Als God de hemel opent

2012-08-31
  • Jaargang 56
  • nummer 17
Toen wij een aantal jaren geleden terugkwamen uit Afrika hadden we het gevoel dat je van onder een open hemel terugkwam in een wereld waar de hemel potdicht lijkt te zitten. Dat is natuurlijk niet alleen het verschil tussen een omgeving waar bijna elke dag de zon schijnt en het gangbare weertype in Nederland. De fysieke realiteit lijkt ook iets van een geestelijke werkelijkheid te weerspiegelen. Hoe komt het dat God hier vaak zo ver weg lijkt en in Afrika of elders zoveel dichterbij?

Opnieuw is er vanuit de kring van het Evangelisch Werkverband een boek verschenen over geestelijke vernieuwing.
Of liever gezegd: over de culturele context waarin die vernieuwing van de kerk en de christen plaats zou moeten vinden. Waarom is er in het Westen zo weinig van de Geest te bespeuren, terwijl elders in de wereld het geloof een onstuitbare opmars lijkt te maken?
Het boek neemt ons mee op een historische zoektocht naar de wortels van de huidige situatie. Natuurlijk kun je dan niet om de Verlichting heen, de periode in de westerse geestesgeschiedenis waarin alles moest wijken voor de toets van de rede. Geloof, traditie, gezag: alles moest beoordeeld worden naar redelijke maatstaven die de mens eerst zelf had vastgesteld.

Het boek heeft een spannend begin door vrijwel aan het begin een interview op te nemen met een typische vertegenwoordiger van het verlichtingsgeloof, Jan Offringa, oud-voorzitter van de predikantenvereniging in de PKN Op Goed Gerucht. In dat geloof passen geen wonderen meer, en ook de opstanding van Jezus is iets anders dan ‘het tot leven komen van een lijk’.
Het gesprek blijft hoffelijk, hoewel het duidelijk is dat hier een fundamenteel andere visie verwoord wordt dan waar het EW voor staat. Ken je tegenstander. Waar dit onbeschaamde ongeloof nog de toon aangeeft, zal geestelijke vernieuwing ver te zoeken blijven.

Verlichting
De centrale vraag in deze bundel, waaraan een tiental auteurs van diverse achtergronden (niet allemaal protestants) hebben meegewerkt, lijkt me: hoe kijk je tegen de Verlichting aan? Dan blijkt dat je daarin heel verschillende posities kan innemen.
Ik was verbaasd dat iemand deze zin uit zijn pen kan laten vloeien: ‘De kernbetekenis van de Verlichting valt vanuit de kerk positief te waarderen, omdat het draait om de mens die ging begrijpen dat hij in zijn doen en laten een bepalende richting kon geven aan zijn bestaan’ (Dr. Henk Zeeman op p.76). In hetzelfde artikel kom ik ook minstens vier keer de uitdrukking ‘de donkere middeleeuwen’ tegen.
Toen ik innerlijk protest aantekende, werd ik direct tevreden gesteld door het volgende artikel van Antonie Vos, die het heeft over een moderne mythe. ‘Het huidige negatieve beeld van de middeleeuwen is overigens volledig in strijd met de historische werkelijkheid…’ (p.95) En verder: ‘Evangelische christenen – en christenen in het algemeen – moeten kritischer worden. (…) maar ook de vroegmoderne eeuwen, inclusief de wetenschappelijke revolutie, worden verkeerd begrepen’ (p.101).
Moeten we als christenen hoop vestigen op het doorwerken van de Verlichting? Iemand als Ouweneel schrijft met waardering over de noties van democratie en volkssoevereiniteit, zonder welke het congregationele systeem van kerkinrichting niet goed voorstelbaar zou zijn (p.115). De mondigheid van de moderne gelovige moet het volle pond krijgen.
Zo komt hij ook tot een waardering van de strijd over de uitverkiezing die toch niet door iedereen binnen het EW zo zal worden geslikt (hoop ik): ‘Slechts een gezonde vorm van gematigd “arminianisme”, zoals de Verlichting heeft bevorderd, schept ruimte voor de bijbelse genezings- en bevrijdingsbediening, waarin niet langer alle rampen fatalistisch aan God worden toegeschreven, maar waar er ook ruimte is voor de verantwoordelijkheid van de mens, zowel de zieke als de genezingsbedienaar.’ Tjonge.

Levensvernieuwing
Het goede van de verscheidenheid in deze bundel, waar de auteurs elkaar dus openlijk kunnen tegenspreken, is dat je op een aantal punten geprikkeld wordt om te bedenken: hoe zit het dan wel?
Een hoogtepunt is het artikel van Wout van Laar, waarin hij ons in Nederland de situatie van de wereldkerk als spiegel voorhoudt voor. Eén op de vier christenen (een half miljard dus) kan gerekend worden tot de pinksterstroming, die pas in de twintigste eeuw is opgekomen. Het bijzondere van deze ‘pentecostalisering van de christenheid’ is dat het merendeel van deze christenen vaak helemaal geen Verlichting heeft doorgemaakt. ‘In wezen houdt het pentecostalisme een breuk in met het verlichtingsdenken dat de autonome mens in zijn zelfontplooiing centraal stelt… De tijd lijkt rijp om binnen en buiten de kerken het besef toe te laten dat wij mensen niet toebehoren aan onszelf.’ (p.176v) Blijkbaar zijn er andere bronnen te vinden voor levensvernieuwing, waar deze broeders en zusters uit putten, juist in het conflict met de erfgenamen van de Verlichting (onze westerse cultuur en het daarmee samenhangende wereldkapitalisme).

De filosofische gedeelten worden afgewisseld door meer meditatieve beschouwingen, uitlopend in de verzuchting dat God de hemel opent boven Nederland. Het gaat er niet om dat wij zelf een opwekking organiseren, maar dat we opmerken en meebewegen met wat Gods Geest aan het doen is. Amen.

Als God de hemel opent. Uitzien naar meer werk van de Geest. Eschbach, H. en R van Putten (red.) (2012).
Boekencentrum, Zoetermeer. 224p.
€ 17,50.

Ds. Dick Westerkamp is predikant van de NGK van Houten en betrokken bij New Wine.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief