Sóla Scriptura = de Schrift alleen ?

1976-01-16
  • Jaargang 20
  • nummer 3
Er verschijnt sinds een paar jaar een voortreffelijk geredigeerd maandblad dat "Credo" heet. Het is het orgaan van het z.g. "Confessioneel Gereformeerd Beraad", een stichting die ijvert voor het behoud van het confessioneel gereformeerd karakter van de (synodaal) Gereformeerde Kerken. De redactieraad bestaat uit dr B. van Oeveren, Geref. pred. te Rijnsburg, ds M. P. van Dijk, em. pred. te Nunspeet en drs H. G. Leih te Kampen. Tot de medewerkers behoren o.a. ds J. Overduin. B. Roolvink, drs A. Schouten, ds C. Mak.
Voor het kennisnemen van wat in de Geref. Kerken gaande is, is het belangrijk.
Zoals "Waarheid en Eenheid" inlichtingen geeft over wat inde kring van de "verontrusten" leeft, brengt Credo ons in kennis in wat ik gemakshalve de “middengroepering" in de Geref. Kerken wil noemen.
Laat ik er nog bijvoegen dat de abonnementsprijs van dit maandblad f 22,- per jaar is en het adres van de administratie: Diefdijk 19, Everdingen.
In nummer acht van de tweede jaargang publiceerde dr Van Oeveren onder de hierboven afgedrukte titel een opstel naar aanleiding van het bekende boek van Prof. Kuitert "Zonder geloof vaart niemand wel".
Dr Van Oeveren sprak in de inleiding op z'n artikel zijn verbazing en schrik uit over wat prof. Kuitert in z'n boek betoogde. Wij citeren uit zijn artikel het volgende:

a) Samenvatting

van het boek Hierboven doe ik het woord 'verbazing' vallen. Ik heb me nl. èn bij de radio èn bij het lezen van het boek, telkens de vraag gesteld: voor wie spréékt prof. Kuitert nu eigenlijk?
Ik weet, dat hij hier een antwoord op geeft en wèl, dat hij het boek geschreven heeft voor mensen, die het moeilijk hebben met het christelijk geloof (pag. 5). Dat hij - om hemzelf te citeren - ook denkt aan nietkerkelijk georganiseerde mensen'. Ik zou in allen gemoede prof. Kuitert willen vragen: is dit werkelijk de opzet van uw boek geweest? Meent u, dat die mensen 'die het moeilijk hebben met het christelijk geloof' naar deze lezingen zullen grijpen?
Of hebt u tóch - bewust of onbewust - de Gereformeerde mensen voor ogen gehad? Het geeft te denken, dat prof. Beek in Hervormd Nederland dit boek ziet als primair bestemd voor het kerkelijk milieu, waartoe Kuitert zèlf behoort.

b) Inhoud

Voor wat die inhoud betreft, moeten we ons beperken. In verband met dit themanummer willen we vooral naar voren halen Kuiterts visie op de H. Schrift. Als ik het goed zie, verlaat hij het reformatorisch uitgangspunt van het Sola Scriptura, 'de Schrift alleen', en kiest hij welbewust voor de opvatting, dat de Bijbel een godsdienstig boek is en 'dat we Gods openbaring alleen in de vorm van mènselijke gedachten en woorden over Gods openbarring kennen, dat wil zeggen: verpakt in godsdienst en godsdiensten en dat wij dus kritisch mogen en moeten zijn wanneer iets zich als openbaring aandient'. (pag. 29).
Natuurlijk staat deze gedachte in het kader van een groot geheel. Bijvoorbeeld Kuiterts interpretatie van de godsdiensten, die hij aanduidt als 'oriëntatie-schema's' (pag. 24). 'Ook het christendom' (let op het woordje 'ook'), zo merkt hij op, 'is een dergelijke godsdienstige traditie, dus een soort van oriëntatie-schema dat een samenleving of een onderdeel daarvan erop nahoudt' (pag. 25). Ik kan hier nu niet te diep op ingaan, maar wèl wiil ik opmerken, dat je op déze manier geen enkel recht doet aan het wézenlijke van het christelijk geloof.
Dat een tekst als 'en de zaligheid is in niemand anders' (Hand. 4 : 12) op deze manier niet eens meer aan de orde kan komen en dat je de hele zaak in een dusdanig kader zet, dat van tevoren al het diepste geheim van het christelijk geloof wordt ontkracht!
Ik heb sterk het gevoel gehad, dat door heel het boek een pleidooi wordt gehouden voor een 'kerk buiten de kerk' (zie met name hoofdstuik 6). Ilk moge in herinnering brengen de woorden, die Buskes jaren geleden al schreef in zijn: 'Klachtenboek tegen de kerk' (pag. 2.2): 'Laten we praktisch blijven en niet theoretiseren, Op grond van de praktijk staat het voor ons- vast, dat in 95 van de 100 gevallen het bidden, het bijbellezen en ook het geloven uitslijt, wanneer de kerk in ons leven geen rol meer speelt'.
Ik ga niet herhalen, wat ik reeds eerder hierover geschreven heb n.a.v. Eimert Pruim's zienswijze op de 'kerk buiten de kerk'. Wel wil ik opmerken, dat als je net als Kuitert het christelijk geloof ziet als één van de vele wegen, waarlangs een mens iets van God te weten kan komen, je wel tot bovengenoemde opvatting móét komen, omdat je daarmee het unieke van het christelijk geloof opgeeft.
En onder ddt unieke versta ik, dat Jezus Christus de enige weg tot God is: "Niemand komt tot de Vader dan dóór Mij' (Joh. 14 : 6).
Omdat déze invalshoek in dit boek totaal ontbreekt, heeft Kuitert ook zo zijn bepaalde gedachten over de H. Schrift en keert hij zich met name tegen de opvattingen van een man als Karl Barth.

