JEREMIA

1976-03-19
  • Jaargang 20
  • nummer 12
Inleiding

Wie het boek Jeremia vluchtig doorbladert, ontdekt al gouw dat de inhoud van dit boek niet chronologisch gerangschikt is. Jeremia's werkzaamheid strekt zich uit over een tijdvak van ruim veertig jaar, maar zijn profetieën staan wat de tijdsvolgorde betreft dwars door elkaar. Blijkbaar is de historische volgorde niet van essentieel belang voor wat het boek Jeremia te zeggen heeft.
Dat ontbreken van een historisch raam hangt misschien samen met het feit dat deze profetieën werden opgeschreven voor mensen die Jeremia zelf hadden meegemaakt, die de geschiedenis van die tijd kenden en die wisten in welke omstandigheden de profetieën gesproken waren.
Voor ons die zo'n 2500 jaar later leven, ligt dat anders. En daarom kan een chronologische rangschikking van de inhoud van dit boek voor ons een goed hulpmiddel zijn om dit boek te verstaan tegen zijn historische achtergronden.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de inhoud van Jeremia aan de hand van een historische kapstok. U moet deze indeling niet in absolute zin opvatten. Ten aanzien van verschillende hoofdstukken kan men zich afvragen of ze niet op een andere plaats moeten staan. Het ontbreekt ons in bepaalde gevallen aan voldoende gegevens om een definitieve indeling te kunnen maken. Toch geloof ik dat dit overzichtje erg nuttig kan zijn bij de lezing van het boek Jeremia. We zullen proberen bij de behandeling van het boek Jeremia zoveel mogelijk de chronologische volgorde aan te houden. Het gaat daarbij niet om een tekst-voor-tekst-verklaring, maar meer om inzicht in de doorlopende lijn van wat de Here te zeggen had en om de actuele betekenis daarvan voor ons.

Voorgeschiedenis

Jeremia werd geboren als zoon van de priester Hilkia uit Anamot, een dorpje ongeveer 7 km ten noorden van Jeruzalem. Uit het historische overzicht blijkt, dat Manasse toen nog op de troon van David zat. juda was in die tijd schatplichtig aan de Assyriërs, die een machtig wereldrijk hadden opgebouwd.
Weliswaar had juda niet hetzelfde lot ondergaan als het Tien-stammenrijk.
Dat was door de Assyriërs kompleet van de kaart geveegd.
Samaria was verwoest in 721 v. Ohr. En de bevolking was gedeporteerd, Dat was juda bespaard gebleven, Dat bleef een koninkrijkje. Maar het raakte tijdens de regering van Manasse wel elk spoortje van politieke zelfstandigheid kwijt. Het werd volledig afhankelijk van Assyrië.
Eén enkele handbeweging van de Assyrische koning was voldoende om Manasse's miniatuurstaatje te verpulveren. Manasse was daar zo zeer van doordrongen dat hij alles deed om de Assyrische koning te plezieren en gunstig te stemmen.
Hij betaalde trouw zijn schatting en introduceerde ook assyrische goden in Jeruzalem, met name de sterrencultus (2 Kron. 33 : 5).
Toen Jeremia geboren werd, stonden er door het hele land heen altaren voor de Baäls en de Astartes en werden overal de hemellichamen vereerd, om nog maar te zwijgen van de waarzeggerij die bedreven werd, o.a. met behulp van de tekens van de dierenriem, de astrologie.
Kort na Jeremia's geboorte meende Manasse echter kans te zien zich aan de macht van de Assyriërs te onttrekken. In het verre Oosten was Babel tegen Assyrië in opstand gekomen. Het was een opstand waar muziek in zat en die veel kans van slagen leek te hebben.
Toen de Assyriërs daar in het Oosten hun handen vol hadden, zegde Manasse zijn horigheid aan hen op.
Maar het liep verkeerd voor hem af. Met inspanning van al hun krachten, slaagden de Assyriërs er in de opstand te bedwingen. Daarna kwamen ze met hun leger naar Jeruzalem. Manasse zelf werd gevangen genomen en met ketenen geboeid naar Babel gevoerd. Daar kwam hij in de gevangenis tot inkeer.
Hij werd weer vrijgelaten en na zijn terugkeer in Jeruzalem poogde hij de afgoderij, die hij aanvankelijk zo sterk gepropageerd had, weer terug te schroeven (2 Kron. 33 : 10-13, 15, 16).
Arnon die zijn vader Manasse opvolgde, propageerde weer met kracht de heidense godsdiensten.
Hij regeerde maar 2 jaar en werd op zijn beurt opgevolgd door zijn zoon Josia, die bij zijn troonsbestijging nog slechts 8 jaar oud was (2 Kron. 21 : 19-26).
Met Josia begon er weer een andere wind te waaien (2 Kron. 34 : 1-7). Hij deed er alles aan het heidendom weer terug te dringen. Tijdens zijn regering zou het Assyrische wereldrijk. afbrokkelen en uiteindelijk enkele jaren na de val van Ninevé (zie daarvoor het boek van de profeet Nahum) ten ondergaan.
Dat was de tijd waarin Jeremia tot profeet geroepen werd.
Op het politieke wereldtoneel waren grote veranderingen op til.
En in Juda regeerde een jonge koning die zijn best deed de vloed van heidense invloeden in het land in te dammen.

Jeremia 1 : 1-10

Jeremia’s roeping

Jeremia en Josia waren leeftijdgenoten.
Misschien was Jeremia 1 of 2 jaar ouder dan de koning. Maar in ieder geval was hij nog een jonge man van hoogstens 23 jaar, toen hij door Jahweh tot profeet geroepen werd in het dertiende regeringsjaar van Josia (1 : 2).
Wanneer je nog zo jong was, trad je in Israël nog niet publiek op.
Dat gaf geen pas.
kIs jong broekje zweeg je en luisterde je naar ouderen. Je liet hun woorden tot je doordringen, overwoog ze en maakte ze tot je eigendom.
Er moest wel een heel dringende noodzaak zijn, als je als jongere iets in het midden wilde brengen (vgl. Job 32). Wie als jonge twintiger al hoog van de toren begon te blazen, liep kans voor eigenwijs versleten te worden en genegeerd te worden.
Dat is nog niet zonder meer een bewijs van onservatisme.
Natuurlijk kan het daar gemakkelijk in ontaarde. Maar van huis uit ligt er de erkenning in opgesloten, dat mensen die al een tijdje meelopen in het leven, meer inzicht bezitten.
Door schade en schande zijn ze wijs geworden, en het is dwaas hun wijsheid renteloos te laten liggen.
In onze tijd waarin technische know-how op grote schaal verward wordt met wijsheid, zou het geen kwaad kunnen als de erkenning dat de oudere generatie als regel meer levenservaring en wijsheid bezit dan de jongere, weer wat meer veld won.
Als regel, want er is de grote uitzondering van Ps. 119: 99, 100.
Wanneer een jongere die zich door Gods Woord laat leiden, tegenover ouderen die Gods Woord negeren, komt te staan, moeten we de wijsheid zoeken bij de jongere. Dat is ook de situatie bij Jeremia. Hij is nog jong. Maar het Woord van Jahweh komt tot hem (vs. 4).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief