Van stethoscoop tot gutsbeitel
1976-03-05
Misschien hebt u Koos al eens gezien: de dokter, die beeldhouwer geworden is? Maar u moet van gewest tot gewest weken, om hem te vinden. Hoog in het barre Noorden, tussen boerenarbeiders en wadlopers, in een piepklein dorpje woont hij. Tussen zijn schilderijen en houten beelden, in een serene sfeer van kerkelijke kunst. Incognito, zonder achternaam, ergens achter een molen; zelfs zijn huisnummer maakt het zoeken moeilijk.- Jaargang 20
- nummer 10
Maar hebt u hem eenmaal gevonden, dan is hij een vriendelijke evenwichtige zestiger, die u geduldig ontvangt en u alle tijd geeft om iets van zijn werk - en daarachter iets van Gods blijde boodschap - te zien en te horen. Een zachte stem, zachte ogen, een zachte volle baard; een Johannes-figuur. Inclusief de Boanerges, de dondersteen . Een fel levende maar beheerste man, die gewoon zichzelf is; met fouten en deugden, met gebreken en talenten, met zonden en zegeningen.
Hij was huisarts, als zijn vader. Kreeg al jong een hartinfarct, als zijn vader. Maar - in tegenstelling tot zijn vader, die er jong aan overleed - veranderde hij zijn levenspatroon. Hij liet zijn jachtige praktijk varen, trok naar het Groningse dorpje van zijn grootmoeder, besteedt daar zijn leven in eigen tempo en wijdt zich aan zijn evangelische roeping: maakt kerkbeelden. Had met zijn stethoscoop vele mensen het hart beluisterd; toont nu met zijn gutsbeitel het hart achter de gezichten van bijbelheiligen. Gewone mensenharten als van u en mij.
Met zijn handen beeldt hij levenswijsheid, beeldt hij het Evangelie uit.
Neem nu de apostelen bijvoorbeeld: u herkent ze allen, niet alleen uit hun attributen - maar uit hun gezicht, hun handen, hun ogen, hun karakter. Thomas met zijn wijze mondje en zijn opvallende duim: die zullen ze geen onzin wijsmaken. Petrus met de haan en de sleutels, het omgekeerde kruis en de icoon: de heilige zondaar, de vrijgesproken verrader. Nathanael: de sympathieke jonge man, die uit Nazareth nooit iets goed heeft zien komen. Filippus met twee paarden: zijn naam zegt het al want filo is vriend en hippos is paard.
En dan vader Jacob na de worsteling aan de Jabbok: zijn gezicht vol vrede maar de hand op de pijnlijke heup. Uit een grote, vers geschilde essenstam zal nu Augustinus worden gebeiteld. Een stam met vijf spruitstukken. Geen mijter (je weet nooit wat daar onder schuilt) maar wel een kerkstam. die in vijf takken uitloopt. Vijf is een belangrijk getal: Koos denkt aan de vijf broden. Augustinus krijgt ook vissen, wier staarten in vlammen uitlopen. En hij heeft blote voeten, want ook een kerkvader staat op heilige grond.
De meeste beelden zijn vierzijdig. Dit omdat hij meest molenbalken gebruikte, honderden jaren oud eikenhout. Hij woont immers achter de molen? Nu, daar komen na elke restauratie afvalstukken terecht: balken, assen, kalven. Alles kan gebruikt worden voor de blijde boodschap - als het maar eerlijk hout is. Er wordt geen boom in het dorp geveld of de dokter wordt er bij gehaald. Vond hij daar toch een echte Christuskop, praktisch in de gracht van een boerenerf staan! Zegt hij tegen de eigenares: mevrouw, zag je niet dat Christus daar in de gracht staat? Zegt ze: nooit op gelet, hak hem maar om. Wel, Koos nam de boom mee, hakte en zweette, beitelde en streelde. " en nu herkent u de Man van smarten. Het beeld heet: Christus-uit-de-gracht.
Als hij hakt vindt de beitel zelf zijn weg. Knoesten en scheuren, kerven en jaarringen - ze nemen zelf hun functie aan. De mens komt er ook niet z:onder kleerscheuren af, nietwaar. Een gebroken neus? Ja, zo is het leven. Een groot gat in een stam is nu de treurige mond geworden van iemand, die roept in een woestijn. Een lange krimpscheur blijkt de zoom van een kleed te zijn: uit het tekort ontstaat rijkdom. De flarden van een weerbarstige Japanse kers zijn het materiaal, waardoor de vrouw van Lot een zoutpilaar schijnt te zijn.
Koos vond een "kalf", zo'n eiken balk die het gewicht van molenas en wieken heeft gedragen; bijna 10.000 kilogram en dat enkele eeuwen lang misschien. Zo'n hout is bij uitstek geschikt, om als materiaal te dienen voor het Lam, dat de zonden der wereld wegdraagt.
Daar zijn de houten tanden uit de tandwielen: zó gesleten, dat het hout er om vraagt, voor een tijdsbeeld gebruikt te worden. De tand des tijds: gaande en komende geslachten; pantha rei, alles slijt, alles komt om weg te gaan, alle vlees is als gras. Alleen het Woord blijft bestaan. Dat overleeft alles en allen.
Daar staat een boom met twee machtige armen; als een mens, een profeet. Oude en nieuwe testament zijn op de beide zijden gesymboliseerd.
Aan de ene kant amandelknoppen, bloesems, druiven en een zevenarmige kandelaar. Aan de andere zijde: vissen, broden, een kruis en alweer de kandelaren. Jawel, want de tempeldampen zijn dezelfde als die uit de Openbaring. De beitel vindt zelf zijn weg door het taaie hout. Daar is geen fantasie bij nodig. Maar Koos heeft wel altijd "het Bouk d'r bie". Dat wijst hem de weg.
Vanaf onze binnenkomst staat de dokter met een klein beeldje in de handen. Het is eigenlijk een kandelaar: draagt een kaars. Het stelt iemand voor: een vriendelijk, maar gewond en beschadigd gelaat, De Man van smarten, met kruis en doornenkroon! Nederig, half zo groot als de apostelen: bereid hun de voeten te wassen. Maar in staat om alle andere kandelaars aan te steken. Onder het spreken gaat dat beeldje mee, ook naar de schilderijen en akwarellen, boven. De handen strelen het soms; de grote sterke handen houden het eerbiedig vast. En bij ons vertrek wordt het weer op zijn plaats gezet: op de werkbank, vooraan, vlak bij de hand, altijd bereid mee te gaan.
In het laatste beeld ziet u een vrouw. Een deerniswekkende figuur, gewond, ontluisterd, gekerfd, beschadigd. Koos citeert uit Jesaja 1, over de dochter Sion, die er na alle zonde en ongerechtigheid bijstaat als een waakhutje uit een komkommerveld. En toch is Gods genade aan de dochter Sion te zien: een groot gat in haar borst heeft de vorm van een mensenhart gekregen. God wil in haar wonen en heeft haar stenen hart weggenomen. Er is een overblijfsel, zegt het beeld.
Zo spreken alle beelden tot ons als "boeken der leken". Ze verhalen van zondige mensen, van leed, ziekte, wonden, littekens. En ze verhalen van de Heiland, de grote Heelmeester, die Gods schepping niet wegspoelt - maar alle dingen nieuw maakt.
De dokter leeft intens, maar beheerst, gedreven door zijn roeping. Hij telt zijn dagen en heeft een wijs hart gekregen. Door zijn kwaal kwam hij voor de keus te staan: zijn laatste jaren opteren als arts - dan wel zijn dagen uitkopen als evangelist. Hij maakte van zijn nood een deugd.
Een oude kroepketel en een microscoop geven nog symbolisch de vroegere staat des levens-aan. Maar zelfs de stethoscoop is verdwenen, Hij werkt mee aan evenementen van licht, geluid, Evangelie en beeldende kunst. Alleen met kunstenaars van klasse - geen elektronische toestanden en kitsch. In de Groningse kerkjes, met orgels van Schnitger en Hinsch (betekent Schnitger ook niet beeldhouwer?), exposeert hij. Soms levert hij een kerkbeeld op bestelling, in binnen- en buitenland.
Zo'n bestelling gaat volgens een mondeling en vrijblijvend contract: de kerk is niet verplicht het af te nemen en de dokter niet verplicht het te leveren.
Was daar onlangs zo'n expositie. De opperwachtmeester uit zijn dorp bespeelde het orgel. Mensen kwamen binnenlopen. Er was een rondleiding.
Een zelfbewuste kerkvoogd informeerde: moet ik hier niet iets bij spreken? Hoeft niet, zei de dokter. En de opper kwam van de orgelbank, stapte naar voren en sprak: dames en heren, nu lijkt het me de tijd dat u op de stoelen hier komt zitten. Koos gaat u een verhaal vertellen.
En Koos verhaalt; iedere keer dat hij de kans krijgt, Of ieder open staat voor de achtergrond van zijn kunst? Ach, netuurlijk niet. Er zijn contacten gelegd met kerken en groepen, die Koos langzaam afgekoppeld heeft. Hij merkte, dat ze hem niet verstonden: zijn zegen kwam op zijn hoofd terug. Dan zoekt hij andere kansen.
Niet om de commercie, Niet om de publiciteit. Niet om de eer, de volksgunst, het artistieke zelfbewustzijn of de vraag naar erkenning. Koos is autodidact, heeft geen naam te verliezen al weet hij uiterst nauwkeurig wat mooi en lelijk is. Maar hij maakt gewoon van de nood een deugd en verder geen drukte. Luisterde voorheen met de stethoscoop aan mensenharten. Dat werd hem te zwaar. Cureert nu met het Evangelie gewonde mensenharten. Dat is een zoete opgave.
Hij leeft van niet-vergiftigd voedsel, verbouwt met zijn vrienden schone gewassen, krijgt bizondere medewerking van "Wageningen", ademt zuivere lucht, leeft ver van fabrieken, rookt niet en laat niet roken.
Zo is zijn leven getekend: een matig mens, zijn vrijheid waard.
Op een van zijn schilderijen toont hij de vrouw - eigenlijk twee vrouwen.
De goede vrouw aan de ene kant; een vuist is er voor gehouden: daar wil je voor werken en vechten desnoods. De slechte vrouw aan de andere kant; een opgestoken vinger erbij: die laat zich met een natte vinger lijmen. Zo, die keus is duidelijk.
Ja, nog eenmaal een liederlijke vrouw. Ze is niets dan blote zinnelijkheid, zonder iets aantrekkelijks. Zo'n Isebel-figuur. Kijk, zegt hij, met haar enorme achtersteven (meer heeft het mens niet) heb ik haar zó op de dijk gezet, dat ze er nooit meer afkomt. Maar intussen is ze aan de dijk gezet.
Zo is zijn levensstijl. Simpel en oprecht, maar met een diepe zin. Menselijk en begrijpend. Zelf strijdend tegen alles, wat voor hem zonde is; maar tegelijk begrijpend de zwakheden van anderen, die ook maar mensen zijn. Hij weet wat er te koop is aan verleiding, drugs, drank, zelfvernietiging, wanhoop, angst. Maar hij zet zijn ervaringen om in beelden.
Vijf Basken onlangs doodgeschoten om hun vrijheidszin? Kijk, toen heeft Koos hier vijf kaarsen aangebracht; zo heeft hij ze gewroken.
Een aardbeving in Guatemala, waar ,hij niets aan kan doen? Dan, neemt hij het hardste hout en de zwaarste hamer en ... hervindt zijn geloof, al werkende.
Hij laat muziek horen tijdens de rondleiding: goede koormuziek van Gooi en Sticht. En daar liggen platen van Strawinsky, Ravel, Mahler.
Ach, die Mahler - kijk dit schilderij: twee tortelduiven, dat zijn de Mahlers, want hij is zijn vrouw levenslang trouw gebleven; en dat meisje, dat is hun jong gestorven dochtertje; en verder drie pauken, want wat is Mahler zonder pauken? En betekent Mahler niet schilder?
We vinden hem een benijdenswaardig talent en een rijk man. Maar hij antwoordt: wat heb ik, dat ik niet heb ontvangen? Nee mensen, je hoeft niet te bedanken. Denkt er maar eens over na. Een goede zondag gewenst en voorzichtig op de weg!