Gods Zelfopenbaring in Jezus Christus

Die kritiek op Karl Barth zet Kuitert al spoedig in (pag. 25 v.). Volgens Barth is er maar één goed uitgangspunt, nl. Gods Zelfopenbaring in Jezus Christus Daar vindt de mens de ware kennis van God en de weg naar God. Dit uitgangspunt is te vinden bij het christelijk geloof, dat niet zoals andere godsdiensten leeft van een verzonnen hemel en een verzonnen God, niet van verzinsels, maar van openbaring.
Kuitert wijst dit af als een onjuiste weg. Barth beperkt openbaring tot de openbaring aan Israël en de openbaring in Jezus Christus. Overal weten ze wel iets van God en Zijn heil. Zo is het christendom een stukje van die brede stroom van openbaring.
Het weet wel van bijzondere mensen en bijzondere gebeurtenissen en vooral ook van Jezus, de eniggeboren zoon van God, maar deze openbaring is in wezen niet anders dan alle andere openbaring. En dan komt Kuitert tot de toch wel onthutsende uitspraak: 'Ook het christelijk geloof is een geloof dat mensen erop nahouden, dat wil zeggen: het bestaat uit projekties, woorden, gebruiken die hier beneden en niet in de hemel bedacht zijn' (pag. 27).
Vanuit deze gedachtenconstructie is het te begrijpen dat de auteur er toe komt aan het christendom geen enkele unieke positie meer toe te kennen.
Dat het christelijk geloof op openbaring berust, is nooit waar te maken, zegt hij (pag. 28). 'Wanneer christenen zich voor de waarheid beroepen op godsopenbaring in Jezus van Nazareth, kunnen we er onmogelijk aan voorbijzien, dat het de christenen zèlf zijn die dit zeggen'.
En de conclusie wordt dan: ,De waarheid van een godsdienstige traditie moet blijken uit wat die godsdienst doet of kan doen' (pag. 28).
Nog afgedacht van het feit of Kuitert aan Barth's standpunt over religie en godsdienst wel helemaal recht doet moet wel worden geconcludeerd, hoe hij met heel. deze visie in strijd komt met de bijbelse gedachte, van Gods Geest niet verstaat' en dat de natuurlijke mens de dingen met de Reformatorische leer, dat de waarheid van het Evangelie alléén in het gelóóf als zodanig kan worden erkend!

Algemene en bijzondere openbaring

Kuitert verwerpt de onderscheiding tussen een algemene en een bijzondere openbaring. Het is 'de ondeelbare God die scheppend en heilgevend God is door mens en wereld heen' (pag. 92).
Nu is in onze Gereformeerde belijdenis nooit ontkend, dat er een algemene openbaring van God is, die tot alle mensen van alle tijden uitgaat (Ps, 19, Rom. 1 : 18 v., Rom. 2: 14, 15 enz.). Maar het gaat in deze openbaring niet over de liefde Gods ons in Jezus Christus geopenbaard. Het gaat hierin niét over verlossing of verzoening.
Welnu wanneer Kuitert deze onderscheiding laat vallen, moet door héél zijn boek heen de gedachte niemand verwonderd zijn, wanneer van de verzoening tussen God en mens helemaal niet ter sprake komt!
In de 'bijzondere openbaring' openbaarde God niet alleen Zijn 'eeuwige kracht en Goddelijkheid' (Rom. 1: 20), maar óók Zijn vergevende en verlossende genade. Déze openbaring is 'evangelie', blijde boodschap voor zandige mensen verloren in schuld!


De Bijbel

Dit evangelie en deze boodschap heeft God laten vastleggen in Zijn Woord. En dat niet als een woord van mènsen, maar, wat het inderdaad is, als een Woord van God, dat ook werkzaam is in u, die gelooft' (1 Thess. 2 : 13).
Hoe is nu Kuiterts visie op de Bijbel?
Met name in hoofdstuk 11: 'Wat theologie wel en niet kan' zegt hij hier het één en ander over. Alle christenen lezen de Bijbel niet op dezelfde wijze. Men moet dus een maatstad hebben met het oog op de beoordeling van de onderscheiden interpretaties van de Bijbel. Bij het bepalen van wat deze maatstaf zou kunnen zijn, gaat Kuitert weer uit van de gedachte, dat het christendom een godsdienst is en dat niet iedere bewering, waarvoor men zich op de Bijbel beroept, mag worden gezien als een christelijke waarheid. 'Een waarheid' zo schrijft hij, 'is een christelijke waarheid als zij mens en wereld toekomst opent of vrijheid schenkt', (pag. 101).
Kuitert vergeet er echter bij te zeggen, wat 'toekomst' en 'vrijheid' inhoudelijk betekenen. Hij laat ook niet de Bijbel zélf aan het woord over wat hierin over deze begrippen wordt gezegd. En zo kom je toch wel voor de vraag te staan, wat voor Kuitert nu de inhoud is van de bijbelse boodschap.

