Het Woord komt tot het Zijne

1975-08-08
  • Jaargang 19
  • nummer 29
Op Hemelvaartsdag hield de jeugd van onze Kerken de jaarlijkse gespreksdag, deze keer in Zwolle. Het Woord stond hier centraal, het thema luidde: Kom 's aan het Woord.
Met onderstaande toespraak opende de voorzitter van het Gereformeerd Landelijk Jeugdcomité, de heer P. C. van Wijk, de bijeenkomst.

Als de Here Jezus naar deze wereld komt, is dat voor de mensen een begrijpelijke zaak. Dat wordt ons wel duidelijk als we de Bijbel lezen, met name de vier evangeliën.
Telkens is daar het onbegrip, het ongeloof. Christus komt naar de aarde en er zijn er maar enkelen, die Hem verwelkomen. En die enkelen -- eerst de herders, daarna oosterse wijzen - zijn door God op bijeendere wijze op de komst van de Heiland atten gemaakt. Ze zijn er als het ware met de haren bijgesleept, We hebben zo juist gezongen van de Here Jezus als overwinnaar, grote Koning, maar tijdens de komst en het verblijf van Hem op deze aarde is van dat koningschap niet veel zichtbaar geworden. Zeker, Hij trad koninklijk op - aan Hem heeft het niet gelegen maar Zijn volgelingen hebben dat niet gezien. Ze hadden de grootste moeite met Zijn wijze van optreden.
Ze hadden andere dingen ver., wacht. En zelfs als op Golgotha het 'het is volbracht” klinkt, komt wèl een Romeinse officier tot de erkenning 'inderdaad, deze man was rechtvaardig' Lukas 23: 47), maar de vrouwen die steeds bij Hem in de buurt zijn geweest gaan specerijen en mirre klaarmaken, zó zeker zijn ze er van, dat de dood van de Heiland het einde is. Dood is voor hen dood. Dat blijft zo, zelfs als die opstanding uit de dood reeds een feit is - op de Paasmorgen. Ook dan nog zijn diezelfde vrouwen druk in de weer met hun specerijen, omdat ze dood van de Levende hebben aanvaard.
Ook op Hemelvaartsdag is het nog niet tot de discipelen doorgedrongen, dat een vernederde Heiland op aarde thuishoort, maar dat een verhoogde Jezus weer naar die hemel moet. Ze zien hun Heiland naar boven gaan, een wolk komt tussen Hem en hen in en ze staren verbaasd omhoog. Ze zien de diepte van wat gebeurt niet, ze dóórzien het niet, ze begrijpen het niet in ze grijpen het niet. Weer zijn er engelen nodig om hen wakker te schudden: "Deze Jezus die van u is weggegaan naar die hemel, zal op dezelfde wijze terugkomen als hij Hem naar de hemel hebt zien gaan".

Johannes heeft in de eerste verzen van zijn evangelie op indringende wijze op dit niet-geloven van Jezus als hèt Woord, de Bevrijder, gewezen. Ik wil enkele verzen, die we zo juist gelezen hebben, nog' eens lezen zoals die voorkomen in de Willibrordus-vertaling:

"In het begin was het Woord
en het Woord was bij God!
en het Woord was God.
Aliles is door Hem geworden...
In Hem was leven, en dat
leven was het licht der
mensen
En het licht schijnt in de
duisternis
maar de duisternis nam
het niet aan.

Het ware Licht kwam in
de wereld.

Hij was in de wereld; de
wereld, was door Hem
geworden
en toch erkende de wereld
Hem niet.

Hij kwam tot het Zijne
maar de Zijnen aanvaard dien
Hem niet"

Is het je opgevallen, hoe scherp Johannes hier de zaak waar het om gaat beschrijft en hoe hij tot drie maal toe laat zien, dat op de komst van Jezus, van het Woord, een afwijzing volgde?

vers 5: de duisternis heeft niet begrepen;
vers 10: de wereld heeft Hem niet gekend;
vers 11: de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Jezus vangt bot.

De duisternis grijpt het licht niet.
De wereld erkent Hem niet. De Zijnen laten Hem passeren.

Het is die grote worsteling van de Zoon des mensen geweest om Zich ZiO te openbaren, dat de mensen het zouden geloven In die derde afwijzing tekent Johannes het scherpst de volle diepte van die afwijzing. De Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Het zijn geen vreemden, die Hem verstoten. Het zijn de Zijnen, die Hij kent. Immers Christus kènt de Zijnen. Hij kènt hen" die Hij van de Vader heeft ontvangen. Hij kent ze alleen, jou en mij. Hij gaat, ars Hij naar de aarde komt, niet naar vreemden, maar naar bekenden. Hij kent ze, maar de Zijnen wilden Hem niet kennen. Daar moet je eens over nadenken. Het kan gebeuren, .
dat je iemand ziet die je kent, naar hem toegaat, en dan doet de ander net of je lucht voor hem bent. Welnu, dat is Jezus overkomen. Hij is lucht voor de Zijnen.
Hij komt tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen, ze laten Hem gaan, voorbijgaan, passeren.
Je moet thuis eens nalezen Johannes 17, het bekende gebed van de Heiland kort voor Zijn sterven. Hij heeft toen gebeden voor de Zijnen. voor hen die toen leefden en vlakbij Hem waren, maar ook voor die velen vandaag. Hij heeft geworsteld en op dezelfde wijze worstelt Hij vandaag in die hemel nog om het behoud van allen die Hij. kent. Hij ziet ze, die velen die zich voor Hem buigen, maar ook de velen die Hem vandaag laten voorbijgaan, die Hem niet meer willen herkennen als de Heiland.
Hij kent ze. Hij kent jou, die misschien van plan bent om met God te breken omdat het allemaal toch niets uithaalt. Hij kent je broer voor wie de Bijbel allang een gesloten boek is geworden, Hij kent je zus, die omdat ze je ouders geen pijn wil. doen, nog net doet alsof, maar die in feite ook al gebroken heeft met Jezus. Hij kent ze, die van Hem zijn, de twijfelaars, de onverschilligen, de aan drugs verslaafden, de vloekers. Hij kent ze, de zoekers die 's avonds met de bijbel in de hand zitten om een weg te vinden. Hij kent de Zijnen, ons en Hij komt opnieuw tot ons vandaag.

Op Hemelvaartsdag staat ook Petrus met de anderen naar boven te kijken en ook hij weet niet wat er allemaal aan de gang is. Maar als het eenmaal Pinksteren is geworden, dan is het hem duidelijk geworden" dan is hij echt gaan geloven en dan kan hij er ook over gaan spreken. Dan gaat Petrus zijn pinksterpreek houden, één stuk Woordverkondiging zonder allerlei bijpraatjes. En terwijl hij aan het preken is, denkt hij opeens aan een psalm van David, aan Psalm 16. Hij Iaat zien, dat Psalm 16 en Pinksteren bij elkaar horen en hij gaat een gedeelte van die psalm opzeggen:

"Wegen ten leven hebt Gij mij
doen kennen,
Gij zullt mij met vreugde vervullen
voor Uw aanschijn".

Wegen ten leven.
Nu weet Petrus het. Jezus brengt niet de dood, maar het léven.
Nu kent Petrus de Heiland zoals Hij is.
Christus kent de Zijnen.
Nu kennen de Zijnen Hem ook.

Wij zijn vandaag bij elkaar als jongelui die van Jezus zijn. Het thema is: Kom 'es aan het Woord, Ik wil het nu even anders zeggen: Laat het Woord aan jou komen.
Laat het Woord, niet voorbijgaan, passeren.
Laat het komen in je mond in je hart, om het te volbrengen.
Vandaag.
Morgen.
Altijd.
Het Woord is vlees, is mens geworden en het heeft onder ons gewoond en het woont nóg onder ons. Het licht is gaan schijnen in de duisternis en het schijnt nóg.
Het ware Iicht is gekomen in de wereld en het komt elke dag opnieuw.
Hij is gekomen to.t het Zijne en Hij doet dat elke dag opnieuw.
Zeker, Hij ging naar de hemelen Hij zit daar aan de rechter., hand van God, als de verhoogde Heiland, maar Hij is ons daar niet vergeten. Hij is ook bij ons, door Zijn Geest. Het Woord woont onder ons, vol van genade en waarheid. Jezus kent de Zijnen, ons, jou, mij.
Hij komt in het Zijne, in ons leven, elke dag. Laten we nu samen gaan bidden tot God. Laten we Hem vragen, of Hij ons een fijne dag wil geven, of Hij ons helpen wil naar Hem te luisteren, of Hij ons wil blijven vasthouden in deze vaak zo goddeloze en onmenselijke wereld, of Hij wil blijven zorgen voor al de Zijnen, voor de ouders die het vaak zo moeilijk vinden om dat Woord over te dragen aan hun kinderen. voor de kinderen die er zo'n moeite mee hebben om te geloven.
Kom 'es aan het Woord. Laten we dat nu eerst doen in ons gebed.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief