Samen verantwoordelijk
1976-02-20
Onder de titel "Mondige mensen Samen verantwoordelijk" schreef de C.N.V.-voorzitter J. Lanser een boek over vernieuwing van de samenleving.- Jaargang 20
- nummer 8
Lanser neemt hierin als uitgangspunt de C.N.V.-visie, die de onderneming beschouwt als een samenwerkingsverband van gelijkwaardige mensen. De mens is een verantwoordelijk wezen en behoort ook de ruimte te hebben daaraan inhoud en vorm te geven.
De zeggenschap in de onderneming mag dan ook niet bij de enkeling berusten, maar behoort te liggen bij allen die wezenlijk bij de onderneming zijn betrokken.
In het boek van Lanser is dan ook beheersend de gedachte, dat de mens, geschapen naar het beeld van God, geroepen is tot verantwoordelijkheid.
De huidige structuren, zo constateert hij, zijn daarbij een sta-in-de-weg.
Vandaar dat deze veranderd moeten worden.
Wanneer over structuurverandering gesproken wordt, betekent dat vaak een kretologie, waarbij men dan maar voorbij gaat aan het feit, dat de samenleving besbaat uit zondige, gebrekkige mensen.
Een feit, dat ook de beste structuren niet kunnen uitwissen.
Zo schrijft Lanser gelukkig niet.
Op voorzichtige wijze ontleedt hij de maatschappelijke verhoudingen vanuit zijn bijbelse visie, laat hij zien waaraan het ontbreekt bij het beleven van verantwoordelijkheid en tracht hij een weg aan te geven om te zorgen, dat alle bedrijfsgenoten als mondige mensen kunnen optreden. Daarbij is hij nuchter genoeg om te erkennen, dat hij een ideaal beeld tekent, terwijl we in de werkelijkheid hebben te rekenen met menselijke onmacht en zedelijk tekort.
Zijn boek is een bundeling van vroeger verschenen publicaties.
Het bezwaar daarvan is, zo wordt in het voorwoord al opgemerkt, dat hierdoor enige herhaling voorkomt.
Naar mijn opvatting zit er teveel herhaling in. Het geschrift zou sterk aan waarde hebben gewonnen, als het tot één doorlopend betoog was omgewerkt.
Dat betekent niet, dat dit goed geschreven boek niet zeer lezenswaard is. Vooral omdat men een duidelijk zicht krijgt op de visie van het C.N.V., die ten aanzien van de onderneming fundamenteel verschilt met die van het N.V.V.
Tegenover de gedachte van de klassestrijd wordt hier de samenwerking gesteld. Terwijl het N.V.V. uitgaat van de fundamentele belangentegenstellingen van kapitaalverschaffers en leiding aan de ene kant en werknemers aan de andere kant, stelt Lanser, dat de onderneming een samenwerkingverband van gelijkwaardige mensen.
Het arbeiderszelfbestuur wordt door hem afgewezen en hij blijft nuchter genoeg om te erkennen, dat er in een onderneming altijd sprake zal moeten zijn van hiërarchische verhoudingen, In feite is de visie van Lanser en het C.N.V. moderner en radicaler dan die van het N.V.V.
Zo ziet men bij het N.V.V. de directie nog steeds als zetbaas van de kapitaal verschaffers. Voor het feit, dat de leiding van de onderneming verzelfstandigd is en bij het ondernemingsbeleid met de verschillende belangen rekening houdt, heeft men nog steeds weinig oog.
In de visie van Lanser zal de onderneming haar oorspronkelijk doel het economisch winstmotief moeten wijzigen en aan de sociale aspecten een gelijkwaardige plaats geven.
Behalve een versterking van Je ondernemingsraad acht Lanser een versterking van de raad van commissarissen nodig.
Deze raad van commissarissen, ook wel gemeenschappelijk bestuur genoemd, zal tot taak hebben de doelstelling van de onderneming en de hoofdlijnen van het beleid te bepalen. Daar dit een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid is moet minstens de helft van de leden van deze raad door de werknemers worden benoemd.
De ondernemingsraad zal mee tot taak krijgen de raad van commissarissen te adviseren in zaken, die betrekking hebben op de doelstelling van de onderneming en de hoofdlijnen van het beleid.
Lanser maakt ernst met de democratisering van de onderneming, waarbij werkgevers en werknemers samen verantwoordelijk zijn. Vanuit deze visie is de vervanging van de ondernemingsraad door een personeelsraad zonder directie dan ook een onaanvaardbare zaak. Lanser wil geen controle op de directie vanuit de gedachte der belangentegenstellingen, maar samenwerking van alle bedrijfsgenoten.
Hoeveel waardering ik ook heb voor het feit, dat hier getracht wordt Vanuit de bijbelse gedachte, dat de mens geschapen naar Gods beeld geroepen is tot mondigheid, de uitwerking roept op tal van punten vragen en bedenkingen op, waarvan ik er een paar wil noemen.
Heeft Lanser er wel voldoende oog voor, dat veel mensen geen enkele behoefte hebben tot medezeggenschap om hun verantwoordelijkheid te kunnen beleven, Dat moge te betreuren zijn, maar het is wel zo. Er zal nog heel wat gebeuren, voordat het zo is, dat de overgrote meerderheid die medeverantwoordelijkheid wil aanvaarden.
Voordat men hiervoor rijp is, helpt het geven van verantwoordelijkheid weinig, Dat heeft de praktijk bij vele ondernemingen wel laten zien.
Met Lanser ben ik het eens, dat het economisch motief niet langer het overheersende moet zijn. Valt bij, wijziging echter niet te vrezen, dat kleinere ondernemingen daarvan de dupe worden. En zal dat niet leiden tot nog meer concentratie van ondernemingen? Juist bij die zeer grote bedrijven is vaak het gevoel bij de onderneming te behoren het geringste, En niet ten onrechte.
Bij de voorgestelde opzet wordt ook te weinig rekening gehouden, dat de ondernemingen te verschillend zijn om voor allen een soortgelijke opzet te kiezen.
In de beschouwingen wordt voorts te weinig gelet op de positie van de directie, die in feite een derde macht geworden is naast kapitaalverschaffers en werknemers.
Waarom minstens de helft van de commissarissen gekozen door de werknemers? Het gevaar bestaat, dat men in strijd met de bedoeling zich als twee partijen gaat opstellen.
Het voorstel van het N.K.V. om een deel van de commissarissen te laten kiezen door de door werknemers en aandeelhouders aangewezen commissarissen lijkt me dan beter.
Onvoldoende ook wordt stil gestaan bij het feit, dat ook het college van commissarissen de neiging heeft zich te verzelfstandigen.
Op zich leen goede zaak, maar het kan betekenen, dat de werknemer het kiezen van dergelijke commissarissen niet meer ·ziet als het beleven van een stuik verantwoordelijkheid.
Deze opmerkingen bedoelen slechts te laten zien, dat Lanser er nog niet uit is en wij evenmin.
De strijd rond de ondernemingsraad, die nu woedt toont wel aan, dat nok wat betreft de ondernemingsraad de meningen nog niet uitgekristalliseerd zijn.
Het spoed advies van de S.E.R. over dit probleem was ook bepaald nog onrijp.
Het zou beter zijn, dat een staatscommissie het gehele probleem maar eens uitvoerig ging bestuderen.
Dat neemt niet weg, dat Lanser in zijn boek een wel te overwegen poging doet, te komen tot een verantwoordelijke maatschappij in bijbelse zin, Wie voor dit thans zeer actuele probleem belangstelling heeft, en dat behoren we allen te hebben, moet dit boek beslist lezen.
J. Lanser,
"Mondige mensen - Samen verantwoordelijk" .
Uitg. J. H. Kok b.v., Kampen Prijs f 9,50