Contact is de sleutel tot gastvrijheid
2012-08-31
Maak contact en laat gasten persoonlijk merken dat je hen ziet en dat je het fijn vindt dat ze er zijn. Dat maakt dat ze zich welkom voelen als ze een voor hen vreemde kerkdienst bezoeken. Dat blijkt uit een CHE-onderzoek waarvoor niet-westerse christenen undercover 26 orthodox-protestantse kerkdiensten bezochten. Een overzicht van de uitkomsten en van de ervaringen van Aristide, Bruno, Davood, Gina, Gnimdou, Haithm, Ibn Noor, Navid en Samira.- Jaargang 56
- nummer 17
Zou je nog een keer een dienst willen bezoeken van de kerk waar je geweest bent? Die vraag stelden we aan de allochtone projectleden na hun kerkbezoeken.
In 14 van de 26 gevallen was het antwoord ‘nee’. In meer dan de helft van de kerkbezoeken was de eerste indruk die de allochtone gasten opdeden dus niet positief. Waarom niet?
‘Wat doet hij hier?’
Een welkomstteam bij de kerkdeur is volgens de allochtone christenen uit het onderzoek belangrijk. Het maakt voor hen de drempel om naar binnen te gaan lager. Maar of ze zich echt welkom voelen, hangt af van hoe gastvrij de mensen van het welkomstteam overkomen. In sommige kerken leek het welkom heten een verplicht nummer en werd iedereen op dezelfde manier en in dezelfde bewoordingen begroet. De ontvangst was vaak routinematig en onpersoonlijk en de nietwesterse christenen werden lang niet altijd als nieuweling opgemerkt.
Regelmatig hadden de allochtone christenen ook het gevoel dat zij verbaasd aangekeken werden en kregen ze de indruk dat de mensen geen allochtonen verwachtten in hun gemeente.
Een enkele keer hadden ze zelfs het gevoel dat kerkgangers bang voor hen waren.
Eén van hen vertelde: ‘In één van mijn kerkbezoeken kwam ik bij binnenkomst een oude vrouw tegen. Zij stond met grote ogen te kijken, zo van: “Wat doet hij hier?” Haar mimiek leek te zeggen: “Wat moet ik nu doen?” Ik had het gevoel dat ze dacht dat ik een crimineel was en haar aan wilde vallen. Toen ik ging zitten, merkte ik dat een andere vrouw mij wilde passeren. Ze kon er niet goed langs en ik verwachtte dat ze me zou vragen of ze er langs mocht. Maar ze bleef staan. Pas toen ik gebaarde dat ze mocht passeren, durfde ze langs me heen te gaan. Dat verbaasde me. Weer had ik het gevoel dat men mij eng vond.’ Het zoeken van een zitplaats was voor de projectleden niet altijd even gemakkelijk.
Zo moest één van de allochtone bezoekers vragen of hij de mensen mocht passeren die allemaal aan de zijkanten van de kerkbanken zaten. Zo’n vraag kan volgens hem een drempel zijn voor een nieuweling, zeker voor iemand die de taal nog niet goed beheerst.
Eén van de andere ‘mystery guests’ signaleerde dat de mensen in de kerk in groepjes lijken te zitten. Voor hem maakte dat de drempel hoger om zich bij zo’n groepje aan te sluiten. Als het projectlid eenmaal zat, werd dat gevoel van groepsvorming en zich buitengesloten voelen soms versterkt doordat niemand naast hem of haar kwam zitten.
Eén van hen vertelde: ‘Wat mij het meeste opviel, is dat er in autochtone kerken naast je altijd een stoel leeg wordt gelaten, als je ergens gaat zitten.
Ik vond het wel apart dat de mensen dat deden en dat ze niet naast je gingen zitten.’
Er waren tijdens de kerkbezoeken twee momenten waarop de allochtone kerkbezoekers wél graag welkom werden geheten: bij binnenkomst bij de deur van de kerk en aan het begin van de dienst. Regelmatig werden gasten aan het begin van de dienst door de predikant of de ouderling van dienst welkom geheten door het voorlezen van een vooraf geformuleerde standaardzin.
Maar daardoor hadden de gasten soms niet eens door dat ze welkom waren geheten. En als ze het wel doorhadden, misten ze de persoonlijke aandacht. Door dat onpersoonlijke en formele welkom of door het compleet ontbreken van een welkom kregen de allochtone christenen het gevoel dat zij niet gezien werden en dat hun komst niet gewaardeerd werd.
In een aantal kerken werden ze wel opgemerkt en uitgebreid welkom geheten.
Eén van hen vertelde: ‘Ik ben eens in een kerk geweest waar mensen die nieuw waren een bloem kregen. Als een gast zo verwelkomd wordt, geeft dat een fijn gevoel. Ook ziet iedereen dan dat deze persoon nieuw is. Mensen stappen dan gemakkelijker op je af om een praatje te maken.’ Een gelijksoortige ervaring had een ander, toen ze aan het begin van de dienst als gast een cd’tje ontving. Dat vond ze erg leuk. ‘Ik had meteen het gevoel dat ik gezien werd.’
‘Voor God mag je best de tijd nemen’
Omdat gastvrijheid veel te maken heeft met je thuis voelen, is er in het onderzoek ook gekeken naar de mate waarin de kerkdienst zelf de allochtone gasten aansprak. In veel kerkdiensten misten ze dingen als expressie en vrolijkheid.
‘Voor een Afrikaan als ik, die van dansen houdt en van een losse sfeer, is het erg moeilijk om te aarden in een traditionele Nederlandse kerk’, zei één van hen.
Het gemis van expressie tijdens de preek heeft voor een deel te maken met de culturele achtergrond van de projectleden. ‘Bij harder preken met een steviger geluidsvolume blijft mijn aandacht er beter bij.’ Daarnaast gaven veel niet-westerse christenen aan dat zij graag meer toepassing in de preek hadden gezien, zodat ze in hun dagelijks leven iets met de preek konden.
Het verschil in culturele achtergrond tussen autochtone en allochtone christenen werd ook zichtbaar in deze uitspraak: ‘Als je naar de kerk gaat, dan doe je dat voor God. En voor God mag je best de tijd nemen, dan hoeft het niet allemaal snel, snel, snel en gestructureerd.’ Gestructureerdheid kenmerkt de Nederlandse cultuur; niet-westerse allochtonen zijn gewend op een andere manier met tijd om te gaan.
Tijdens de diensten misten de gasten regelmatig uitleg over bepaalde onderdelen, zoals over het opzoeken van een lied in het voor hen vreemde Liedboek voor de Kerken. Ook allerlei gebruikte begrippen waren voor hen onbekend, zoals ‘kyrie’, ‘votum en groet’ en ‘glorialied’.
Doordat vaak de uitleg van diverse liturgische tradities ontbrak, konden de projectleden niet altijd goed meekomen in de dienst en voelden ze zich er minder bij betrokken. Eén van hen vroeg zich af waarom veel dingen gebeurden zoals ze gebeurden. ‘Ik begreep van heel veel niet waarom het nodig was, zoals het met ‘gij’ spreken en waarom iemand anders het bijbelgedeelte las. Waarom gebeurt dat?’
In het onderzoek bleek dat de allochtone christenen het erg plezierig vonden wanneer zij een punt van herkenning hadden in de dienst. Zo vertelde één van hen, afkomstig uit het Midden-Oosten: ‘In een kerk die ik bezocht, werd extra aandacht gegeven aan de situatie in het Midden-Oosten.
Het was daar heel heftig het afgelopen jaar. Ik vond het erg bijzonder dat een autochtone kerk daar aandacht aan besteedde. Er werd echt meegeleefd en dat vond ik heel fijn. Dat de kerk bidt voor anderen sprak mij al aan toen ik nog moslim was.’ Overigens vraagt extra aandacht voor bepaalde groepen en situaties in de dienst ook om concrete vervolgstappen.
Zo vertelde één van de nietwesterse christenen: ‘Tijdens een dienst die ik bezocht, werd stilgestaan bij vluchtelingen. Ik ben zelf een vluchteling, maar ik werd niet opgemerkt. Ik dacht daarom: “Ja, als we het er dan toch over hebben,
moet je het ook in de praktijk toepassen”.’
‘Het is net of je langs een snelweg staat’
‘Ik vond het heel jammer en raar dat slechts in één van de vier kerken die ik heb bezocht de kerkbezoekers werden uitgenodigd voor koffie en thee aan het einde van de dienst. Als je nieuw bent in de kerk, is het een hele hoge drempel om tussen de kerkgangers te gaan staan, en dan is het bemoedigend als een dominee in elk geval zegt: “Je bent welkom om na afloop van de dienst koffie en thee te drinken”.’ Deze ervaring van één van de allochtone christenen verwoordt het gevoel van de meesten van hen. Het moment van koffiedrinken is erg belangrijk, omdat je daarbij gemakkelijker en langduriger met anderen in contact kunt komen. Maar in de praktijk bleek helaas dat er weinig contact met hen werd gemaakt en dat de kerkmensen vaak vooral met zichzelf bezig waren of alleen op bekenden waren gericht.
Vaak voelden ze zich niet gezien en daardoor niet welkom. ‘Ik ben bij een gemeente geweest waar ik helemaal niet werd aangesproken of benaderd.
Het leek wel of ik helemaal niet gezien werd. Ik had het gevoel dat ik helemaal niet belangrijk was. Dat vond ik wel heel jammer.’ En een ander vertelde: ‘Na de dienst wilden mensen meteen koffiedrinken. Ik stond daar en dacht: “Het is net of je langs een snelweg staat.” Ik zag mensen zo langs me heen schieten. Soms had ik zin om te zwaaien’.
‘Misschien ben ik ook wel zo’
Terugkijkend op hun ervaringen tijdens het onderzoek reageren verschillende allochtone christenen die als ‘mystery guests’ kerkdiensten bezochten behalve teleurgesteld ook begripvol: ‘Misschien ben ik ook wel zo als ik in de kerk ben. Dan heb ik ook niet altijd oog voor iemand die net binnen is of iemand die ik nog nooit gezien heb.
Het eerste wat ik doe, is naar mijn vrienden gaan. Niet dat ik niet met die mensen wil praten, maar toch heb ik soms geen oog voor die ene man of vrouw die net binnen is.’ ‘Ik denk dat het ook een beetje de Nederlandse cultuur is. Men wil niet direct aanvallen, maar de ander eerst even de kat uit de boom laten kijken.
Ik heb daar respect voor. Soms is het wel leuk, maar soms denk ik: “Even gas geven en proberen met de ander in contact te komen”.’ ‘Wat ik zelf erg belangrijk vind en waar ik zelf ook veel van heb geleerd, is dat je er snel van uitgaat dat mensen naar jou toe komen als ze jouw kerk bezoeken. Maar ik heb gemerkt hoe belangrijk het is dat jij als gast niet de eerste stap hoeft te zetten, maar dat de mensen naar jou, als gast, toe komen’.
Door de verhalen van de allochtone christenen heen klinkt de boodschap dat contact de sleutel tot gastvrijheid is.
Hoewel de invulling van de kerkdienst ook een rol speelt, zijn het vooral de ménsen van de kerk die de doorslaggevende factor zijn bij de vraag of men zich als gast welkom voelt en nog eens terug wil komen. U en wij hebben de sleutel tot gastvrijheid in handen.
Debbie den Boer en Henrike Brussee-van Tol zijn lid van respectievelijk de NGK van Breukelen en De Meerkerk in Hoofddorp.
| Debbie den Boer en Henrike Brussee- van Tol deden in 2011 en 2012 als studenten Godsdienst Pastoraal Werk aan de Christelijke Hogeschool Ede in opdracht van adviesbureau Intercultural Impact hun afstudeeronderzoek naar de gastvrijheid van autochtone kerken in Nederland ten opzichte van allochtone christenen. Daarvoor gingen negen christenen uit Afrika en het Midden-Oosten als ‘mystery guest’ op bezoek in 26 autochtone kerkdiensten van gemeenten uit de PKN, GKv, CGK, NGK, Unie van Baptistengemeenten en Verenigde Pinkstergemeenten en Evangelische gemeenten. Het onderzoek vond plaats omdat de kans dat een allochtone christen een autochtone kerk bezoekt reëel is. Volgens het CBS waren er in 2011 bijna 1,9 miljoen niet-westerse allochtonen in Nederland. Naar schatting is van hen meer dan een half miljoen christen. |