De last van veel geluk

2005-02-25
  • Jaargang 49
  • nummer 4
Jaartallen als 1555, 1572,1584 en 1609 zullen bij de meeste oudere lezers wel een lampje doen branden, vele anderen zullen er geen associaties bij hebben.
Oorzaak hiervan is volgens prof. A.Th. van Deursen het gebrek aan aandacht voor de vaderlandse geschiedenis op scholen. Gebrek aan kennis van de historie van ons land acht hij een ernstige tekortkoming. Hij citeert in dit verband in menig interview de Russische dichter Poesjkin: ‘Gebrek aan respect voor het voorgeslacht is een eerste teken van verwildering en zedeloosheid’.
Een extra drive voor christenen om kennis te nemen van de nationale geschiedenis is dat we ons geloof belijden in gemeenschap met de kerk van alle tijden. Van Deursen: ‘Dat moet je ernstig nemen, want je kunt geen gemeenschap met mensen hebben als je geen interesse voor hen hebt’. Het bevreemdt daarom niet dat Van Deursen van harte meewerkt aan een nieuwe reeks (De geschiedenis van Nederland) van uitgeverij Bert Bakker waarin de volledige geschiedenis van ons land, van prehistorie tot heden in negen delen, zal worden beschreven.

Titel
‘De last van veel geluk’ beschrijft de geschiedenis van Nederland van 1555 tot 1702 en handelt dus vooral over de zogenaamde Gouden Eeuw. De wonderlijke titel is ontleend aan een gedicht van de historicus en dichter Geerten Gossaert. Hij spreekt ergens ‘van ’s levens dubbel juk: de last van veel ontberen, de last van veel geluk’.
Van Deursen: ‘Over de last van veel ontberen heb ik eerder geschreven in ‘Mensen van klein vermogen’. Hier valt de nadruk op de last van het geluk, maar ook nu zal blijken dat ze geen van beide onvermengd verkrijgbaar zijn’ (pg.10). Al lezend ben ik, naar ik meen, de titel gaan begrijpen. Het ging de Republiek in de zeventiende eeuw, ondanks de vele oorlogen, in menig opzicht voor de wind. Nederland werd ’s werelds belangrijkste zeevarende mogendheid, de economie en de schilderkunst bloeiden en ook in de internationale politiek telde men mee. Maar aan al dit geluk kleefde ook een keerzijde, want geluk maakt afgunstig.
Het waren vooral Engeland en Frankrijk die telkens probeerde de Republiek beperkingen op te leggen. Die last werd te groot. Vanaf ongeveer 1700 wordt de Republiek weer een tweederangs mogendheid. In al zijn boeken laat Van Deursen zich kennen als een hartstochtelijk calvinist. De ontdekking dat de rechtvaardige door het geloof mag leven, maakt een mens gelukkig. Maar de godsdienstoorlog die Spanje tegen de protestantse natie voerde was een zware last.

Leiders
In eerdere boeken als ‘Bavianen en slijkgeuzen’ en ‘Mensen van klein vermogen’ beschrijft Van Deursen vooral het leven van de ‘kleine man’. De suggestie van die boeken is: het was vooral de gewone burger die bepalend was voor de opwaartse gang van de natie. In ‘De last van veel geluk’ gooit Van Deursen het roer verrassend om en heeft hij vooral aandacht voor de mannen die leiding gaven aan de politieke en economische ontwikkeling van de Republiek. Ook de opzet van dit boek is anders: niet thematisch, maar chronologisch. De auteur ontpopt zich als een uitermate boeiend verteller. Als lezer hang je aan zijn lippen! Om u lekker te maken, geef ik een paar trefwoorden die kenmerkend zijn voor zijn stijl en illustreer die met citaten.

Nuchter
Op diverse plaatsen in het boek worden opgeklopte historische feiten tot hun nuchtere proporties teruggebracht.
‘Soms zijn verhalen apocrief, geboren uit de behoefte een groots verleden te verhullen in het passende historische gewaad. Haarlem bewaart in het Kenaupark de herinnering aan Kenau Simonsdr. Hasselaar, die volgens de overlevering op de muren van de stad Haarlem heeft gestaan, als aanvoerdster van driehonderd strijdbare vrouwen. Het is waar dat zij tijdens het beleg in Haarlem woonde.
Ze had als weduwe de leiding overgenomen van het scheepstimmerbedrijf van haar man, en vermoedelijk heeft ze hout geleverd voor de versterking van de vestingwerken. Maar toen de stad zich had overgegeven lieten de Spanjaarden haar ongemoeid. Als deze vrouw de krijgshaftige Kenau van de traditie was geweest, had ze dat zeker met haar leven moeten betalen’ (pg.82)

Helder
Ingewikkelde verwikkelingen en denkbeelden worden in dit boek helder, inzichtelijk en bevattelijk weergegeven.
Als voorbeeld geef ik de wijze waarop de auteur het verschil in opvatting tussen Gomarus en Arminius over de uitverkiezing weergeeft.
‘Het calvinisme ging ervan uit dat de mens als gevolg van de zondeval in het paradijs elke natuurlijke aanleg tot het goede had verloren. Hij was nu integendeel geneigd God en zijn naaste te haten. Hij bezat in zichzelf geen kracht meer de zonde te overwinnen.
Alleen Gods genade kon hem redden. Die genade schonk God aan wie Hij wilde. Wie het waren die behouden zouden worden, stond aan de vrije beschikking Gods. Doch allen die door God waren uitverkoren mochten vast vertrouwen dat het eeuwige leven hun deel zou zijn’. Van Deursen schroomt niet deze leer ‘bijbels’ te noemen omdat je de paradox tussen verkiezing en eigen verantwoordelijkheid in zijn volle omvang bij Paulus aantreft en hij vervolgt dan: ‘Arminius kwam met een andere verkiezingsleer.
De uitverkorenen waren diegenen van wie God voorzien had dat zij zouden geloven. Bij Arminius is dus verkiezing gevolg van geloof. Bij zijn tegenstanders is geloof een gave, die tegelijk met de verkiezing wordt geschonken.’ (pg.193,194)

Scherp
Tijdens het lezen werd ik telkens getroffen en geboeid door de scherpe waarnemingen van prof. Van Deursen.
Wanneer de Nederlanden en Spanje, na tachtig jaar oorlog, in 1648 de strijdbijl begraven concludeert hij: ‘Het tijdperk van de godsdienstoorlogen was definitief voorbij. Maar zolang de geschiedenis niet is afgelopen, kent ze geen tusssentijds happy end. In de discussie over oorlog en vrede was de economie het onzekere punt geweest, en dat zou een slecht voorteken blijven. Op de godsdienstoorlogen volgden de handelsoorlogen.
De Nederlandse zeemogendheid moest de strijd aanbinden met een tegenstander die zijn grootste kracht op het water ontplooide.
De koopman en matroos zullen toen menigmaal gewenst hebben dat het nog maar de oude oorlog tegen Spanje mocht zijn.
Op deze nieuwe beproeving had de vrede hen niet voorbereid.’ (pg.229)

Informatief
Het boek wemelt van tal van interessante en informatieve gegevens.
Bijvoorbeeld over hoe de buitenlands handel werd georganiseerd en er daardoor altijd gelden waren om de defensie in stand te houden. ‘Die rijkdom heeft de Republiek zich vooral verschaft door de bloei van haar buitenlandse handel. Ze was wel gedwongen tot intensieve contacten met het buitenland. Hollanders leefden van brood dat gebakken was van Pools en Pruisisch graan, en ze haalden dat in schepen die gebouwd waren van Noors timmerhout. Zonder import kon ze niet bestaan, en zonder export kon ze de aangevoerde waar niet betalen. De goederenruil van invoer tegen uitvoer scheen wel tot in de details georganiseerd om een zo hoog mogelijk rendement te halen.
Boeren verkochten hun tarwe, en voedden zichzelf met het goedkopere roggebrood. Dure Hollandse boter verdween naar het buitenland, terwijl de binnenlandse markt het moest doen met de kwalitatief veel mindere Ierse of Brabantse boter. Zo’n maatschappij is niet gericht op overconsumptie.
Deze vrijwillige versobering van het dagelijkse dieet past goed in een samenleving die weelde als een ernstige zonde
brandmerkte. (pg.239)

Verrassend
De auteur weet de lezer telkens te verrassen met onbekende details.
Wanneer hij bijvoorbeeld de bloei van de VOC beschrijft, merkt hij ook op: ‘In Batavia is te duidelijk te zien dat het bestaan van slavernij bevorderlijk was voor de groei van de gereformeerde kerk’. Wat wil het geval?
Slavenhouders zorgen voor catechetisch onderwijs voor de slaven en lieten, bij terugkeer naar Nederland, hun slaven weer vrij. Veel slaven sloten zich vervolgens aan bij de gereformeerde kerk. (vgl. pg.247)

‘De last van veel geluk’ (De geschiedenis van Nederland 1555-1702); A. Th. Van Deursen; Bert Bakker; ISBN 903512670; 372 blz.; 35,-

ds. C.T. de Groot, Zeewolde

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief