DE LIEFDE DER WAARHEID
1976-02-13
In zijn tweede brief aan de Thessalonicenzen troost Paulus de verdrukte gelovigen in Thessalonica met Gods rechtvaardig oordeel.- Jaargang 20
- nummer 7
Zij lijden zo voor het Koninkrijk Gods - ze zullen 't ook ontvangen.
Zo is 't toch recht: dat aan hun verdrukkers verdrukking wordt vergolden en aan hen, de verdrukten, verkwikking.
Hoofdstuk 1.
Ook in hoofdstuk 2 treft weer dat wijzen op het rechtvaardige in Gods oordeel, Daar gaat het over de afval die zal komen.
Dan ontvangen allen, die de waarheid niet geloofd hebben, daarin hun oordeel dat zij door een macht van dwaling, door God gezonden, meegesleept worden om de léugen te geloven.
Zij wilden de waarheid niet dan vallen ze aan de leugen ten prooi.
't Wordt getekend in vs 12 als een kwestie van niet willen: omdat zij een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid, daarom hebben zij de waarheid niet geaccepteerd. Niet willen aanvaarden.
Maar wat hebben zij daarmee versmaad?
Gods liefde!
Want die "waarheid" waarover het hier gaat is het evangelie.
In Coloss. 1 : 5 wordt het duidelijk uitgesproken: "gij hebt (ervan) gehoord in de prediking der waarheid, het evangelie ... "
En het evangelie is de boodschap van de liefde van God in Christus Jezus.
Het komt me voor dat Paulus in vers 10 daar ook even de vinger bij legt.
Als hij schrijft niet, kortweg: zij hebben de waarheid niet aanvaard - maar, een beetje 'dubbelop': "zij hebben de liefde der waarheid niet aangenomen" (St. Vert.).
In nieuwere vertalingen is daarvan meestal gemaakt: de liefde tot de waarheid.
Maar is dat juist? Is dat hier wel bedoeld? Wordt dan dat 'aanvaarden' niet wat vreemd?
Aanvaarden, aannemen doe je wat je wordt aangeboden, wat naar je toekomt van een andere . zijde.
Maar liefde tot de waarheid ligt toch aan de kant van de ontvangende partij. Hoe moet je die aannemen?
We zouden nog kunnen denken aan ons 'liefde opvatten' voor iets, maar er staat zo pertinent DE liefde aannemen, en dat in verband met 'de waarheid', met het evangelie. Daar past dat 'aannemen' odk bij, het is dè term voor het aanvaarden van de prediking van het evangelie.
Maar ligt het dan ook niet voor de hand hier te denken aan de in dat evangelie op ons toekomende liefde van God!
Daar is Paulus ook verderop mee bezig: vs 13 - "door de Here geliefde broeders", vs 16 - "God, die ons heeft liefgehad", 3 : 5 - "de Here neige uw harten tot de liefde Gods".
En zou de apostel nu hier in 2 : 10 niet dit bedoelen: die mensen - het gaat over mensen "die verloren gaan" - hebben het notabene bestaan om de liefde die hun is gepredikt èn betoond in de hun gepredikte waarheid (van Godswege), DIE LIEFDE NIET AAN TE NEMEN.
Zij hebben maar geen 'leerstellingen' verworpen met het afwijzen van het evangelie, maar Gods liefde, die hen wilde behouden.
Die hen wilde behouden: dat staat er ook bij hier in vs 10.
Dat maakt het denken aan de liefde van God nog aannemelijker.
Er staat: "die verloren gaan, omdat zij de liefde (agapè!) der waarheid niet hebben aangenomen om behouden te worden", of "tot hun behoud".
We kunnen hier naast leggen Johannes 3: "Alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga want God heeft zijn Zoon gezonden ... opdat de wereld door Hem behouden worde." (vs 16, 17) .
Daar wordt dan ook gesproken over het oordeel over hen die aan deze liefde van God voorbijgaan: "het licht is in de wereld gekomen en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht, want hun werken waren boos." (vs 19).
Het is precies wat Paulus hier ook aanwijst.
Gods liefde tot behoud is in de prediking der waarheid, het evangelie, naar de mensen toegekomen.
Wie gelooft, aanneemt, wordt behouden.
Maar zij hadden de ongerechtigheid liever.
Daarom ontlopen zij de waarheid, en ... lopen de leugen in de armen.
Gods oordeel is rechtvaardig!
Het is was om Zijn liefde tot behoud te verwerpen!
Dat zulken verloren gaan legden zij het daar zelf niet op aan?
En dat wordt nu in die situatie waarop Paulus doelt nog versneld, gestimuleerd. Door de wetteloze met zijn krachten en tekenen.
Met de "misleiding van de ongerechtigheid'". (vs 10 begin) Waar Gods liefderijke leiding tot behoud door geloof in de waarheid wordt verworpen, daar gaat dan "misdadig bedrog" (vert. "Groot Nieuws") met ons op de loop.
Naar Gods rechtvaardig oordeel.
Als we dit lezen - laten we bedenken wat het evangelie betekent.
Wat 't betekent als het ons wordt en is gepredikt.
De waarheid is geen stel wetenswaardigheden, aardig om te weten.
Geen systeem van waarheden.
Maar de geweldige werkelijkheid van Gods ontzaglijke liefde komt daarin op ons af.
Hij wil ons - nog - redden van het verderf.
Wie durft daaraan voorbijgaan?