Een kerk zonder maaltijd is als een kerkdienst zonder preek
2012-08-31
Een luidruchtige groep Fransen zette mijn besef van maaltijden op de kop. Ik ontdekte dat wij het Evangelie driemaal daags op ons bord krijgen aangeboden. En dat de mate waarin we als volgelingen van Jezus gastvrij zijn, aangeeft hoeveel we van dat Evangelie hebben begrepen. - Jaargang 56
- nummer 17
Vrijdag 1 mei 2009, rond zonsondergang.
We waren op een camping in het plaatsje Joyeuse, diep in de Ardèche. De camping bestond uit niet meer dan vijftig stacaravans, waarvan er de afgelopen dagen hooguit tien bezet waren. Heerlijk rustig dus.
Maar dit weekend was het anders. 1 mei, een nationale feestdag in Frankrijk, viel dit keer op vrijdag. Dat betekende voor veel Fransen een uitgelezen kans voor een lang weekend. En zo was op onze camping een vriendengroep van meer dan 100 mensen neergestreken. Ze kenden elkaar al 35 jaar.
Klinkt dat een beetje als een overval?
Zo ervoeren wij het ook. De dag ervoor, donderdag, stopte om half elf ’s avonds een auto bij de stacaravan naast ons.
Het was al donker en wij wilden gaan slapen. Maar de nieuwe bewoners stapten luid pratend uit. Omhelsden andere, voor ons nieuwe buren. Hun kinderen renden gillend om de auto en hun chalet heen. En niet maar eventjes...
De volgende dag – vrijdag 1 mei dus – bleek onze kleine camping overspoeld door deze Franse vriendengroep, mensen van een jaar of 40 of net wat ouder, samen met hun kinderen. Waar kenden die mensen elkaar al zo lang van? Overal stonden ze te praten, te lachen.
Ze liepen met wijn. Ze zongen. Ze waren uitbundig.
Ik was een groot deel van de dag weg, kanoën op de Ardeche, maar toen ik terugkwam, vertelde Laura dat het de hele dag zo was geweest. Wij hadden een donkerbruin voorgevoel: ‘Dit wordt vannacht erg luidruchtig en dan nog twee nachten... Lekker, hoor, honderd halfdronken Fransen om je heen.’
Om een uur of vier, vijf begonnen de mensen met stoelen en tafeltjes te slepen.
Op een lege plek kwamen alle tafels te staan en vormden een lange tafel. Opeens zag ik iemand met eten lopen – een schaaltje olijven. Weer een ander met brood. Een volgende had een wit shirtje aan met – en toen ik het zag, wist ik het – een davidsster. Een keppeltje bij weer een ander. Vrijdagavond... Sabbat.
Zo te zien waren ze niet allemaal orthodox.
Niet alle mannen hadden een keppeltje of zo’n wit shirt. Maar toch, daar zaten ze – meer dan honderd mensen, mannen en vrouwen, kinderen, tieners en kleine kinderen, samen aan een tafel. Samen vierden ze een symbool dat enorm sterk was. Die avond was het vroeg rustig op de camping. De andere avonden ook.
En ik dacht beschaamd: wat een vooroordelen had ik... Maar ik dacht vooral: wat een krachtig symbool hebben deze mensen, samen sabbat vieren. Ook al was een deel van hen waarschijnlijk niet meer gelovig. Samen vieren. Niet al 35 jaar, maar al 35 eeuwen vieren zij hun feest. Tegelijkertijd voelde ik me buitengesloten: deze honderd mensen vierden samen. Ik had wel mee willen eten.
Maar ze zochten geen contact.
Hebben wij ook niet zo’n feest? En zou ons feest niet uitnodigender, gastvrijer, uitbundiger, krachtiger moeten zijn?
Jezus is gekomen om Joden en Grieken te bevrijden. Jezus is ons Paaslam. Hij is gestorven om Joden en Fransen en Nederlanders te bevrijden, jong en oud.
Jezus is onze sabbatsrust. Al ons zwoegen, al ons zoeken naar bevestiging, naar zelfrechtvaardiging, het is genoeg.
Jezus is onze rust. Hebben wij ook niet zo’n feest? Ja toch? Maar vieren wij het ook echt? En is het werkelijk uitnodigend?
Genade en gastvrijheid
Sinds die zonsondergang raak ik meer en meer onder de indruk van de verwevenheid van het bijbelse verhaal met de gastvrije maaltijd. Onlosmakelijk zijn die twee met elkaar verbonden. En elke maaltijd die we hebben, verbindt ons met het Evangelie, of maakt ons er juist van los.
Veel mensen in de kerk zijn gewend aan een ander woord: genade. Prima.
Totdat iemand tegen mij zei: ‘Ik gebruik dat woord “genade” eigenlijk nooit als ik praat met andere mensen.’ En daarmee legde hij een belangrijke zwakheid bloot. Het woord “genade” is in Nederland behoorlijk tale Kanaäns geworden.
Onbedoeld en ongewild kan het Evangelie door ons te beperken tot het woord ‘genade’ abstract en juridisch worden.
Voorbeelden van genade spelen zich bijna nooit in onze eigen leefwereld af.
Gastvrijheid is meer verbonden met ons gewone leven. Misschien vinden we onszelf nog niet zo gastvrij, maar we weten wel wat we daarmee bedoelen.
We herkennen ook de angst voor de vreemdeling en we herkennen het verlangen naar verzoening in het tv-programma Het Familiediner. Gastvrijheid roept ook meteen bijbelse en buitenbijbelse verhalen op. En de maaltijd biedt de mogelijkheid om die gastvrijheid vorm te geven. De gastvrije maaltijd is genade in actie.
Eten en drinken
Als je er eenmaal oog voor hebt gekregen, ontdek je de verwevenheid van het Evangelie en de gastvrije maaltijd trouwens overal in de Bijbel. Het begint al in Genesis. Zowel in Genesis 1 als in Genesis 2 zijn de eerste woorden die God tot de mens spreekt een uitnodiging tot een maaltijd (Genesis 1:29 en 2:16). Ik denk dat daar ook de basis ligt – God die zijn kinderen aan tafel uitnodigt. Daarom kan Jezus in Lucas 7:34 ook zeggen: ‘De Mensenzoon is gekomen, hij eet en hij drinkt.’ Tot drie keer toe doet Jezus deze uitspraak: ‘De Mensenzoon is gekomen...’ In Marcus 10:45: ‘De Mensenzoon is gekomen om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’ En ook nog in Lucas 19:10: ‘De Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.’ Met de laatste twee uitspraken vertelt Jezus waarom Hij is gekomen. Met de eerste uitspraak vertelt Hij over zijn aanpak, hoe Hij is gekomen.
Jezus deed volop wonderen en vertelde volop gelijkenissen, maar het meest eigene aan zijn aanpak was volgens Hem eten en drinken, de maaltijd vieren. En dat is ook zo. Als eerste zijn er de verhalen waarin Jezus te gast is bij mensen. Je zou nog kunnen denken: iedereen eet, dus Jezus ook. Maar dat is nog maar het begin. Een aantal belangrijke gelijkenissen van Jezus eindigen met een maaltijd of draaien om een feest.
Jezus vertelt een gelijkenis over een bruiloftsfeest waar de gasten weigeren te komen. En in een ander verhaal zijn tien meisjes genodigd, maar vallen in slaap.
Denk aan de gelijkenis van het verloren schaap, het verloren muntje en de verloren zoon. Ook die drie eindigen met een maaltijd. Het dieptepunt van het verhaal van de verloren zoon is hongersnood en varkensvoer, de dubbele climax de omhelzing van de vader met de maaltijd enerzijds en de oudste zoon die de uitnodiging afslaat anderzijds.
Jezus zet de maaltijd ook nadrukkelijk centraal in zijn optreden. Het eerste wonder van Jezus? Water in wijn veranderen tijdens een bruiloft, tijdens een feestmaaltijd. Wat zegt Jezus tegen Zacheüs, een tollenaar, een sociaal buitenbeentje?
‘Ik moet vanavond bij jou eten.’ Dit is dan ook de vraag die mensen Hem voor de voeten werpen: ‘Waarom eet u met prostituees, met zondaars, met mensen die er niet bij horen?’ En ook nog dit. Jezus heeft twee bijzondere opdrachten gegeven. De eerste is om mensen te dopen. De tweede is om een maaltijd te vieren.
Israël in de tijd van Jezus leefde in de verwachting dat er een moment zou komen dat God zou ingrijpen. God zou alles nieuw maken. God zelf zou maaltijd vieren met zijn volk. Daarom kan iemand op een gegeven moment tegen Jezus zeggen: ‘Gelukkig al wie zal deelnemen aan de maaltijd in het Koninkrijk van God!’ Mensen zagen uit naar het grote toekomstige feest. Die hoop ontleenden ze aan hun profeten.
De bekendste profetie hierover vind je in Jesaja 25:
6 Op deze berg richt de HEER van de hemelse machten voor alle volken een feestmaal aan: uitgelezen gerechten en belegen wijnen, een feestmaal rijk aan merg en vet, met pure, rijpe wijnen.
7 Op deze berg vernietigt hij het waas dat alle volken het zicht beneemt, de sluier waarmee alle volken omhuld zijn.
8 Voor altijd doet hij de dood teniet.
God, de HEER, wist de tranen van elk gezicht, de smaad van zijn volk neemt hij van de aarde weg – de HEER heeft gesproken.
9 Op die dag zal men zeggen: ‘Hij is onze God! Hij was onze hoop: hij zou ons redden. Hij is de HEER, hij was onze hoop. Juich en wees blij: hij heeft ons gered!’
De Mensenzoon is gekomen, Hij eet en drinkt. Dat is gastvrijheid die naar Gods gastvrijheid en Gods toekomst verwijst.
Jezus zegt: ‘Ik ben de toekomst. Ik breng Gods maaltijd.’ En daarom eet en drinkt Hij. En de mensen zijn geschokt. Jezus plaatst zichzelf op Gods stoel. En wie nodigt Hij wel niet uit?
Bibliodrama
Jezus speelt dus als het ware Jesaja 25 uit. ‘Enacting’, noemt Tim Chester dat in zijn boek A Meal with Jesus (artikeltjes van zijn hand hebben me trouwens enorm geholpen bij het nadenken over de maaltijd). Jezus belichaamt Gods Koninkrijk door zijn gastvrijheid, door de maaltijd. En Hij roept zijn leerlingen op tot navolging.
In het bijbelboek Handelingen zien we dan ook dat de maaltijd een grote rol speelde in het leven van de eerste gemeente.
En ook dat het aanleiding was voor vragen, conflicten en doordenking.
Zo was het niet de doop van Cornelius die vragen opriep, maar het feit dat Petrus samen met Cornelius had gegeten.
Maar de Heilige Geest had Petrus laten zien dat ook niet-Joden bij Gods volk horen door hun geloof in Jezus Christus.
En volksgenoten, broeders en zusters, eten aan één tafel.
Ik denk dat Paulus er daarom ook zo veel aan gelegen was om de gemeenschappelijke maaltijd inderdaad ook gemeenschappelijk te houden. Want daar vond verzoening plaats tussen Jood en Griek, geletterde en ongeschoolde, man en vrouw, vrij en slaaf. Verzoening tussen God en mensen en tussen mensen onderling.
Telkens weer keert de vraag terug of en hoe Jezus’ leerlingen samen kunnen eten: Romeinen 14, 1 Korintiërs 8-11 en Galaten 2, om maar eens wat hoofdstukken te noemen. Naar aanleiding van Handelingen 6 zou je kunnen zeggen dat een kerk zonder gemeenschappelijke en gastvrije maaltijd net zomin kerk is als een kerk zonder verkondiging.
Samen eten kan dus een soort bibliodrama zijn. Maar zelfs meer dan dat, want het is niet doen alsof je één van de spelers in een bijbelverhaal uitspeelt, het is echt deelnemen aan het grote bijbelverhaal.
Daarbij zijn natuurlijk wel de woorden van het Evangelie nodig.
Tegelijkertijd beseffen mensen vaak goed wat er gebeurt. Eén van mijn huiskringen organiseert elke maand een open maaltijd. Tijdens één van de maaltijden aten we met zo’n dertig mensen.
We hadden minstens zeven nationaliteiten en er waren christenen, moslims en niet-gelovigen bij. Ik vroeg: ‘Wat betekent dit?’ Een Antilliaanse vrouw antwoordde vrijwel direct: ‘Dit betekent verzoening.’ En in reactie daarop kon ik Jesaja 25 voorlezen, vertellen dat Jezus de echte verzoening brengt en dat onze maaltijd daarnaar verwijst.
De laatste jaren herontdekken we in Nederland weer iets van deze werkelijkheid van het Evangelie. De Alpha-cursus heeft daar ook aan bijgedragen. Juist de maaltijd vooraf bracht en brengt mensen samen. Die maaltijd is dus geen lokkertje, maar echt Evangelie.
Kerken en huiskringen kunnen de maaltijd echter op nog veel meer manieren inzetten. Dat begint bij wekelijks koffiedrinken en vervolgens neemt iedereen, of ieder per toerbeurt, iets lekkers mee.
Daarna ga je als huiskringen of als gemeente regelmatig samen eten. Houd het eenvoudig – mijn huiskringen eten wekelijks of maandelijks samen. Weer een stapje verder en je nodigt de buurt of je buren uit. En voor je het weet nodig je op je feestjes heel andere mensen uit dan je ooit had gedacht. Maar wel mensen die Jezus al voor ons in gedachten had: Lucas 14:12-14. En telkens vertel je wat er gebeurt. Want onze gastvrije maaltijden zijn geen goede gewoonten of deugd, ze zijn het hart van het Evangelie.
Pieter Kleingeld is predikant van de NGK van Maassluis en Missionair Consulent van de NGK.