Reisverzekering
2012-08-31
Eigenlijk is op vakantie gaan een behoorlijk riskante onderneming. Je leest dat wel eens in de krant. Wat een narigheid, verdriet, zelfs verlies overkomt mensen tijdens hun vakantie. Daar kun je niet te veel bij stil blijven staan, want dan kun je beter thuisblijven. Toch heeft de vakantie altijd iets onzekers, ook al overkomt je niets ernstigs.- Jaargang 56
- nummer 17
Om te beginnen is er het weer. Je zult dit jaar maar op een camping in dit deel van Europa staan en de regen klettert bijna elke dag op je tent of caravan. Maar in Spanje zitten met veertig graden is ook geen pretje.
En zelfs al heb je fantastisch weer, altijd steekt er wel een duveltje z’n kop op.
Allereerst ben je doodmoe op reis gegaan.
Je wilt je huis netjes achterlaten, en wat moet je allemaal niet regelen en inpakken voor je eindelijk in de auto zit. En heb je nu de regenspullen wel meegenomen? Hoofdpijn de hele weg. Je man piekert over zijn baan. Heeft hij die nog als hij terugkomt van vakantie? Ook hij is moe. Humeurig zit hij achter het stuur. Wegomlegging, ook dat nog, daar gaat je uitgestippelde route. O nee, tegenwoordig hebben we een tomtom. Maar ook nu verveelt het kroost zich op de achterbank. ‘Wanneer zijn we er nou? Hoe lang duurt het nog? Ik heb dorst. Ik heb honger. Ik moet plassen.’ Eindelijk bereik je de plaats van bestemming. Dan valt het onderkomen of de camping tegen. De kinderen maken ruzie, het zwembad stelt niets voor, de tijdelijke buren zijn luidruchtig. Halverwege de vakantie begeeft de auto het.
En dan ben je er zelf ook nog.
We maken het allemaal mee en gelukkig niet alles tegelijk.
Als je er later op terugkijkt, was het best een leuke vakantie.
Dit jaar hadden wij mooie wandelroutes willen lopen. Dat ging niet door. Een latent gezondheidsprobleem diende zich aan en beperkte onze actieradius.
Maar het was heerlijk weer, er was een mooi uitzicht, we hebben veel kunnen lezen. En op zo’n heerlijke warme middag lag ik languit in het gras tussen de klaver, de vogelwikke, het wilgenroosje en het duifkruid. Ter plekke herinnerde ik mij een versje van Jacqueline van der Waals: ‘Ik lag in het hooi, de hemel was mooi, mijn bed zacht en goed, en het geurde zo zoet.’ ’s Nachts kwam ik op het vervolg: ‘Als nu spelenderwijs, mij de Man met de Zeis, had gemaaid als het gras (…) ik hoefde niet op meer te staan, niet rechtop meer door ’t leven te gaan, en dat lachte mij aan...’ Maar dat laatste lachte mij helemaal niet aan, die nacht.
‘Breng ons veilig thuis, Heer’, bad ik. Als dat gebed wordt verhoord ben je vooral dankbaar.
Het vervolg komt van dezelfde dichteres. Wat de toekomst ook brengt, ons geleidt des Heren hand.
We hebben de vakantie overleefd.
Ytje Veefkind is pastoraal medewerker en lid van de NGK van Amersfoort-Noord.