijn volledige instemming heeft en óók omdat ik wat vreemd heb aangekeken tegen wat collega H. de Jong van Amsterdam onder de titel "Schriftbeweging of belijdenisbeweging" schreef in het weekblad "Opbouw" d.d. 21 maart 1975 (1ge jaargang no. 12, pag. 90 en 91). Kennelijk heeft ds J. H. Velema bij zijn schrijven dit kerkelijk weekblad en dit artikel op het oog,

Ds H. de Jong schreef o.a.:
"De wortels van onze vrijgemaakte kerken liggen in deze Schriftbeweging, al moeten we dit niet omdraaien door te zeggen, dat deze Schriftbeweging alleen in de vrijgemaakte kerken haar stroomgebied gevonden heeft. Wat we ons nu echter te weinig realiseren is dat door deze aangegeven bepaaldheid de vrijmaking nogal 'verschilt van de Afscheiding en de Doleantie uit 'de vorige eeuw. Deze kerkelijke bewegingen zijn niet voortgekomen uit vernieuwde Schriftstudie. Het zijn belijdenisbewegingen geweest.
Om iets kenmerkends te noemen: ds Hendrik de Cock heeft in de dagen van de Afscheiding de Dordtse Leerregels heruitgegeven. Hij bedoelde daarmee de vervallen kerk , leer te herstellen. Afscheiding en Doleantie waren kerkelijk-confessionele herstelbewegingen.
De Vrijmaking is daarmee niet zonder meer te vergelijken.
Hoe pretentieus dat ook klinkt, de Vrijmaking is beter te vergelijken met de grote Reformatie van de zestiende eeuw, Niet in omvang en diepgang natuurlijk, maar aan beide ging een intensief vernieuwd schriftlezen vooraf. Het waren Schriftbewegingen".

Ds De Jong schreef nog veel meer. Ik kan in ons kerkblad nu niet alles overnemen, maar in het bovengenoemde blad en op de aangegeven plaats kunt u alles nog eens rustig nalezen.
Naast hetgeen ds Velema opmerkt - naar mijn mening is dat wel de kern van de kritiek, die terecht is uit te brengen op de inhoud van het artikel van ds De Jong - wil ik nog de volgende beknopte opmerkingen maken.
Ilk vraag mij af: klopt de tekening, die ds De Jong geeft van de grote Reformatie van de zestiende eeuw, van de Afscheiding en Doleantie in de vorige eeuwen van de Vrijmaking in deze eeuw, wel met de historie?

Het één 'een Schriftbeweging noemen en het ánder aanduiden als een belijdenisbeweging, lijkt mij een gewrongen constructie. Immers juist in de tijd van de grote Reformatie werden o.a. de Heidelbergse Catechismus en de Nederlandse Geloofsbelijdenis opgesteld.
En inderdaad het is bekend, dat het lezen en bestuderen van de Dordtse leerregels ds Hendrik de Cook diep heeft getroffen.
Maar waarom? Zou het niet geweest kunnen zijn omdat hij aan de hand van deze belijdenis werd gevoerd naar de bron: het Woord van God? Was hier misschien ook iets aanwezig van de "pendeldienst", waarover ds H. Smit van Den Helder onlangs in "Opbouw" schreef? Zouden zo velen uit wijde omtrek telkens weer, met alle bezwaren en gevaren daaraan verbonden, naar Ulrum zijn getrokken als in de prediking niet uit die bron werd geput?
Het zijn vrágen! Maar dan wel vragen, die een vraagteken zetten bij de geldigheid van de onderscheiding: Schriftbeweging of belijdenisbeweging.
En wat de Vrijmaking betreft: wat zijn de synodale uitspraken over verbond en doop niet hevig en veelvuldig bestreden óók vanuit de belijdenis.
Ik denk - om maar enkele voorbeelden te noemen - aan zondag 25 van de Heidelbergse Catechismus (de Heilige Geest WEKT niet, maar WERKT het geloof in onze harten door de verkondiging van het heilig Evangelie), aan artikel 33 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis (de woorden: "door middel waarvan God in ons werkt... " slaan terug NIET op "een inwendige en onzienlijke zaak", MAAR op "zichtbare waartekenen en zerelen").
Ik denk ook aan de bekende zinsnede uit het doopsformulier, waarop toen vaak is gewezen, nl. "ons toe-eigenende hetgeen wij in Christus HEBBEN...".
Neen, ik wil hiermee niet op een ándere wijzen toch weer een bepaalde onderscheiding aanbrengen. Maar aansluitend bij wat ds Velema schrijft en met in mijn .gedachten de opmerkingen van ds Smit over "pendeldienst", wil ik maar zeggen: de door ds De Jong aangebrachte onderscheiding lijkt mij een historische vertekening en - wat zwaarder weegt - een. zeer zeker onbedoeld - uiteentrekken van Schrift en belijdenis. Ik versta dat wel als een poging tot een verklaring waarom "verontrusten" en "buitenverbanders" elkaar maar moeilijk kunnen vinden.
Het artikel van ds De Jong begint nl. met de herinnering aan het heengaan uit onze kerken van dr M. J. Arntzen. Maar het lijkt mij in de situatie, waarin de "buitenverbandse" kerken verkeren, geen ongevaarlijke poging.
Om het voorzichtig te zeggen: wat confessionalisme betekent, hebben wij bitter ondervonden. Het gevaar van een doorslaande reactie kan nu onder ons verwacht worden. Men leze dit niet als een verwijt aan het adres van ds De Jong.
Er wil niets anders mee gezegd zijn dan dit: in een bepaalde situatie is het gebruik van de rem \beter dan het gebruik van het gaspedaal.
Het is goed ons juist nu af te vragen of zo'n situatie - wat de waardering van de belijdenis betreft - onder ons niet aanwezig is.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief