De O.T. profetie - voor ons niet afgedaan
1975-08-22
Een groot deel van de bijbel bestaat uit profetieën. De boeken Jesaja, Jeremia, Ezechiël, Daniël en de zgn. 12 kleine profeten vormen samen meer dan een vierde deel van het Oude Testament. Helaas is juist dat deel onder ons niet het meest bekende. Toch hebben deze profetieën niet enkel voor het O.T.-ische volk van God betekenis gehad.- Jaargang 19
- nummer 31
Zij hebben de Heer Jezus getroost en zijn door Gods bijzondere zorg tot op vandaag gebleven.
Deze profetieën hebben dan ook voor de N.T.-ische gemeente niet afgedaan en bezitten niet slechts historische waarde. Ze zijn Gods openbaring voor de kerk van alle tijden en onder alle volken. Als Petrus getuigt van de kracht en toekomst van Christus en zich daarbij beroept op wat hij zelf als ooggetuige van Zijn majesteit op de berg der verheerlijking had gehoord en gezien, dan zegt hij: 'Wij achten het profetische woord daarom des te vaster, en gij doet wél er acht op te geven als op een lamp, die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten' (2 Petr. 1 : 16-21).
Zo moeten de N.T.-ische apostelen, profeten en leraars van de kerk bij die profetieën aansluiten.
Ze moeten die profetie voortzetten d.i. haar/ook voor hun tijd verklaren. Daarbij allereerst erkennen dat geen enkele profetie van de Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat.
Geen enkele profetie - bedoelt Petrus te zeggen mag een geïsoleerde verklaring ontvangen. Want de heilige Geest heeft de profeten 'gedreven. Zoals al de van Gods Geest doorademde Schriften ingegeven zijn. Wij zullen Schrift met Schrift moeten vergelijken.
H et Geestelijke moet met 'het Geestelijke vergeleken worden (1 Cor. 2: 13). Maar dan gaat het profetische woord van het Oude Testament voor de kerk des Heren ook van deze dag leven. Voor predikers en hoorders, voor leraars en gemeenteleden, voor ouden en jongen. Ze gaan mee 'profeteren en mee gezichten zien.
In een wereld vol afgoderij en valse godsdienstigheid.
Ze zien de oordeelssituatie en wat daaruit voortkomen moet.
En ze mogen zichzelf en elkaar troosten met de heilsbeloften voor een arm en ellendig volk, maar dat op de Naam van Jezus Christus blijft vertrouwen.