Groot en klein

2005-02-11
  • Jaargang 49
  • nummer 3
Veel Nederlands Gereformeerde kerken zijn klein. Twaalf van de ruim 90 kerken tellen zelfs 100 leden of minder. In ‘Opbouw’ werd al eens geschreven dat het geringe ledental die kerken kwetsbaar maakt: de ambten worden moeilijk vervuld, er is weinig jeugdwerk, ook een organist is moeilijk te vinden.

Aan de andere kant zijn we in Nederland ‘verwend’. Als je bij onze zuiderburen (België of Frankrijk) een protestantse kerk zoekt merk je dat kerken van 100 leden in de beleving van gemeenteleden daar opeens heel erg groot zijn. Veel van onze plaatselijke kerken zijn bij de buren ‘superkerken’.
Bovendien is er vaak weinig keus. In de meeste plaatsen is geen protestantse kerk, in plaatsen waar er wel een is is er ook vaak maar één (in België is dat meestal de Verenigde Protestantse Kerk van België: ook nog eens een gefuseerd kerkgenootschap dus). In sommige plaatsen is er daarnaast een kleine pinkstergemeente.

Op zoek
Vorige zomer fietsten we een weekje door België. Kerken genoeg. Maar was er in de stad waar we op zondag waren ook een protestantse kerk, en zo ja: waar dan? Dat hadden we natuurlijk thuis op internet op kunnen zoeken, niet goed voorbereid dus...
‘Toevallig’ passeerden we een klein kerkje en dat bleek de protestantse kerk te zijn. Helaas stond er geen aanvangstijd bij de deur vermeld. Wel hing er een lijst met adressen en telefoonnummers van de dominee en zeven leden van de kerkenraad.
Nummers opgeschreven en opgebeld. De dienst zou om 10 uur beginnen.

Volhouden
Als we om 10 voor 10 het sobere kerkgebouw binnen lopen zijn er ongeveer tien kerkgangers. De organist probeert de toetsen van het orgel uit. Na ons komen er nog tien kerkgangers binnen. De meesten geven de anderen een hand. Je vraagt je af hoe er met twintig kerkgangers zeven ambtsdragers kunnen zijn. Je zou bijna denken dat hier alleen leden van de kerkenraad met hun gezinnen zitten.
Om 10 uur komen de ouderling van dienst en de dominee binnen. De dominee heeft een toga aan. De ouderling doet de mededelingen, daarna krijgt de dominee een hand en begint de dienst. Er wordt gebeden en uit de bijbel gelezen. Er is ook een ‘blokje Opwekking’ . De dominee pakt zijn gitaar en de organist pakt een accordeon. Samen spelen ze echt fantastisch.
Voor de beide kinderen in de kerk (ongeveer tien jaar oud) houdt de dominee een verhaaltje, daarna gaan ze naar de bijbelklas. Ondertussen zijn er nog enkele kerkgangers bij gekomen: er zitten nu zo’n dertig mensen in de kerk. Te laat komen is hier geen probleem.
Als de preek begint gaat de dominee op de preekstoel staan. De preek is zoals we dat in onze kerken gewend zijn. Een gedeelte uit de bijbel en wat heeft dat gedeelte ons nu te zeggen. Het gaat om bekering (terugkeer naar God) en het daarna ook volhouden. Vooral bij dat volhouden legt de voorganger een duidelijk accent.

Camping
Om elf uur is de dienst afgelopen en is er koffie. We praten nog even na met een paar kerkgangers. Hoe houden ze het hier vol als kleine protestantse kerk? Dat zijn ze wel gewend, ze weten eigenlijk niet anders. Het probleem is: hoe houden we de jongeren bij de kerk? Als alle vrienden rooms-katholiek zijn, als er alleen rooms-katholieke scholen zijn, als er geen leeftijdgenoten in de kerk zijn: hoe houd je je dan staande? Het ‘pesten’ van protestantse kinderen komt niet veel meer voor, wat blijft is de druk van het alleen zijn.
Een ander probleem is dat veel kerkgangers de zondag gebruiken om er op uit te trekken. Door de week zijn ze in de stad, 's zondags zijn ze op de camping. Ook die gewoonte holt het plaatselijke gemeenteleven nogal uit.
’s Zomers is de helft van de gemeenteleden niet aanwezig, ze zijn ‘naar buiten’.
Overigens melden de kerkgangers dat ook de Rooms-Katholieke kerk in zeer hoog tempo vergrijst; jongeren sluiten zich nauwelijks meer aan. Kennelijk zit de werfkracht ook niet in het getal…

Grote kerken
In diezelfde week zien we ook een aantal Rooms-Katholieke kerken van binnen. Neem nu die grote kerk in het midden van Vlaanderen. Tientallen kinderen oefenen (in schooltijd) voor hun eerste communie. En dat betreft dan nog één school. Dertig kinderen. Als dat ieder jaar gebeurt kun je er toch een prachtige kerk mee bouwen? Maar we maken ook kerkdiensten mee. Er zijn bijna alleen ouderen van dagen. Aan de muur hangen kruisen voor de overledenen van dit jaar: het zijn er tientallen. Er hangen de namen van jongeren die trouwen: drie nieuwe echtparen. Er hangen de namen van kinderen die dit jaar gedoopt zijn: géén.

Perspectief
Om een kerk levend te houden heb je levende leden nodig. Mensen die perspectief zien, die er zin in hebben, die zich inzetten, die trouw zijn.
Volhouden! zei de dominee in die kleine protestantse kerk. Of je nu groot of klein bent: het gaat om inzet, betrokkenheid, ‘de wedloop lopen’. Aan zijn gemotiveerdheid ligt het niet. Tegelijk valt ons het gevoel van de gemeenteleden op. Het is hier een aflopende zaak, we zullen wel zien hoe lang deze gemeente nog blijft. Men probeert het gezellig te houden en er nog een beetje van te genieten, maar hoe lang nog? Dat gevoel is begrijpelijk, maar het is ook fnuikend voor het gemeenteleven.
Hoe moet je jongeren enthousiast maken als je ze tegelijk door je houding vertelt dat de kerk een zinkend schip is? Zo ontneem je hen ook het perspectief van een kerk met toekomst.

Licht
Het kan ook anders. Er zijn ook kleine protestantse kerken in het katholieke zuiden (ook in Nederland) die vol enthousiasme bezig zijn met hun missionaire taak en die daarmee ook iets uitstralen naar de jongeren en naar de omgeving toe. Dat is geen garantie voor groei, want die zegen komt van God. Maar zo’n houding laat wel zien dat je ‘er nog in gelooft’. Juist een kleine kerk in een donkere omgeving kan op zo’n manier veel licht uitstralen, veel meer dan je op grond van het getal zou verwachten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief