Wijsheid gevraagd

1975-08-22
  • Jaargang 19
  • nummer 31
Een raadselachtige raadgever
Een vreemde "apostel", die Jacobus - dat vond trouwens Luther ook al Neem nu eens zo'n zinnetje: "...zodat gij volkomen en onberispelijk zijt en in niets tekort schiet". Je zou zeggen: dat is duidelijke taal; punt - uit. Jawel, maar de volgende zin Iuidt doodleuk: in dien iemand echter in wijsheid te kort schiet ... (Jac. 1 : 5-7). Je zou zeggen: man, spreek je zelf nu niet zo tegen, ontkracht je eigen woorden niet. Wees alsjeblieft duidelijk Hij zegt trouwens wel meer vreemde dingen. Wat vindt u hiervan: houdt het voor enkel vreugde, mijn broeders (vriendelijk hè?) wanneer ge in velerlei verzoekingen valt ... (1 : 2)? Dat kun, je zo ook niet volhouden, daar moet hij vast en zeker op terugkomen. Nu, hij kómt er ook op terug - zij het in een andere zin: zalig is de man die in verzoeking volhardt... (1 : 12). Daar tussen in staat dan de advertentie om wijsheid. o nee, heel vreemd, er staat ook zo maar nog een andere opmerking tussen: laat de geringe broeder roemen in zijn hoogheid, maar de rijke in zijn geringheid... (1 : 9-11). Alle verband is hier toch wel zoek...

Een raadselachtige gemeente
Wie zijn de gelukkigen die het met deze "strooien brief" doen moeten? Jacobus zet er nog net een adres bij: de twaalf stammen in de verstrooiing. 't Zijn ontheemden, displaced persons, christenen, die door vervolging in Judea naar Klein-Azië waren gevlucht. Van oorsprong joden: bij wie anders kun je zo losjesweg de naam laten vallen van Abraham Izaäk, Rachab, Job, Elia en... de Here Zebaoth (zo in het N.T. alleen nog in Rom. 9 : 29 in citaat)? In hun eigen land vogelvrij verklaard en dat is ook voor een christen bepaald iets anders dan ,,vogelvrij".
Goed, verstrooiden dus, maar ze hebben onderling een band. Ze hebben een plaats van samenkomst (synagoge 2 : 2) om te vergaderen, Je zou zeggen: ze hebben elkaar hard nodig, ze klitten aan elkaar.
Vergeet het maar. Een mens neemt zichzelf altijd mee. Zelfs daar, in den vreemde, blijft er van de broederband niet veel over. De een heeft niets kunnen meenemen op de vlucht, de ander veel. De een heeft geluk in zaken (4 : 13 v.), de ander ontdekt: als ie voor een dubbeltje geboren bent... De een is herenboer (5 : 4), de ander brengt het niet verder dan arbeider. Hiet veelgeprezen christendom der eerste gemeenten? Het loon, dat door u is ingehouden van de arbeiders, die uw land gemaaid hebben, schreeuwt ... (5 : 1 v.v.). Gel'd op . de bank geeft rente! Wat voor verweer heeft de arme? Voor jou een ander, als 't loon je niet aansta/at - en wie denkt nu niet aan de crisistijd van de dertiger jaren? Jawel, dezelfde jaren van "de Schriftbeweging"... Recht is niet te vinden: gij hebt de rechtvaardige veroordeeld, ja vermoord; er is geen verweer tegen u (5 : 6). Standsverschillen die zelfs in de samenkomsten tastbaar zijn: houdt uw geloof vrij van aanzien des persoons (2 : 1). En zou het erbij gegeven voorbeeld uit de lucht zijn gegrepen (2 : 2 v.v.)?

Wat je mag vragen
Indien iemand echter in wijsheid te kort schiet... Och, zelfs als wij elkaar verzekeren: 't gaat niet om theoretische maar om praktische wijsheid, dan blijft het nóg vaak theorie. Omdat zo'n woord van Jacobus zo makkelijk een losse opmerking blijft. Wel een tekst, rnaair geïsoleerd uit het tekstverband. uit de feitelijke situatie, uit de werkelijkheid waarmee levende mensen te maken hebben. En datzelfde geldt van "geloven" (1: 6; 2: 1; 2: 14- 26). Geloof dien je te tonen in je werken, in wat je doet. Maar wát moet je doen? Geloven is (ook) altijd het nemen van beslissingen, het maken van de goede keus.
Elke nieuwe situatie, elk volgend moment vraagt om een duidelijke keus, een keus vóór God. Als iemand onder u, schrijft Jacobus, ziek is - wat moet die gelovige dan doen: naar de heidense priester-dokter in de Asclepiostempel gaan (5 : 14-20)? De "waarheid" de rug toekeren (5 : 19)? En als je loon ingehouden, verkort wordt - wat moet je dan doen? Die ander vermóórden?
Maar dan ben je precies gelijk aan die ander (5 : 6) - en het blijft moord en doodslag.
Natuurlijk je handen jeuken... het is een verzoeking. Maar verzoeking komt niet van Gods kant: Hij wil niemand overhalen tot het kwade, de verkeerde keus laten doen (1 : 13 v.v.). Van Gods kant komen de góede gaven (1 : 17 v.). En dus: als iemand van u in wijsheid te kort schiet in zo'n situatie zich afvraagt: wat meet ik doen"), dan bidde hij God daarom... Waar vraag je dus om en waarom vraag je het? Om in de verzoeking, als je zou willen schelden en tieren en vloeken, de goede keus te doen...
En wees gerust, zegt Jacobus, vráág daar maar om aan God. God, die aan allen (zonder aanziens des persoons) geeft,eenvoudigweg, simpel en royaal, zonder zich te bedenken. Zelfs: zonder verwijt, zonder "klachten" over gebrek aan wijsheid in de zin van: weten jullie het nu nog niet? Hij weet dat "geloven" een zwaar karwei is, als je verzocht wordt...

Hoe je moet vragen
Maar dan moet je wel bidden in geloof, in geen enkel opzicht twijfelend, want wie twijfelt gelijkt op een golf der zee, die door de wind aangedreven en opgejaagd wordt, nu eens hier-, dan wel daarheen. Hier is twijfel wel terdege de tegenhanger, nee de verloochening van het geloof. Hoe is het in de wereld, in de kerk, mogelijk dat uit een en dezelfde mond zegening en vervloeking voortkomt? De tong is een onberekenbaar kwaad, vol dodelijk venijn.
Met haar loven wij den Here en Vader en met haar vervloeken wij de mensen, die naar de gelijkenis Gods geschapen zijn (3 : 8-10). Hoe bestaat het...
Hoe bestaat het? Je zult maar een van die werklieden zijn, wier loon ingehouden is... Je vrouwen kinderen zullen zitten wachten tot je thuiskomt met geld al is 't voor droog brood. En je zult zo dadelijk met lege handen aankomen - zou je die afzetter dan niet vermoorden, is het niet met je handen dan wel met woorden?
Hem vervloeken? Vervloeken is echt wel wat anders dan opkomen voor je rechten.
Probeer dán maar eens de goede keus te doen! Toon dan maar eens je geloof uit je werken. Laat dan maar eens zien dat je een christen bent. Zelfs als je, in je rechten staande, veroordeeld wordt, ja vermoord, en je geen verweer hebt..

Wat God van je vraagt
Voor minder doet God het niet. Wie "twijfelt" moet niet menen dat hij iets van de Here zal ontvangen, innerlijk verdeeld als hij is, ongestadig op al zijn wegen, Innerlijk verdeeld, tweeslachtig - een mond die zegent èn vervloekt. Een mens die een psalm zingt en het Onze Vader bidt en zijn schuldenaren naar de hel wenst. Ongestadig op al zijn wegen: er zit geen rechte lijn in. Het ontbreekt aan "zekerheid des geloofs". Dat is toch echt meer dan een mooie dogmatische waarheid waarover je boeken vol kunt schrijven en lezen. De zekerhei:d des geloefs in de alledaagse praktijk spreekt zelf boekdelen. Als christen sta je te kijk, voor God en mensen. En beide partijen gaan af op je dáden. Moeilijk?
God weet het - en de "velerlei verzoeking" komt echt niet van Zijn kant. Zij resulteert wel in "beproefdheid des geloofs" en volharding ... (1 : 2, 4). Geneer u niet: als iemand in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God... Zalig de man die in verzoeking volhardt (1 : 12) - hij zal de kroon des levens ontvangen!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief