Tussen Babel en Pinksteren
1975-08-08
Er waren onlangs artikelen te lezen in het Gereformeerd Weekblad over Zuid-Afrika onder de titel: “ook al ben je er geweest..." De schrijver J. T. Bakker heeft een duidelijke bedoeling met de titel: ook al heb je alles in Zuid-Afrika bekeken, je blijft toch 'tegen',al heb je met eigen ogen de thuislanden gezien, je blijft een tegenstander van het beginsel dat de verschillende rassen zich het best gescheiden kunnen ontwikkelen, je blijft je stoten aan het overal opduikende gediscrimineer dat de blanken toch wil bevoordelen boven de zwarten. Hoe vaak stuit je niet op de gedachte dat je geen fatsoenlijk Christen kunt zijn en tegelijk Zuid-Afrika verdedigen.- Jaargang 19
- nummer 29
Het vreemde is dat er inderdaad zeer fatsoenlijke Christenen zijn in Zuid-Afrika die het grote beleid van gescheiden ontwikkeling ondersteunen.
Ik weet ook wel dat we op glad ijs zijn wanneer we de vraag 'wat is waarheid' gaan aflezen aan de integriteit van de propagandisten hetzij pro hetzij contra. Een Gereformeerd mens met name wordt in deze subjectivistische contreien al gauw schrikkerig, Maar ik wil toch ook wel vastleggen dat vele jaren leven met de realiteit van het Koninkrijk der hemelen aan een mens niet ongemerkt voorbijgaat. Het zou al te goedkoop zijn de Zuid-Afrikaanse Christenen met een hoofs gebaar weg te vegen als mensen die volslagen ongevoelig zijn voor een beroep op het Woord van God. Zo zou het ook beneden de maat zijn om als Zuid-Afrikaanse gelovige achter de kritiek van Nederlandse christenen communistische invloeden te bespeuren en daarmee de goedwillende criticus buiten spel te zetten.
'ook al ben je er geweest...'
Dat is toch wel de uiterste toegeeflijkheid die je van een Nederlander mag verwachten: hij is 'tegen', als Nederlander, q.q. maar hij heeft zich nog de moeite genomen erheen te gaan ook, naar Zuid-Afrika, om nu niet alleen in geloof maar ook in aanschouwen te kunnen leven. Nodig is zo'n reis niet. Je hoeft er niet geweest te zijn. Verschenen er onlangs niet artikelen onder deze titel hier of daar 1).
De schrijver van deze artikelen is in Zuid-Afrika geweest; hij is er nog.
Hij heeft in de loop van vele jaren al aan vele kantlijnen gestaan, zondier zich ooit een vervent voorstander van het Nederlandse team of van het Zuid-Afrikaanse team te kunnen voelen. Hij heeft soms weemoedig het hoofd geschud wanneer Nederlanders na een stuntelig in het Engels gevoerd gesprek met een ontwikkelde Bantoe het kleurvraagstuk alweer onder de knie hadden, terwijl hij - hief roemen dient wel tot niets - na zovele jaren van gesprekken in de inheemse taal nog Lang niet zover was. Maar ook verbijsterde het hem te zien dat soms Zuid-Afrikaners het niet konden opbrengen de Bantoe als mens te zien en te behandelen.
Je voelt je hier zo dikwijls tussen die wal en het schip beklemd zitten.
Tussen de vaak meedogenloze kritiek van Nederlandse zijde die het doet voorkomen alsof je een racistische nazi bent als je het waagt één goed woord van Zuid-Afrika te zeggen, en het soms openlijke soms latente superioriteitsgevoel dat hier zo dikwijls als bij bilanken t.a.v. zwarten wordt aangetroffen. Het vreemde daarbij is dat het verwarrende gevoel over je komt dat beide partijen gelijk hebben èn ongelijk. We kunnen er niet onderuit dat alle mensen als mensen gelijk zijn. Maar zo'n uitspraak waagt verduidelijking. Anders wordt het een kreet. Wat is precies hiet soortelijk gewicht van dat gelijk zijn. Is dat een maatschappelijke realiteit of misschien 'n maatschappelijk ideaal' dat we moeten streven naar gelijke salariëring, behuizing en wat niet al voor allen, en dat wie er maatschappelijk uitspringt de zondebok wordt. Wat betekent religieuze gelijkheid precies? Ik ben een Gereformeerd dominee die met een ongeletterde Bantovrouw het kruis voorbij moet. Maar mijn verantwoordelijkheden en mogelijkheden zijn veel groter. Dit zijn geen gestolen gegevens; deze verantwoordelijkheden en mogelijkheden zijn mij door God gegeven. We hanteren verkeerde maatstaven wanneer we op stations het ene volk dwingen van toilet A gebruik te maken en het andere volk van toilet B. Intussen zou ik het griezelig vinden om met alle Zoeloes die ik hier ken van hetzelfde toilet gebruik te maken, niet omdat 't Zoeloes zijn maar omdat hij zeer velen de hygiëne nog wel op 'n erbarmelijk laag pitje brandt. Wie een Bantoe uit de kerk weert omdat hij een zwartman is, is te beklagen; tegelijk ben ik de Heere zeer dankbaar dat mijn gzin af en toe een dienst in een blanke gemeente kan bijwonen; als regel kan wel gesteld worden dat in gemengde diensten of het éne volk of het andere volk zich niet door die Heer zal, aangesproken voelen. Je mag niemand op grond van zijn huidskleur uit de kerk weren, maar gemengde diensten zijn meestal niet meer dan politieke demonstraties.
"Babel werd een babbelstad"
Wanneer we het Bijbels onderwijs over het ontstaan der volken serieus nemen komen we vanzelf bij Babel terecht dat naar het lied van Harmie Lam en Wim ter Burg een babbelstad werd. De Heere maakt een eind aan het bestaan van één taal als communicatiemogelijkheid. Er kwamen verschillende talen. Binnen die talen kon je met elkaar converseren, De contactbrug tussen de verschillende groepen verdween. Het werd zinloos babbelen. Er ontstonden volkeren en culturen. Gewoonten en taal beïnvloedden el\kaar wederkerig, Toen de communicatie verbroken werd, ontwikkelden zich specifieke gewoonten binnen de taalgroep en werd het oude gemeenschapsideaal van de toren een illusie. De toren van Babel werd op zijn best een museum. Het bestaan van volken en talen in Gen. 11 is geen gevolg van een natuurlijke ontwikkeling; de rijke verscheidenheid in de wereld is niet geboren uit het gebruik van scheppingsmogelijkheden, Door het oordelend ingrijpen van God spatte de mensheid - geschapen om één te zijn uiteen in een bonte verscheidenheid van talen, culturen, volken, religies en gemeenschappen. Door het eigenwijze optreden van de mensheid zag God zich genoodzaakt deze weg te gaan, de weg van onnatuurlijke ombuiging. Op het algemene verval vóór Noach kwam God met het antwoord van de zondvloed; op de torenbouw kwam de verstrooiing. Niet een situatie om tevreden mee te zijn, om zich bij neer te leggen. Wie is blij met een onnatuurlijke ombuiging van Gods schepping? Het laatste woord is nooit aan het oordeel. De Heere liet het er dan ook niet bij zitten. Direct na de torenbouw begint God met die voorbereiding voor de bouw van Israëls volk om tenslotte terecht te komen bij het nieuwe vork van God dat uit de volken en talen na Pinksteren zal opstaan.
Pinksteren is een geloofsrealiteit
Met Pinksteren worden de Joodse vertegenwoordigers van de volken der wereld aangesproken. De volken die we met Babel uit het oog hadden verloren, en met wie op hun lange tocht dom de geschiedenis geen communicatie mogelijk was geweest, komen weer in het gezichtsveld, Gedurende de helle lange periode van het O.T. hebben ze als het ware om de hoek geleefd; uit het gezicht maar heilshistorisch toch niet te ver weg. Daar treden ze in de Joodse vertegenwoordigers weer in het voetlicht en horen in hun eigen taal van de grote daden van God in Christus. Voor de boodschap blijkt de gebrokenheid van Babel uiteindelijk geen beletsel' te zijn, Jezus' heil komt tot alle volken over. De met Babel omgebogen lijn wordt met Pinksteren weer teruggebogen. In de Pinkstergemeente wordt weer iets zichtbaar van de vóór-Babelse mensheid. In Jezus Christus is geen onderscheid tussen Griek en Jood, besneden of onbesneden, barbaar en Scyth. Dat alles telt niet meer in de kerk. Dat speelt geen rol meer. Babel is buiten spel, gezet. Intussen moeten we een verschil tussen Babel en Pinksteren niet uit het oog verliezen. Balbel is a.h.w. een zintuigelijke realiteit. Of je wilde of niet, of je protesteerde of niet, je werd mee verspreid, Reken maar dat er wel gelovigen w:aren die geprotesteerd hebben tegen de torenbouw.
Gods kerk is er altijd geweest; het zal in die dagen wel een minikerkje zijn geweest, maar een kerk was er. Maar het oordeel van de verspreiding raakte allen. De hele mensheid werd samen verspreid. Pinksteren is een geloofsrealiteit. Alleen in Jezus Christus is een mens door de Heilige Geest in staat om over de verschillen heen te kijken, en iets van de oude eenheid waar te maken. Alleen door het geloof treedt men de werkelijkheid van de nieuwe mensheid binnen. Niet door het aanleren van alle wereldtalen wordt Babel aan de kant gezet maar door achter Christus aan te gaan die de Heer is van de nieuwe mensheid - afkomstig uit alle volken en talen - wordt Balbel overwonnen, Babel is we] overwonnen maar is er nog. Parallel met de nieuwe tijd die is aangebroken na Pinksteren, loopt de oude tijd, de Babeltijd die nog heel wat te zeggen heeft, overwonnen als hij is. Babel is nog niet monddood gemaakt, hoewel het een officieel, zwijgverbod heeft gekregen. De volken strijden nog met elkaar in koude oorlogen en soms in hete oorlogen. Wie moeten maar oog krijgen voor dat meervoudige Bijbelse spreken dat het oude (i.c. Babel) er is en toch niet meer is. Het is overwonnen en toch is het machtig. Het is all geoordeeld maar nog niet ingekerkerd.Pinksteren is er ars een werkelijke geloofsrealiteit maar je kunt het alleen zien tegen de Babelse achtergrond. Babel loopt nog door Pinkstieren heen.
en de moraal van dit verhaal...
We hebben met twee werkelijkheden te doen die wel verweven zijn maar die we scherp uit elkaar moeten houden. We mogen de één niet uitspelen tegen de ander. Ik geloof dat we hier op de misverstanden stuiten die er bestaan tussen Nederlandse en Zuid-Afrikaanse Christenen.
Nederland beoordeelt de situatie uitsluitend van Pinksteren uit. Men zegt: Babel is overwonnen, in Christus is geen onderscheid tussen barbaar en Scyth. Ergo: het Zuid-Afrikaanse beleid dat zich baseert op de volkerenverscheidenheid is verkeerd. Dat is een legitiem standpunt. Alleen maar: het veronachtzaamt de Babelwerkelijkheid, de politieke werkelijkheid van elkaar niet begrijpende en dikwijls wantrouwende volken. Die werkelijkheid is wel geoordeeld en de verdwijning nabij maar ZJeis er nog. Dit standpunt - dat ik nu maar gemakshalve het Nederlandse noem - schijnt de zonde niet altijd ernstig te nemen en een te grote wissel te willen trekken op de goedheid van de mens. Het doet je denken aan de socialisten van de twintiger jaren die zich de hemel van de arbeider nabij dachten. Natuurlijk wordt Nederland aan zijn achterdeur toch weer met deze Babelwerkelijkheid geconfronteerd in de Suriname-moeilijkheden bijvoorbeeld. Welk volk en welke religie zal het daar straks ten koste van wie voor het zeggen hebben?
Het Nederlandse standpunt zou moeten beseffen dat niemand' gedwongen kan worden uit Pinksteren te leven omdat dit een geloofsrealiteit is.
Maar ook het tegengestelde standpunt - dat we nu maar het Zuid-Afrikaanse noemen - gaat van een werkelijkheid uit. Die van de Babelverscheidenheid.
In het verleden heeft Zuid-Afrika ons wel willen wijsmaken dat God de verscheidenheid gewild heelt, het heeft ons met andere woorden Babel voor Pinksteren willen verkopen. Maar tegenwoordig wordt dat standpunt niet meer gehoord. Men wenst zich te stellen op het historisch gewordene, de zichtbare werkelijkheid dat de volken niet gelijk zijn, dat het éne achter het andere aankomt, dat integratie teveel gevraagd is van Babel, ja, een onmogelijk te vervullen opdracht zou zijn, en dat we dus politiek maar bij Babel moeten blijven staan.
Hier kan de vraag worden gesteld: hoewel U gelijk hebt dient U niet te vergeten dat er een Pinksterrealiteit is. Juist U, met Uw aanspraak een volk van Christelijke blanken te zijn (ten onrechte meen ik), juist U mag niet vergeten dat er een geloofswerkelijkheid is. Waar de Nederlandse broeder te goed denkt over de mens, denkt U daar niet te slecht van hem? Zuid-Afrika zondigt niet hierin dat het zich politiek op Babel-standpunt stelt. Je kunt Pinksteren nu eenmaal op niemand afdwingen. Maar het maakt hierin een belangrijke fout dat het alleen maar Babel schijnt te kennen en daarom ook van hen die uit Pinksteren leven, een Babel-houding verwacht. Een christen heeft het recht om uit Pinksteren, te leven in de Babel-wereld. Een regering heeft de plicht om voor Christenen de mogelijkheden te scheppen om alle mogeIijke contact met broeders van andere rassen te onderhouden. Kun je een Babel-man niet dwingen om uit Pinksteren te leven, je kunt evenmin een Pinksterman dwingen om naar Babel terug te gaan. De moraal van dit (nu al te lange) verhaal is dat op elk van beide standpunten geabstraheerd wordt. De ene werkelijkheid wordt naar voren geschoven ten koste van de ander. Beide hebben gelijk en ongelijk. Voor Nederland geldt: we lieven nog niet in de hemel, denkt U erom? Voor Zuid-Afrika geldt: vergeet U toch: niet dat er al hemels licht op aarde valt? Het zou goed zijn meer naar elkaar te luisteren.