Afgescheiden

1976-01-09
  • Jaargang 20
  • nummer 2


Niemand spreekt meer van koksianen;
van fijnen en motregen weet men wel.
De glans van een scheldwoord gaat gauw tanen,
maar de haat is nog laaiend als de hel.

Men vormde een ring om ze neer te beuken.
Dat is een prettig en gevaarloos spel.
Men hoeft zijn kleren niet eens te kreuken,
weerloze mensen sterven wondersnel.

Men stal hun brood en dwong hen te luieren.
ze werden gevangen en uitgezet.
"Ga jullie maar naar de hemel kuieren,
met zijn vele woningen, goed en net".

God hoort de hoon, belacht des vijands spot,
laat toe dat dood en duivel hen bedot,
maar 't volk dat toevlucht zocht in het gebed
heeft Hij als vorsten in het land gezet.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief