Om de verbondenheid van de zusterkerken
1975-08-15
Draagt de zusterkerkelijke verbondenheid onder ons in hoofdzaak een "ideëel" karakter? Is ze een gedachtenvliegtuig dat niet landen kan in de werkelijkheid van het kerkelijk leven? Neen en nog eens neen!- Jaargang 19
- nummer 30
Ik zou dat nog eens wijlen aanwijzen en beklemtonen vanuit een bepaalde episode van mijn eigen kerkelijke geschiedenis. Dat klinkt een beetje arrogant, maar u wilt wel bedenken dat het "kerkelijke" element de "eigen" geschiedenis belangrijk maakt en niet omgekeerd!
In de geschiedenis van de kerkelijke troebelen, die tot de laatste scheuring hebben geleid, werd aan de kerken van de classis Alkmaar-Zaandam op een gegeven moment de eis gesteld, dat zij de kerken van Koog-Zaandijk en Wormerveer, die zich na het "niet-ontvangen" van ds B. J. F. Schoep ter generale synode niet meer vertegenwoordigd achtten, en dat zij voorts ds A. H. Algra van Wormer, die de "Open Brief" mee had ondertekend, niet meer zouden ontvangen in haar classicale vergaderingen!
Toen op deze eis niet werd ingegaan kwam het na verloop van tijd tot een "reconstituering" van de classis Alkmaar-Zaandam. In die reconstituering waren, gelijk men denken kan, de bovengenoemde "vreemde en kwade smetten" bij voorbaat uitgesloten, d.w.z. de Algr a en de beide genoemde kerken waren niet welkom, tenzij dan na "bekering".
Aan alle kerken in het ressort werd nu de keus gesteld: Op welke kerkverbandelijke weg zult ge gaan? Ik heb het toen als één van de meest kwade vruchten van een kromgegroeid kerkverband ervaren, dat het mechanisme van de slechte "vereenvoudiging" met zulk een kracht ging werken. Men had maar "eenvoudig" te kiezen. Op grond van logische en zeer duidelijke overwegingen. En dan uiteraard. " vóór de kerkelijke verbondenheid waar kerkverband en belijdenis "veilig" waren. En waar was het safer en veiliger dan in de gereconstitueerde classis, die immers onder de banier van belijdenis en orde haar start had mogen maken?
Bij- dit alles kon men eigenlijk gemakkelijk vergeten, dat deze "eenvoudige"
keus neerkwam op het afbreken van alle kerkelijke verbondenheid met tal van kerken in Noord-Holland, op de eliminatie van predikanten en leden uit de beleving van de broederschap, Per "eenvoudige" keus had men als het ware impliciet maar naderhand ook steeds meer en steeds duidelijker expliciet al deze broeders tot vijanden verklaard!
Toen heb ik het zo gesteld: Als ik een keus moet doen waardoor ik broeders als ds Van Ommen. ds het ware impliciet maar nader v. Venetië, ds Stuy, ds v. Hulsteijn, ds Veefkind en al hun kerkleden niet meer mag ontvangen als medegenoten aan 's Heren Tafel, waar moet ik dan voor mijzèlf de vrijmoedigheid vandaan halen om het Avondmaal te vieren? Dat was het voluit religieuze probleem, dat was de werkelijkheid, die door geen administratieve keuzeversimpeling kon worden weggewerkt. Wat kan het toch raar lopen! Toen ik zó sprak werd me ineens gevraagd, of ik de belangen van de pláátselijke kerk niet moest laten prevaleren boven die van àndere kerken - een vraag die gesteld werd door broeders, die geen enkel verweer tegen de grootkerkelijke hiërarchie hadden opgebracht!
Ik kon alleen maar zeggen, dat het dilemma "plaatselijk-verbandelijk" hier totaal werd verslonden door het kerndilemma "recht-onrecht". Het zou onrecht zijn de verbondenheid met de zusterkerken en haar leden te verbreken.
Het bllijven bij dat standpunt heeft toen voor mij de deur dichtgedaan!
Kerkelijke verbondenheid - dat is de aanvaarding van elkanders leden en van efkanders predikanten - aan het Avondmaal, op de kansel, in de gemeenschap. Dat zijn echt de básisdingen! Men "ziet" ze - bij onze gebruikelijke oppervlakkigheid - vaak pas, als ze niet meer te zien zijn! Maar deze basisdingen vormen de landingsstrook, het platform, de basis waarop het vliegtuig van de onderlinge erkenning in de Here landt! De concrete vloer van de kerkelijke praktijk De begane en begaanbare grond. Mijn bezwaar tegen de kerkvergaderlijke apparatuur van de episode die ik beschreef was dan ook niet, dat die apparatuur zo "kerkverbandelijk"
was, maar dat ze in een omkering van haar eigen bestemming de basiszaken van het kerkverband ging aantasten en vernietigen. Een hulp in de huishouding die de kinderen van het huis van tafel stuurt! Mijn bezwaren tegen kerkverbandelijke vergroeiing zijn ...kerkverbandelijk gefundeerd. Zoals ik ook een organisatievorm, die werkelijk als behulpsel ten aanzien van de basiszaken optreedt, van harte positief waardeer.
Toen mijn medebroeders en ik eens met de Chr. Gereformeerde broeders over een mogelijke vereniging van onze kerken spraken hebben we het aldus gesteld: We willen zo graag bij u binnen komen, maar we willen niet meer ergens uit! We hebben een gemeenschap van kerken. We hebben al die basiszaken waarin de erkenning in Christus concreet wordt in het kerkelijk loeven. En het zou verkeerd zijn, als ons de eis wordt gesteld daarmee te breken. Niet omdat we zo op "onze kerkelijke strepen" staan, maar heel eenvoudig, omdat we geen begeerd goed mogen kopen met een bedrag aan kwáád. Geen vereniging met een breuk!
Daarin sprak ook ons verleden, Of liever gezegd: de lès van het recente verleden. We hadden het "binnenverbands" plaatselijk ",goed" kunnen hebben, als we maar berust hadden in de kerkelijke afschrijving en afvoering van zovele kerken en broeders. Maar zo mocht het niet! Zo'n afschrijving moet men niet vragen. Ook niet op een veel en veel vriendelijker manier. Ook niet als het alléén maar gaat - wèrkelijk alleen maar - om het voorkómen van kerkverbandelijike complicaties, Over classis, particuliere synode en generale synode kunnen we heel wat "achter" denken dan onze Chr. Gereformeerde broeders, de werkelijke zaken van het kerkverband - de dingen van de bàsis - die wegen ons werkelijk even zwaar als hun! En dáárover verschillen we ook in eigen kring niet van mening. Dat denk ik tenminste niet. En dat hoop ik ook niet.
Wanneer de Chr. Gereformeerde broeders ons soms voorhouden, dat we toch zullen moeten kiezen, dan wekt dat bij mij een soort schrikreactie - om dat door ds Brink genoemde woord nu eens op mijzèlf roe te passen. Die reactie is typisch "buitenverbands" misschien, mogelijk nog nader: typisch Noord-Hollands! We kennen dat "voor de keus gesteld worden" erg gloed uit ons recente kerkelijke verleden. Natuurkijk is de keus, die hier wordt bedoeld, een andere dan de keus, die ons destijds in de classis Alkmaar-Zaandam werd gesteld. Toch zeg ik met ds Brink: Wà] kiezen? Gaat het toch weer een "afwegen" worden - Wart heb je liever, je eigen landelijke broeders of de plaatselijke Chr. Gereformeerden? Dat geeft me dan een nieuwe schrikreactie.
Ook dat "afwegen" van "nabij" en "veraf" is me te bekend! Staat het stellen voor de keus zèlf boven alle kritiek? Is het werkelijk gefundeerd deze keus te eisen? Moeten we dan weer een broederschap inkomen door een broederschap UIT te stappen? Gaat hier het vertrouwen in een gesloten kerkelijke administratie niet de plaats innemen die voor het vertrouwen in elkander gereserveerd zou moeten blijven?
In elk geval hoop ik, dat voor onszelf en voor de Chr. Geref. broeders, die dit lezen, weer wat duidelijker geworden is, dat de uitnodiging tot een "overstap" niet behoort tot de reisbenodigdheden, wanneer wij trachten met elkander op te trekken.