De verhouding tot de kerken binnen verband
1976-02-20
De Geref. Kerk van Maassluis, praeses ds H. van Tongeren, scriba L. Douw, heeft zich in een laatste appèl gericht tot de kerken binnen verband. In het stuk lezen we dat deze kerk van december 1971 af, toen zij door de classis Schiedam werd uitgestoten, heeft gestreden om haar rechtmatige plaats in het kerkverband te behouden.- Jaargang 20
- nummer 8
De synode van Kampen heeft de bezwaren tegen de handelingen van de classis afgewezen, maar zond gelijk een brief aan de kerk van Maassluis waarin de weg werd gewezen die terugvoert naar het verband van de kerken. Deze weg bleek voor de kerk van M. onbegaanbaar en daarom wordt er in het appèl aan alle kerken om hulp gevraagd.
Voordat ik een paar aantekeningen maak bij dit stuk van de kerk van M. een paar opmerkingen vooraf.
In de eerste plaats moeten we in het oog houden dat de zaak waar het om gaat allereerst de kerken binnen verband raakt, die opnieuw met een schisma te doen krijgen.
Aan een voortgaande polarisering van verhoudingen in de vrijgemaakte kerken bestaat geen enkele behoefte, daarom zijn we niet blij met deze ontwikkeling, we kunnen ons niet verheugen in een scheuring.
Deze dingen voorop gesteld, heeft de kerk van Maassluis, kerkeraad en predikant aldaar recht op ons meeleven.
Uit ervaring weten we wat kerkelijke strijd binnen vrijgemaakte kerken betekent. Lees je dat de kerk van M. al van 1971 af niet meer ter classis is toegelaten, dat er zich een groep heeft afgescheiden en als "kerk" is erkend, dan zie je de vereenzaming en de last die er op gemeente en ambtsdragers drukt zó voor je.
Dit meeleven zijn we te meer verschuldigd, omdat deze kerk zich heeft te weer gesteld tegen wat men noemt het "wegroepings-kerkrecht".
Ais kerken buiten het verband hebben wij weet van deze zaak.
AIs ik terugdenk aan de jaren waarin b.v. de kerken in Noord-Holland te maken kregen met dit zgn. kerkrecht, toen de gemeenten werden opgeroepen zich aan' het opzicht van "ontrouwe" ambtsdragers te onttrekken en allerlei vergaderingen werden belegd om deze oproep kracht bij te zetten, dan schijnt dit a.h.w. een boze droom te zijn, maar dit is het niet, het is een werkelijkheid, waarvan menigeen de tekenen nog draagt.
Daarom, al raakt deze zaak in de eerste plaats de kerken binnen verband, wij weten ons bij deze strijd betrokken.
De artikelen die ik schreef over de verhouding tot de kerken binnen verband leverden veel reacties op.
Het merendeel daarvan was positief, ook uit de kerken binnen verband.
Er zijn gelukkig velen die hopen op betere verhoudingen en bidden om herstel van de breuk.
De reden dat ik aandacht geef aan het appèl van Maassluis is dat de ontwikkelingen rondom deze zaak als een test-case kunnen dienen.
Wat is namelijk het geval.
Uit de verklaringen in het appèl is duidelijk dat gemeente en kerkeraad de belijdenis van de gereformeerde kerken van harte aanvaarden; er is dan ook nooit een aanklacht van ontrouw of afwijking ingediend.
Ook blijkt uit heel de inzet van deze kerk dat men wil leven overeenkomstig de bepalingen van de Dordtse K.O. wat het kerkverband betreft en in de geest van de vrijmaking wil waken tegen hiërarchie en machtsaanmatiging over de kerken, van welke zijde ook.
De papieren van deze kerk zijn dus in orde.
Voorts heeft Maassluis, ook toen de afgevaardigden niet langer ter classicale vergadering werden ontvangen zich niet gevoegd bij de kerken buiten verband, maar is in de weg van appèl a.h.w. voor de deur van de kerken blijven liggen en ligt daar nog steeds.
Indertijd diende de kerk van M. een aanklacht in tegen Prof. J. Kamphuis vanwege zijn optreden t.o. kerken in Noord-Holland, maar zag die klacht door de kerkelijke vergaderingen afgewezen.
Tijdens de verwikkelingen moet dan de situatie zijn ontstaan dat men niet meer ter classicale vergadering werd ontvangen.
In de strijd om zijn plaats binnen het kerkverband te behouden heeft men naar ik in het appèl lees besloten zich te conformeren aan de besluiten van de synoden van Hoogeveen en Hattum, de aanklacht teruggenomen, maar met behoud van bezwaren.
Op dit punt zijn moeilijkheden ontstaan zoals blijkt uit een citaat van een classisuitspraak: dat de kerkeraad te M. zich helaas niet metterdaad heeft bekeerd van zijn zondig handelen en evenmin heeft erkend de kerk des Heren te Maassluis te hebben gescheurd.
Uit ervaring weten we dat het raar kan toegaan in kerkelijke procedures.
Dit neemt niet weg, dat wanneer de leer van de kerk niet in geding is een conformeren met behoud van bezwaren mogelijk moet zijn.
Aangezien men één is in de aanvaarding van Schrift, belijdenis en k.o. moet een zaak als hier speelt - een aanklacht tegen een hoogleraar - binnen het kerkverband kunnen opgelost worden.
Er is, zo zagen we, geen aanklacht over ontrouw t.a.v. het belijden.
Toch betekent dit m.i. niet dat de leer die men aanhangt bij deze procedure geen rol speelt.
Wat is namelijk de moeite die zich voordoet, die wij in Noord-Holland heel goed kennen, wanneer er gehandeld wordt volgens wat men wel het confessionele kerkrecht heeft genoemd.
Met een beroep op handelingen van de Dordtse synode, genoemd in een brochure van F. L. Rutgers, werd gesteld dat het in een noodsituatie geoorloofd is de kerkorde tijdelijk bui ten werking te stellen.
Er werd gesteld dat er zich een dergelijke noodsituatie voordeed, wanneer de leer van de kerk in geding was.
Zo kon het voorkomen dat een groep in de gemeente, die meende zich niet langer onder het opzicht van een "ontrouwe" kerkeraad te mogen stellen, omdat die kerkeraad dwaalleer zou tolereren, zich opnieuw constitueerde tot de kerk ter plaatse, de ambten instelde om zich vervolgens op de classis eventueel de synode aan te melden.
Eerst voltrokken de broeders het schisma, daarna gingen ze in appèl.
Daarop doelde ik toen ik kortgeleden schreef dat de verhoudingen tussen de kerken binnen en buiten verband zo moeilijk liggen aan de basis.
Immers wie zulke handelingen pleegt, spreekt daarmee uit dat in de laatste ernst wordt gehandeld, dat waarheid tegenover leugen staat.
Heeft zich zo ter plaatse een scheiding voltrokken dan is dit naar de mens gesproken een breuk voor àltijd, want nu vergadert Christus niet meer in die ontrouwe kerk, maar bij hen die in doleantie gingen of hoe het verder heette.
Nu blijkt dat er in Maassluis zich een groep heeft gevormd, die ter classicale vergadering als de kerk van Maassluis is ontvangen.
Jarenlang heb ik destijds betogen aangehoord, dat dit geoorloofd is wanneer de leer van de kerk in geding is, maar nu blijkt het ook te kunnen als er een hoogleraar al dan niet ten onrechte is aangeklaagd.
Dit nu daargelaten, wordt duidelijk waar de zaak in Maassluis op struikelt.
De uitgetreden broeders hebben destijds hun handelingen gerechtvaardigd met het argument dat Christus in de huidige situatie de kerk niet meer vergadert bij de gemeente waar ds v. T. predikant is.
In zo'n situatie wordt een verzoening wel erg moeilijk, zeker wanneer van de kerkeraad van M. wordt verlangd dit te erkennen.
Op dit punt moet m.i. klaarheid komen.
Wat ligt hier namelijk weer achter.
Er bestaat een nooit nader geformuleerd, noch officieel opgelegd dogma, dat Christus Zijn kerk op één adres vergadert en elders niet.
Naar dit ongeschreven dogma heeft men destijds ook in de classis Haarlem gehandeld bij de slot-fase in de zaak-Beverwijk.
Het gaat mij nu niet om wat er zo allemaal over deze stelling valt op te merken, we zijn op zoek voor wat bepalend is voor het schisma.
Als Christus niet meer vergadert in de kerk waarvan ds v. T. voorgaat, welke smalle basis heeft Christus' kerk dan toch wel gekregen.
Houdt men bij de kerken binnen verband hieraan vast dat Christus zijn kerk slechts op één adres vergadert, en dan is wel duidelijk welk adres dit is. dan kunnen we alle pogingen tot toenadering gerust opgeven. Want wat van Maassluis geldt, geldt dan in veel sterkere mate voor onze buiten-verband kerken, maar evenzeer voor anderen.
Laat ik voor alle duidelijkheid weer eens zeggen dat ik hiermee niet heb beweerd dat de kerken binnen verband leren dat alleen behouden wordt wie tot deze kerken behoort.
Het appèl van de kerk van Maassluis biedt de kerken binnen verband de gelegenheid duidelijk te maken waar we met deze kerken aan toe zijn. Hier kan blijken waar het in de strijd van de zestiger jaren werkelijk om is gegaan.
Had die strijd inderdaad de trouw aan de belijdenis tot inzet, zoals dikwijls is beweerd, maar onzerzijds is ontkend.
Laten we hopen dat het uur van de waarheid aanbreekt en perspectieven opent, zodat het zwaard niet blijft verteren.
*) Dit artikel is geschreven voordat ik het stuk van Prof. C Veenhof over deze zaak had gelezen: v. d.K.