Het boek Daniël
1976-03-12
Hoe lang nog?- Jaargang 20
- nummer 11
De vraag "hoe lang nog?" is niet maar een nieuwsgierige vraag naar een nauwkeurig aantal jaren of dagen, maar veel meer een roep uit 'de benauwdheid om een ingrijpen van God, die soms nodeloos lang schijnt te talmen. Hoe lang nog?
Dat vraagt de Engel des HEREN als de oprichting van het koninkrijk van David ook na de terugkeer van het volk uit Babel nog maar steeds niet 10 zicht komt. (Zach. 1 : 12).
Hoe lang nog? Dat wordt ook gevraagd door de zielen van hen die geslacht zijn om het Woord van God en het getuigenis (Openb. 6 : 10).
Deze vraag hoort Daniël in het slotgedeelte van zijn laatste visioen.
De engel die hem de wonderbare dingen, in het voorafgaande verhaald, heeft bekend gemaakt, heeft zich verheven boven de rivier en wordt geflankeerd door twee metgezellen ter weerszijden van het water. Blijkbaar zijn die twee nieuwe gestalten er bij gekomen om als getuigen te fungeren bij de eedsaflegging, die met grote plechtigheid plaats vindt, onder opheffing niet slechts van de rechter- maar ook van de linkerhand en onder aanroeping van de naam van de Eeuwiglevende.
Na deze nadrukkelijke betuiging van de waarachtigheid en de belangrijkheid van het antwoord dat op de gestelde vraag wordt gegeven, valt de inhoud van de eed toch wel wat tegen; reeds in hoofdstuk 7 : 25 is gesproken over een tijd en tijden en een halve tijd.
Toch is deze eed wel iets meer dan een herhaling van alles wat zal gebeuren en een schildering van de machten, die de koninkrijken van deze wereld telkens weer weten te ontplooien; na de aankondiging van de grote benauwdheid onder de straffe hand van Antiochus IV, die de macht van het heilige volk zal verbrijzelen, wordt nu op de sterkst mogelijke manier verzekerd dat de tijden in Gods hand zijn en dat geen enkele macht, hoe groot ook, er in zal slagen Gods plan ook maar in het minst te doorkruisen.
De wijze van tijdsbepaling hangt mogelijk samen met het historisch verloop der gebeurtenissen; een tijd van toenemende druk, twee tijden van verzet tegen de druk, eindigend met de heiliging van de tempel en nog een korte tijd tot de dood van Antiochus. Dat het tijdsverloop tussen het staken van het dagelijks offer en het opnieuw in gebruik nemen van het brandofferaltaar precies drie jaar heeft geduurd is in het eerste boek der Maccabeeën vermeld. Hoe lang daarna Antiochus is gestorven is niet nauwkeurig bekend; een half jaar later is geen slechte schatting.
Hoe betekenisvol de gezworen woorden ook zijn, Daniël is er niet mee tevreden. Niet de tijdsduur is voor hem het belangrijkste, maar het resultaat van alles. Waarop loopt het uit? Wat gebeurt er uiteindelijk?
Als Daniel daarnaar vraagt, wordt hij afgewezen. Zo is het wel genoeg, Daniël, ga nu maar. Er moet nog een geheim blijven.
Een al te gedetailleerd toekomstbeeld zou zijn doel voorbij schieten. De openbaring wordt niet uit de volgende feiten bewijsbaar voor iedereen, maar is genoeg voor wie er gelovig mee bezig is. De bedoeling van de openbaring is niet alles van te voren bekendmaken, maar allen die er zorgvuldig naar luisteren te leren hoe ze moeten handelen. De goddelozen zullen het niet verstaan, maar voor de verstandigen is het doorzichtig.
De feiten brengen niemand tot bekering; maar wie acht geeft op het Woord zal in de werkelijkheid van dit wereldleven de rechte weg vinden en steeds meer gereinigd, gezuiverd en gelouterd worden.
Het geldt niet slechts voor die tijd.
De profetie blijkt telkens weer een woord te spreken, dat in alle eeuwen geldigheid heeft. In het boek van de Openbaring des Heren aan Johannes komen alle elementen weer terug: De engel die zweert bij de Eeuwiglevende (10 : 5, 6) en het geheim dat blijft (10 : 4), de reiniging van de gelovigen en de Verharding van hen die op de profetie geen acht slaan (22 : 11). Dank zij het Woord, dat veel malen en op velerlei wijze is gesproken is de gehele geschiedenis een tijd van schifting.
Hoe lang het zal duren weet niemand. Misschien is dat de bedoeling van de verzen 11 en 12. De duizend tweehonderd en negentig dagen kunnen worden berekend als de duur van 31/2 jaar, als het jaar wordt gesteld op 360 dagen en er in de loop van deze tijd een schrikkelmaand van 30 dagen bij komt.
Maar wat bedoeld is met de duizend driehonderd vijf en dertig dagen blijft onzeker. Heeft er 1 1/2 maand na de dood van Antiochus nog een belangrijke gebeurtenis plaats gehad? Of is de bedoeling te zeggen dat na het laatste aangekondigde feit nog niet terstond het einde zal intreden zodat er ook dan nog weer gevraagd zal moeten worden "hoe lang nog?".
We weten niet alles. Ook ten aanzien van andere gedeelten uit het besproken boek blijven er heel wat onzekerheden. Op veel vragen kunnen andere antwoorden gegeven worden dan die in deze artikelen gegeven zijn. En veel vragen die nog gestelid kunnen worden zijn helemaal niet ter sprake gekomen.
Eén ding evenwel is zeker. We gaan met Daniël en heel veel anderen het einde tegen. En indien we blijven luisteren naar de woorden van de profetie, indien we blijven bidden om beter inzicht, indien we steeds meer alles verwachten van 's HEREN macht en trouwen van Zijn genade in Christus Jezus zullen ook wij rusten en opstaan tot onze bestemming aan het eind der dagen.