Doctor H. E. S. Woldring

1976-01-30
  • Jaargang 20
  • nummer 5
Vrijdag 23 januari jl. was voor ons redaktielid de hleer H. E. S. Woldring een belangrijke datum. Hij promoveerde toen namelijk aan de V.U. in Amsterdam tot doctor in de wijsbegeerte op een proefschrift dat getiteld is: 'Tussen handelingsvrijheid en gedragsbeheersing, een sociaal-
filosofische studie over de vrijheid tot en de beheersing van het sociaal handelen in de sociologische teorie'. De promotie-plechtigheid werd door een groot publiek bijgewoond, hetgeen er op wijst dat de heer Woldring behalve sosioloog ook sosiaal is. Bij de vele gelukwensen die hem bereikt hebben willen wij graag ook de onze voegen, In het voorwoord van het boek lezen we deze belijdenis: "Het beoefenen van de wetenschap coram deo (= voor Gods aangezicht, - d.J.) heeft mij veel vreugde gegeven." Daarmee vooral gefelisiteerd, doctor Woldring!
Bestuur, redaktie en lezers drukken U bij deze gelegenheid hartelijk de hand.
lik zou het hierbij kunnen laten en aan het geleverde werk kunnen voorbijgaan, onder voorwendsel dat het proefschrift zich beweegt op een studie-veld dat het mijne niet is. Toch is dat slechts ten dele juist.
Dr Woldring is socioloog, dat is waar, maar hij' is daarnaast ook filosoof en als zodanig is hij in zijn beweringen even kontroleerbaar als een dominé die preekt.
Welnu, ik moet eerlijk zeggen dat ik vooral het laatste deel van het proefschrift met enige zorg gelezen heb. Deze zorg betreft zowel de analyse die Woldring geeft van wat er in onze samenleving mis is, als ook het uitzicht en de hoop die hij ten dezen belijdt.
Wat de analyse betreft, dr W. valt goeddeels de klaagzangen bij, die heden ten dage over onze westerse samenleving worden aangeheven.
Deze is verzakelijkt, verdingelijkt, ontpersoonlijkt. "Banken, industrieën, supermarkten, legeronderdelen, gemeentesekretarieën en departementen zijn omvangrijke organisaties, die met 'officials' zij:n gevuld, die ver van de mensen afstaan en die iets ondoorzichtigs voor hem hebben" (p. 174). Een struktureel euvel doortrekt de maatschappij, dat de mensen de gelegenheid of de 'ruimte' tot vrijheid van handelen beneemt. De mogelijkheid tot gevoeligheid voor de ander is afwezig.
"De macht van de mammon, die het ekonomisch leven en de samenleving van onze tijd in belangrijke mate beheerst, is niet alleen 'n onpersoonrijke macht, maar ook een macht die onpersoonlijk maakt." (p. 172) lik wnl dit met kracht tegenspreken. Hier wordt een gemakkelijk exkuus verschaft aan de mens, die zich onder de macht van deze tendensen in de samenleving laat brengen. Maar een mens kàn zich niet verontschuldigen door te wijzen op verziekte strukturen. Een winkelmeisje ~n een supermarkt zal wel veel aanleiding vin:den om onpersoonlijk te worden, maar áls ze het wordt, is dat alleen per eigen beslissing, waarvoor ze rekenschap zal moeten afleggen voor God. Niemand wordt door welk systeem dan ook genoodzaakt tot onmenselijkheid. Als dat wèl zoo was, zou Christus geen Heer zijn over de machten, En dat is Hij toch! (1 Coll. 2 : 15). Vanwege deze macht mogen wij mensen Gods zijn, ongeacht de omstandigheden, waarin we verkeren. Daarvoor ontvangen wij de Heilige Geest. Omdat deze Geest verdwijnt uit onze samenleving, verzieken de strukturen. Dat bederf wordt niet veroorzaakt door zulke dingen als schaalvergroting e.d. De Heilige Geest is werkelijk groot genoeg om zulke vergrotingen op te vangen, en ons toe te rusten, zodat we ons op elke schaal menselijk gedragen.
De Bijbel is een weg, die door veel landschappen voert. Ik bedoel, dat het daarin beschreven volk Gods door een veelheid van maatschappelijke systemen is heen getrokken: de vreemdelingschap in Kanaän, de slavernij in Egypte, het verblijf in de woestijn, het besteil in de richterentijd, onder het koningschap, tijdens de ballingschap (Daniël en zijn vrienden), onder de bezettende macht van de Perzen, de Grieken, de Romeinen, als minderheden in de stedelijke samendevingen van Klein-Azië en Griekenland - maar in alle konstellaties ontmoet je vrije kinderen Gods met volledige ruimte tot handelingsvrijheid. Zij het ook, dat mensen soms een oven stookten voor hen die in de knielende massa fier overeind bleven staan.
Vrijheidsbelemmering? Goddank, nee! Zij zegevierden zelfs in het vuur.
W. schijnt ons bij te vallen, als hij verschillende malen zegt, dat samenlevingsverhoudingen een werkelijlkheid-van-de-tweede-orde zijn, omdat ze afhankelijk zijn van de menselijke vormgeving. Maar hoe funktioneert dit gegeven nu bij hem? Helaas dialektisch, dat wil zeggen: er wordt een ander gegeven tegenover gesteld, dat het eerst neutraliseert.
"Hoewel niet de maatschappijstructuren, maar de mens handelt en hij als zodanig de oorzaak van het kwaad is, kan de mens het kwaad in maatschappelijke instellingen investeren ... Terecht zegt Heering, dat de samenleving 'een bolwerk van het boze' kan worden." (p. 175) Volgens mij is dit in-en-uit-praten - een ander woord voor dialektiek.
Wat is dat trouwens voor griezeligs: een samenleving als bolwerk van het boze? Moeten we dan toch bidden: verlos ons van het boze? Door te spreken van de boze houdt de Bijlbel alles persoonlijk en dus verantwoordelijk.
Wie ven geen satan wil weten, brengt ten diepste het begrip 'schuld' om zeep en bevordert de tragische levensbenadering. Dat zou W. moeten bedenken, voordat hij een vrijzinnig theoloog als Heering aanhaalt. De Schrift geeft geen sentimeter toe aan de tragische levensopvatting, die meer over het lot dan over de schuld klaagt. "Wat klaagt dan een mens in het leven? Een ieder klage over zijn zonde." (Klaagl. 3 : 39) De persoonlijke zonde, aangeboren en werkelijk, individueel en kollektief, is de eigenlijke nood van de samenleving, W.'s analyse bepaalt natuurlijk ook zijn uitzicht en hoop. Geen wonder, dat ik ook daarbij mijn wenkbrauwen frons. Is zijn hoop wel gefundeerd? We lezen op pg. 179: "Met Blodh en Moltmann kunnen we zeggen, dat hopen 'realistisch' is, omdat het niet gaat om de samenleving zoals die is, maar om de samenleving wals die veranderbaar is." Hier valt W. het moderne teologiese denken bijl dat in plaats van het evangelie van de verlossing door het bloed van het kruis de teologie van de verandering heeft gesteld, bij welke verandering meer aan dingen dan aan personen gedacht wordt.
En wat het persoonlijke betreft, sluit het ondiepe woord 'verandering' nauw aan bij W.'s optimistische mensbeschouwing, die het wel heeft over het geschapen zijn van de mens naar Gods beeld, maar over zijn val-in-zonde met geen woord rept. Dat deze gevallen mens altijd weer de neiging heeft alle schuld van zich af te schuiven: de vrouw die Gij mij gegeven hebt ... , de strukturen, waarin Gij mij doet leven ... , valt dus buiten de aandacht. Wel lezen we een zin als deze die sterk aan Erasmus doet denken: "De religieuze keuze is de meest fundamentele notie van wat we 'vrijheid' noemen." Als dat waar was, zou inderdaad het woord 'verandering' als samenvatting van het evangelie voldoende zijn. Maar is het waar?
We houden ons voor ogen, dat dr W. een christelijke benadering van de sosiologische teorie heeft beproefd en we hebben daar waardering voor.
naar is helaas in onze dagen moed voor nodig. Maar we moeten toch zeggen dat het ijzer van het evangelie bij hem sterk vermengd is met het leem van het humanisme. Religieus is het boek ondiep en teologisch (ja zeker, het begeeft zich zélf op teologisch vlak!) is het argeloos.
M.i. zou een christelijke sosiologie in onze tijd zich deze vraag moeten stenen: gesteld dat de samenleving vanwege de onbekeerdheld van de meerderheid der mensen inderdaad onveranderbaar is en de hardheid en liefdeloosheid in haar midden toenemen, op welke wijze zal dan de christen als christen kunnen deelnemen aan het maatschappelijk gebeuren, totdat onze Here zegt: ga uit van, haar, mijn volk? Christelijke sociologie zal niet om de vreemdelingschap heen kunnen. Zeker vandaag niet.
Maar ik realiseer me, dat ik in m'n vrije beroep makkelijk praten heb.
Alleen, wie makkelijk praten heeft, hoeft toch daarom z'n mond niet te houden?
Dit stuk, dat als welgemeende felisitatie begon, is hoofdzakelijk kritisch geworden. Maar ook nu beoog ik weer het gesprek, dat onder ons noodzakelijk is.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief