Nationaal inkomen
1975-08-22
De moeilijkheden, die de overheid heeft om haar programma uit te voeren, houden ten nauwste verband met haar "inkomen" (vnl. uit de belastingen), en dus met ons aller inkomen. We spreken dan van nationaal inkomen (NI): de som van alle verdiensten van ondernemingen en werknemers, opbrengst van renten, dividenden, enz. Dat NI heeft een plaats in het fungeren van ons maatschappelijk bestel, dat wat de economische kant betreft, heel eenvoudig in enkele woorden kan worden weergegeven: - Jaargang 19
- nummer 31
a. nationale productie
b. invoer uit het buitenland
c. nationale consumptie d. uitvoer naar het buitenland In dit patroon moet een zeker evenwicht zijn: a + b = c+ d.
Als dat er is, dan worden alle goederen, die aan de markt komen, verkocht en kan het -productieproces ongestoord voortgaan. Is dat evenwicht er (tijdelijk) niet, dan komen de moeilijkheden. Onverkochte voorraden zullen de prijzen doen duikelen en er komt werkloosheid. Maar als er te weinig geproduceerd of ingevoerd wordt, dan komt er een run op bepaalde goederen, men is bereid er méér dan normaal voor te bet allen. Aangetrokken door grotere mogelijkheden zullen de fabrieken op hogere toeren trachten te draaien, de arbeidsmarkt is dan overspannen, Het is eigenlijk een groot wonder, dat dit evenwicht er in zo grote mate nog steeds is. Niemand kan dat precies regelen en toch maken we ons geen grote zorgen. Het functioneren van dit alles is een gave van de HERE en als we ons er over verwonderen dat Hij in zó grote mate de welvaart geeft, die we hebben, komt Hem de dank toe.
Die productie is basis voor het N.l. Het Centraal Bureau voor de statistiek heeft berekend, dat het N.l. voor het lopende jaar ongeveer 200 miljard gulden zal zijn: f 200.000.000.000! Ons voor stellingsvermogen is En dan te weten, dat dit N.l. ruim 10 jaar geleden "slechts" f 70 mrd. was, dus ongeveer 1/3 van het tegenwoordige. Het toenemen van dit N.l. (dus in feite van het product dat tot stand komt) duidt men aan met "groei" en deze komt tot stand door de volgende ontwikkelingen:
- toenemen van de bevolking, méér arbeidsplaatsen;
- investeringen, waardoor méér product;
- doelmatiger voortbrengen van het product, met minder mensen méér doen;
- de inflatie, waardoor het geld minder waard wordt, het product duurder, méér geld nodig om eenzelfde kwantum product aan te duiden.
Deze "groei" brengt méér welvaart met zich mee en dat ondervinden we vrijwel allen.
Er zijn enkele "vergeten groepen", maar het merendeel van de Nederlandse bevolking kan zich meer veroorloven dan een vorige generatie. Ook een overheid kan zich derhalve meer permitteren. Ze kan haar vleugels breder uitslaan en ook dát ervaren we: sociale voorzieningen, die uitbreiden, maar ook een cultuurbeleid dat enorme sommen vergt, En op haar beurt dwingt de toenemende welvaart de overheid ook om méér te doen. Want grotere aantallen auto's leiden tot betere verkeersvoorzieningen; meer vakantiebesteding tot het openleggen van streken als vakantiecentra; er is meer mogelijkheid voor maatschappelijke voorzieningen t.b.v. gehandicapten en ouden van dagen enz. Een overheid zal - voor zover het in haar vermogen is - dus trachten de welvaart te doen toenemen en daarmede ook voor de verwezenlijking van haar eigen programma méér inkomen verwerven.