'Verpakking'

Hierboven citeerden we al een uitspraak van Kuitert, waarin hij sprak over Gods openbaring verpakt in godsdienst en godsdiensten (pag. 29).
Welnu, zó hanteert hij ook de H. Schrift: de Bijbel is de verpakking in menselijke woorden en bovendien zit die Bijbel ook nog vól van allerlei projekties. die mensen hebben ontworpen i.v.m. hun verstaan van de openbaring. In onze inleiding gebruikten we de woorden 'verbazing' en 'schrik', Die 'schrik' kreeg ik wel bijzonder bij het lezen van een gedeelte wat hij neerschrijft onder het hoofd: 'Het christendom en levensvragen'. Het is hier niet meer de reformatorische belijdenis van het 'Sola Scriptura', de Schrift alléén - maar een puur vrijzinnige visie op de Bijbel] zoals prof. Runia dit aanduidde).
Maar oordeelt u zèlf: "Ik denk, dat we nauwelijks aan de conclusie kunnen ontkomen, dat hiernamaals, laatste oordeel, hemel en dergelijke thema's, allemaal projekties van mensen zijn over een toekomst waar ze eigenlijk niets van weten. De doden trekken de ladder achter zich omhoog; je kunt ze nooit is over wat na het sterven komt meer bereiken. Wie weet wat waar We hebben niets anders dan een kolossale galerij met toekomstontwerpen die stuik: voor stuk door onszelf, als mensen, zijn bedacht" (pag. 83).

Het gezag van de H. Schrift

Het behoeft niet te verwonderen dat Kuitert .ten diepste niets wil weten over het gezag van Godsopenbaring en over het gezag van de H. Schrift.
Dr Goslinga heeft er eens op gewezen, hoe vaak en hoe veel Kuitert het woord dwang of geestelijke dwang gebruikt. Maar gezag is géén dwang. In gezag zit liefde. En als zodanig behoef je heus niet zo bang te zijn als Kuitert om te spreken over het gezag van Gods openbaring of over het gezag van een kerkelijke belijdenis. Want uiteindelijk gaat het in het laatste óók om het gezag van God!
Met deze gedachtengang voert Kuitert een nieuwe maatstaf in. De maatstaf waaraan alles onderworpen moet worden, óók wat er in de Bijbel staat, is de vraag of zij mens en wereld 'toekomst opent of vrijheid schenkt', wat hieronder ook verstaan moge worden! Wat daar niet aan voldoet is ónchristelijk, ook al staat het in de Bijbel! Wat daar wél aan voldoet is christelijk, ook al vind je het buiten het christendom.
Hiermee is niet meer het laatste woord aan God, zoals Hij Zich aan ons heeft bekend gemaakt in Zijn Woord, maar aan het inzicht van een of andere theoloog. De Bijlbel is niet meer de uiteindelijke norm, maar datgene wat wij als ménsen kunnen erkennen als 'evangelie'! De uiteindelijke beslissing is ons eigen interpretatie van wat evangelie of openbaring is.
Ik moet eindigen. Het zal u duidelijk zijn, dat we op deze manier niet verder kunnen. Het wordt praten op verschillende golflengten, wanneer we niet meer samen kunnen uitgaan van die éne bron, de H. Schriften, die van God getuigen. Op de laatstgehouden Gen. Synode van Haarlem kwam een brief ter sprake van het moderamen van de Ned. Herv. Synode, gericht aan de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden, waarin o.a. geschreven stond, dat ook in de Gereformeerde Kerken het verschijnsel van het z.g. vrij.zinnig theologisch denken kerkelijk en theologisch verwerkt blijkt te kunnen worden'.
Zelf had ik toen grote bezwaren tegen deze zinsnede en we waren blij, dat deze zin later werd teruggenomen (29-11-7,3). Nu ik dit boek van prof. Kuitert gelezen heb, moet ik bekennen dat ik, nauwelijks een jaar later, geneigd ben hier anders over te denken.
Vandaar mijn verbazing en schrik.
Zeer velen, ook buiten de Geref. Kerken delen deze verbazing en schrik. En ze vragen zich bezorgd af: zal deze theologie ongehinderd al meer in de Geref. Kerken doordringen?
Is dit alles ook met de zwakste binding aan de confessie te rijmen?
Wordt wat Prof. Berkouwer in zijn voortreffelijke studie over de Algemene Openbaring radikaal over boord gezet? Blijft men nog werkelijk vasthouden aan de exclusiviteit van het heil in Christus, aan het: Geen andere Naam.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief