Met zegeningen vervullen

1976-01-30
  • Jaargang 20
  • nummer 5
n.a.v. dr K. J. Kraan,
"Genezing der herinneringen"
Kok, Kampen

De psychologie, de leer omtrent ons onstoffelijke ik, heeft een lang verleden (schreef eens iemand) maar slechts een korte geschiedenis. Nog jonger is de psycho-analyse, de door Freud ontwikkelde methode, om zielsgebreken te leren kennen teneinde ze te genezen. Voor die genezing van zielsziekten en -gebreken zijn de laatste eeuw nog diverse andere rakken van wetenschap beschikbaar gekomen. De een is voor de leek nog moeilijker te begrijpen dan de andere. Om van het ondergaan maar te zwijgen. En met alle respect voor de wetenschappers: als het even kan proberen we allemaal uit handen van de psychiater te blijven.

Natuurlijk is er al duizenden jaren een praktische, onwetenschappelijke kennis van wat in het mensenhart leeft. En wat dit hart wondt. De onverbrekelijke eenheid van geest, ziel en lichaam is duidelijk voor ieder.
Van de Heere Jezus staat opgetekend, dat Hij het mensenhart kende.

En God is "de kenner der harten van allen". Door te luisteren naar zijn Woord leren we enigermate onszelf kennen, elkander te peilen. Dat mag en dat is nodig. Augustinus had de begeerte: "God en de ziel te kennen".
Voor de electrische energie hebben we ingenieurs nodig; maar de huismoeder moet met electriciteit omgaan. Zo moeten we wetenschappelijk zien vaststellen, wat er omtrent onze ziel vast te stellen is; maar wijzelf moeten er mee leven.

Waarom deze inleiding? Om een achtergrond te geven voor het bovengenoemde boekje, dat een vereenvoudigde weergave biedt van enkele hoofdstukken uit dr Kraan's grotere boek "Opdat u genezing ontvangt" (handboek voor de Dienst der Genezing).

Jawel, Dienst der Genezing met hoofdletters geschreven. De Genezing is meer dan de haarlemmerolie belooft en de Dienst is meer dan die van de posterijen. Het gaat in dit boekje niet om wetenschap, maar wel om een stukje "bediening des heiligdoms", dat is dienst in de naam des Heeren, liturgie. En de genezing, het herstel van onze verzondigde geestelijke gezondheid, is een directe gave Gods, de inbezitneming door Jezus Christus, die ons met zijn zegening vervult. Die ons vol maakt, ons vervolmaakt.

De schrijver gaat in op die tekorten aan ons universele geluk, die door onze herinnering zijn ontstaan. Door "spijkerharde herinneringen", ovengenomen vooroordelen, taboes en obsessies. "Vreugde en geluk worden bij vele mensen ondermijnd door de (vaak vergeten) traumatische herinneringen uit de jeugd, Gruwelijke jeugdindrukken verduisteren soms een leven lang het onderbewuste. Door traumatische belevenissen wordt men ergens in het verleden vastgehaakt". Zegt de schrijver. En hij voegt hier aan toe: dat wij door het gebed in Jezus' naam ook van deze wonden kunnen genezen.

Een oude predikant zei me eens: "onze herinneringen zijn de bagage van onze ziel". Hij bedoelde: die nemen we mee naar het land, waarheen we niets stoffelijks kunnen meenemen. En inderdaad: in de gelijkenis van de arme Lazarus spreken mensen, die de herinnering aan hun verleden meedragen. Toch - die uitspraak maakte me niet direct gelukkig.
Ik vroeg: ook de herinnering aan onze zonden, denkt u?, onze tekortkomingen, wraak of wrok? Hij zei: die ook, maar ze moeten door het bloed van Christus pijnloos worden gemaakt. Ze doen ons niet meer zeer, wanneer God alles en in allen is.
Ja, het bloed van Jezus Christus. Dat reinigt ons van alle zonden, Dus ook van ellendige herinneringen, die - door eigen of andermans zonden ontstaan - ons leven kunnen vergiftigen, De Heiland! Wat een naam eigenlijk: geen naam is er zoeter en beter voor 't hart; hij balsemt de wonden en heelt alle smart. In Heiland zit het werkwoord helen, genezen. God de Heere noemde Zich: Ik ben de Heere, uw Heelmeester.
Het oude en het nieuwe testament zijn vol van Gods helende genade, zijn herschepping. Hij maakt alle dingen nieuw. De hele bijbel spreekt van vergeven: niet per formule of decreet - maar van een bedekken (psalm 32), dat in regelrecht verband staat met de Verzoendag. Anders gezegd: God doet iets wanneer Hij vergeeft.
Wij zijn per definitie bereid, op die vergeving te wachten tot het laatste gericht, onze verlossende vrijspraak. En voor het zo ver is torsen wij de gevolgen van eigen en andermans zonden - herinneringen, lidtekens, verdriet, angstdromen - als een kruis mee. Maar dat is niet geheel naar Gods Woord. Als de Heere iets belooft is dat niet voor Anno Dazurnal, maar voor hier en nu. Want Hij spreekt en het is er.
Gods spreken lijkt niet op ons gesproken woord, dat vervluchtigt terwijl het een oor indringt. Als de Heiland iemand zijn zonden vergaf, - was de zondaar meteen genezen!
De bekende schrijver van "Ondergang", dr J. Presser, heeft van vele ex-gevangenen de biecht over hun periode in de concentratiekampen aangehoord, voor hij zijn boek kon samenstellen. Ze zeiden hem dingen, die ze nooit aan anderen konden vertellen. Zelf leed hij mee met deze bijna vernielde, maar overlevende, wrakstukken, die kapot dreigden te gaan aan hun herinneringen. Zelf had hij ook uit de beker van Gods beproevingen gedronken. Maar hij kon zijn broeders niet laten gaan zonder ze te zegenen. "In de wetenschap dat het Joodse volk door de eeuwen heen *net grote geheim van Gods bedoeling met deze wereld in zich meedraagt", zegende hij zijn bezoekers. Hij schonk balsem in hun wonden.
Wilt u daar eens over nadenken?

Ook wij mogen zegenen. Het is zelfs een duidelijk gebod: "zegent ze, die u haten; zegent en vervloekt niet". Jezus heeft ons het voorbeeld gegeven: Hij zegende zijn discipelen, vlak voor de hemelvaart. Dat is: Hij nam hun leed over hun vlucht, hun verloochening, hun verraad, van hen af. Hij genas hun wroegend zelfverwijt. Hij vervulde hen met zijn zegening: opdat zij uitdelers van zijn genade zouden zijn.

Wij mogen Hem hierin volgen. Ons is de zegen opgedragen. Wij krijgen stromen van zegeningen, van levensvernieuwing. Niet om ze voor onszelf te houden. Als goede rentmeesters, als uitdelers van de veelvoudige genade Gods mogen we de zegen doorgeven. Wanneer een stervende broeder zijn ziel en zaligheid in Gods hand gelegd heeft, het mogelijke gedaan om vergeving van mensen te krijgen en deze wederkerig te schenken, en nu zijn laatste tocht geheel alleen aanvangt - dan kunt u hem een zegen meegeven. De genarde van onze Heer Jezus Christus.

En de liefde van God. En de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u. Zeg het maar. Het doet hem goed - en u ook. Het is immers niet uw zegen. En het is helemaal geen heilwens. Hier wordt iets van de volheid van Christus' genade doorgegeven. Niet per formule - metterdaad.

Die zegen in de kerk - ook geen formule! Een van onze predikanten (waarom zo geheimzinnig? het was ds C. Veenhof te Haarlem) kreeg eens een Joodse dame mee naar de kerk. Hij vroeg haar na afloop: wat is uw indruk van een christelijke kerkdienst? Ze antwoordde: één ding, het uitdelen van Gods zegen! Jawel: de zegen, die de Heere zelf aan Aäron heeft opgedragen, om aan Zijn volk te bedienen. De Heere zegene u. U moogt ook zeggen "zegent u", want het Hebreeuws kent eigenlijk die aanvoegende wijs niet. Als de Heere dat zegt, dan dóer Hij het meteen. Hij behoedt u. Hij glimlacht tegen u. Zalig, die het hoort en aanneemt.

En laten we nu die kerkelijke traditie eens loslaten: dat alleen een bevestigde dienaar des Woords Gods zegen mag uitdelen. Dat een ouderling of een candidaat of een hulpprediker (.. .) Gods zegen behoort te reduceren tot een zegen-bede: "zij met ons"', in plaats van "zij met u".
Want die zegen ligt niet aan de persoon van de uitdeler, maar aan de Persoon van de Gever van alle goeds. En nu de zegen tot genezing van onze kwellende herinneringen.

Wij staan niet alleen in dit leven, los van elkaar. Wij hebben elkander nodig.
Het kleine kind heeft de liefde van moeder, de sterke hand van vader, nodig. En straks hebben twee oudjes de hulp en de liefde van hun kinderen nodig. U hebt burenhulp nodig, op zijn tijd. En u bent blij, als de buren eens bij u om hulp aankloppen. Wij gaan niet alleen door 't leven.

In zoverre we Gods liefde ervaren, komt die vaak tot ons door onze naasten. En in zoverre we Hem onze tol der dankbaarheid bewijzen, doen we dat meestal aan de minste van zijn broeders.

In dit verkeer zijn we beurtelings de verslagen reiziger en de barmhartige Samaritaan. Verslagen hoort bij "schuldbesef", ps. 51. En barmhartig betekent medelijdend. Wie medelijdend is, helpt de ander van zijn verslagenheid af. Wat is het heerlijk, elkaar onze misdaden te belijden.

Onze daden, die "mis" waren. Onze zonden: alle keren, dat we gefaald hebben, tekortgeschoten zijn. Onze schuld: ons onvermogen om God en de naaste waarlijk lief te hebben. En dat belijden, dat "ons lijden naar buiten brengen", is niet alleen bevrijdend, omdat we er afstand van nemen. Of omdat we elkaar Gods absolutie bedienen.

Hét Godsgeschenk in dezen is: dat Christus - door de naaste - in ons afdaalt om de wonden van onze zonden te balsemen, te genezen. Zodat ze geen pijn meer doen, die herinneringen aan vergeven zonden. Zodat alle tranen gedroogd worden. Zodat wij ons niet meer "ziek" noemen.

Dát Godsgeschenk mogen we aan elkaar kwijt. In het vaste geloof, dat het niet ónze geneeskracht is - maar dart we aan elkaar de genezing van de grote Heelmeester bedienen.

Hier zit de kern van het boekje van dr Kraan. Mensen, we mogen elkaar helpen. We doen goed met ons daarop terdege te beraden. We moeten veel met Gods Woord - dat is met de sprekende en handelende God des verbonds - omgaan, willen we ons hart en dat van de medemens verstaan; willen we elkaar helpen bij de genezing der herinneringen. En we moeten loskomen van veel formulair geprevel: Gods zegen bestaat niet in verborgen toverformules. Wie in Hem gelooft: stromen van levend water zal hij voortbrengen.

Reinigend water .. Wij zijn "rein om het Woord, dat tot ons gesproken is". Elke maal, dat we Gods beloften gelovig aannemen, worden we schoongewassen. Krijgen we absolutie, schuldvergeving, Niet bij rechterlijk decreet - maar Hij wast ons met hysop schoon. Dat woordje "schoon"! Het betekent eigenlijk: het mag gezien worden. Zoals Gods schepping zeer schoon was, gezien mocht worden. Maar schoon is ook: gewassen. Speciaal gewassen in het bloed van het Lam, dat de zonden der wereld wegdraagt. Hij spreekt ons vrij - en neemt alles weg, wat ons deert. Hij wil onze zonden niet gedenken; maar Hij wil ook niet dat wij er onder gebukt blijven gaan.
Vandaag leven we tussen frustraties, taboes, traumata en neurosen.
Wetenschappelijke woorden voor zeer on-Christelijke zaken. Zalig hij, wiens ketenen verbroken zijn - en blijven. Hij is als een boom, geplant aan waterstromen, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, wiens loof is tot genezing der heidenen (... ) en wat hij onderneemt, dat gelukt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief