Een schriftgetrouwe psalmberijming?
1975-08-08
Vóór mij lig't het vierde cahier van de "Stichting tot verkrijging van een schriftgetrouwe psalmberijming". Dit boekje werd een aantal maanden .geleden aan de kerkenraden toegezonden met het dringende verzoek hieraan aandacht te besteden. Ook "Opbouw" kreeg een exemplaar toegezonden ter bespreking. Het lag aanvankelijk in mijn bedoeling daar breed op in te gaan. Toen echter ds G. Visee in dit blad een drietal artikelen publiceerde over "Ons kerkboek" (9, 16 en 23 mei jl.) kwam ik tot de ontdekking dat veel van wat ik wilde schrijven al door hem was verwerkt in deze zeer lezenswaardige serie. Ik mag dus wel in eerster instantie voor allerlei algemene opmerkingen over de psalmberijming naar zijn werk verwijzen, - Jaargang 19
- nummer 29
De "Stichting tot verkrijging van een schriftgetrouwe psalmberijming" is opgericht in 1973. Er is een bestuur, waarin we namen aantreffen uit de z.g. "Haarlemse kring", mensen die reeds jaren zich bezinnen op een nieuwe psalmberijming en die destijds proeven van berijming inzonden aan de toen werkende (vrijgemaakte) deputaten voor de psalmberijming. Verder enkele predikanten (twee vrijgemaakte en één christelijke gereformeerde), Er is ook een comité van aanbeveling dat bestaat uit drie vrijgemaakte en één gereformeerde predikant. De Stichting is ontstaan uit onvrede. Dat is een duidelijke zaak.
Enerzijds zijn de broeders en zusters er van overtuigd dat de berijming van 1773 zo spoedig mogelijk vervangen dient te worden door 'n nieuwe berijming; anderzijds kunnen zij zich niet vinden in de nieuwe berijming ven de Interkerkelijke Stichting (het "blauwe boekje"). Over deze laatste berijming zeggen zij: "Hoewel erkend mag worden dat de nieuwe psalmbundel (die wij aan dichters danken) verschillende positief te waarderen berijmingen bevat, valt helaas op te merken, dat dit werk een groot (o.i. veel te groot) aantal in het oog lopende fouten en gebreken bevat, voornamelijk ten opzichte van de schrift-/tekstgetrouwheid en de verhouding woordtoon, om voor de eredienst aanvaardbaar te worden geacht.
Helaas stalat de Interkerkelijke stichting voor de psalmberijming niet (meer) open voor voorstellen tot verbetering.' De nieuwe Stichting heeft zichzelf de volgende uitgangspunten gesteld:
a. een zo getrouw mogelijke vertolking van de grondtekst. Onvermijdelijke toevoegingen moeten in overeenstemming zijn met de context.
b. het gebruik van hedendaags verstaanbaar Nederlands.
c. het zo veel mogelijk afstemmen van de zinsbouw op die der melodieën, waarbij met name de muzikale- en woordaccenten met elkaar overeenstemmen.
In het vierde cahier legt de stichting ons 35 psalmberijmingen voor, waarbij echter opgemerkt dient te worden dat het hier gaat om 22 psalmen. Verschillende psalmen zijn twee of zelfs driemaal opgenomen met verschillende berijmers. Men doet zelfs geen keus uit die verschillende berijmingen en laat dit blijkbaar over aan de beoordelenden.
Zij spreken de wens uit, dat de reformatorische kerkgroepen. die tot nu toe de I.K.B. niet hebben aanvaard voor gebruik in de eredienst, de handen ineen slaan om tot een voor de gemeentezang aanvaardbaar psalter te komen.
De opmerkingen van ds Visee over Ons kerkboek" acht ik van grote betekenis in verband met de problematiek, waarvoor wij als kerken staan. Ook wat betreft het werk van deze nieuwe stichting komen dezelfde vraagstukken naar voren aIs door ds Visee geschetst ten aanzien van ons gereformeerde kerkboek.
Met de poging van de stichting om naast de reeds bestaande I.K.B., die door de grote kerkgenootschappen is aanvaard en die ook in ónze gereformeerde kerken steeds meer gezongen wordt èn die op de scholen door de jeugd wordt geleerd, een nieuwere berijming te introduceren komt nl. het probleem van de eenheid in biet psalmzingen levensgroot voor ons te staan. In de "binnenverbandse" kerken heeft men gekozen voor een eigen berijming.
Sinds de synode van Hattem de I.K.B. onaanvaardbaar heeft genoemd, is in die kerken het selectiesysteem ter hand genomen. Afgezien van de vraag, of de voorgestelde bundel door de synode van Kampen wordt aanvaard (en dat is inderdaad de vraag nog!), moeten we helaas constateren, dat die kerken hun eigen weg gaan en zich nu ook door een eigen psalmberijming, isoleren van de andere zingende gelovigen in Nederland. En zij kunnen dat in zekere zin ook praktisch nog wel voor elkaar krijgen. Ze hebben hun eigen scholen waar de kinderen die psalmen in de toekomst gaan leren.
Hun "eigen" psalmen worden na verloop van jaren het eigendom van de zingende gemeente. Het ideaal dat de nieuwe stichting voor ogen staat, dat de reformatorische kerkgroepen de handen ineen slaan, zal dus met de "binnenverbanders' al niet lukken. Maar hoe staat het met "onze" jeugd? Als de kinderen op "gemengde" scholen gaan, leren ze als regel de I.K.B.; gaan ze nog naar vrijgemaakte scholen, dan wordt hun binnenkort de vrijgemaakte psalmbundel' geleerd.
Zou de stichting, die nu aan het werk is gegaan, zich niet moeten afvragen hoe groot de levenskansen zijn van haar werk? Hoe groot is het "afzetgebied" voor het wenk van deze berijmers?
Destijds is door deputaten voor de psalmberijming deze vraag ernstig overwogen. En tóen, maar dat was jaren voor de scheuring, was de vrijwel algemene conclusie, dat wij als vrijgemaakten niet in een isolement moesten gaan met een eigen bundel, als dat niet dringend noodzakelijk was. Als deputaten hebben wij daarbij ook met name overwogen dat het voor de jeugd van de kerk toch wel heel duidelijk te maken moest zijn dat wij niet anders konden dan andere psalmen zingen; m.a.w. wie de I.K.B. afwijst moet niet op een aantal fouten blijven staren, maar aantonen, waarin een pertinent onaanvaardbaar" gefundeerd is. W,ant wie met een eigen bundel komt, weet dat hij ziclh isoleert: van de grote kerkgroepen. en nu ook al van de "binnenverbandse kerken".
Het doet wat wrang aan, als de broeders van de Stichting stelden: De Interkerkelijke Stichting voor de psalmberijming staa t niet (meer) open voor voorstellen tot verbetering. Wij hebben destijds de boot gemist!
Toen het verzoek tot onze kerken kwam toe te treden tot de interkerkelijke stichting is daarop snel afwijzend gereageerd. Men verwachtte er niets van. Toen de Proeve van een nieuwe berijming in 1961 verscheen en ter toetsing aan de kerken werd voorgelegd, hebben wij niet meegedaan.
Terwijl er toen volop gelegenheid tot kritiek was. Kritiek op details en kritiek op hele psalmen. Zes jaar heeft het geduurd eer de kritiek uit de kerken verwerkt was en waar mogelijk ook overgenomen. "Ons aandeel" bestond uit het zenden van "waarnemers" naar de interkerkelijke stichting gedurende twee en half jaar. En met name de opbouwende kritiek, geuit door prof. H. J. Schilder en la ter ook door drs H. de Jong is zeer consciëntieus bezien. En óók - waar mogelijk overgenomen.
Men is bijl de Interkerkelijke stichting werkelijk niet over ij,s van één nacht gegaan. En men kan van de I.K.B. niet zonder meer stellen - zoals in biet citaat aan biet begin van dit artikel staat: een psalmbundel; die wij aan dichters te danken hebben. Want de dichters hebben in die I.K.B. hun eigen ideeën aan de kant moeten zetten om Gods Woord zo nauwkeurig mogelijk na te spreken. Zelfs tegen eigen opvattingen in!
De nieuwe stichting zegt: "Wij ontveinzen ons niet, dat een gigantisch werk als een psalmberijming nimmer volmaakt kan zijn, en wel verre van de pretentie te hebben de volmaaktheid te kunnen bereiken, zijn wij van oordeel, dat voor het lofoffer dat door de gemeente wordt opgedragen aan de Koning der kerk het best mogelijke moet worden nagestreefd".
Met deze en soortgelijke uitspraken is ieder het ongetwijfeld eens; ook de mensen van de I.K.B. Alleen zullen de berijmers van de nieuwe stichting inmiddels wel hebben ontdekt, dat berijmen vaak is het zoeken van een aanvaardbaar compromis. Wat qua tekst aanvaardbaar is, is nog niet altijd zingbaar. Wat qua gedicht goed is, hoopt niet altijd op de (van oorsprong) Franse melodieën. De eisen die de melodie met haar heffingen en dalingen stelt, kunnen niet altijd kloppend gemaakt worden met de tekst; tenzij men van de grondtekst afwijkt.
Ik begeef mij thans niet op de weg van detailkritiek op de aangeboden proeve. Het is een kleine moeite om door het wegen van ieder woord en van iedere zin het "onvolmaakte" van iedere berijming aan te tonen. Oók van deze proeve.
Een psalmberijming moet een zeker niveau hebben De nieuwe stichting vraagt de kerkenraden haar proeve ook te vergelijken met de bundel van de I.K.B. Wel, dat ligt voor de hand. Mijn voorlopige oordeel (het betreft hier tenslotte nog maar een gering aantal psalmen) moet zijn, dat hoewel er zeer verdienstelijke berijmingen in deze nieuwe proeve zitten, er toch wel zeker verschil: in niveau is. Voor mij wint nog steeds de I.K.B. het van deze in verschillende gevallen gekunstelde rijmen.