Bidden voor Atjeh
2005-02-25
Waarschijnlijk was er in uw gemeente voor tweede Kerstdag vorig jaar nog nooit gebeden voor de Indonesische provincie Atjeh en wist u niet eens waar het precies lag. Deze provincie met bijna vier miljoen inwoners is een zeer fanatiek islamitisch gebied waar op vele plaatsen het islamitische rechtssysteem is ingevoerd. Van hieruit werd de islam in het verleden verbreid naar vele andere delen van Indonesië.- Jaargang 49
- nummer 4
Er is slechts een handjevol Atjehse christenen en de meesten van hen wonen elders. Dit is een gebied waar het geestelijk gezien zeer duister was en waar het voor christelijke zendingswerkers onmogelijk was om er openlijk te werken. Banda Atjeh, de hoofdstad van Atjeh met het vliegveld, wordt in de Indonesische volksmond vaak genoemd ‘het voorportaal van Mekka’. Wie op pelgrimsreis gaat naar Mekka vertrekt hier vandaan.
Waar je ook gaat: in Atjeh is de invloed van de islam merkbaar.
Moskeeën zijn overal prominent aanwezig.
26 december
Atjeh werd op tweede Kerstdag het zwaarst getroffen door de aard- en zeebeving waarvan het centrum zich net voor haar kust bevond. Bijna een kwart miljoen mensen, 240.000, zijn dood of worden vermist, en meer dan 400.000 anderen verloren naast hun geliefden al hun bezittingen. We zijn inmiddels gewend geraakt aan de beelden van dorpen en stadswijken die volledig zijn weggevaagd. Een leger hulpverleners en militairen uit vele landen, soms de ‘tweede tsunami’ genoemd, is nog steeds bezig om wat orde in de absolute chaos te brengen.
Verwoesting
De vloedgolf verwoestte de leefwereld van de overlevenden: huizen, winkels, kantoren, scholen, klinieken, boerderijen, wegen, spoorlijnen, boten, voertuigen, bruggen, elektriciteitslijnen, irrigatiekanalen en rijstakkers, havens en opslagloodsen, hotels, bomen, stranden en visgronden.
Het kan jaren duren voor plaatselijke industrieën weer op het oude niveau draaien, voor het zoute water uit de rijstakkers is gespoeld, ontwortelde gemeenschappen zijn herbouwd en kapotte levens zijn geheeld. De verwoestende golven lieten diepe sporen na: tallozen die fysiek of psychisch gehavend zijn, kinderen die jaren van scholing en vorming gaan missen, meer dan 100.000 weeskinderen die moeten worden opgevangen, ontelbaren die hun broodwinning verloren van visvijvers en boten tot waterbuffels en kippen. In Atjeh is meer dan 100.000 hectare landbouwgrond verwoest en onbruikbaar geworden door het zilte water. Het is onvoorstelbaar dat zoveel mensen zo snel zoveel konden verliezen; een wereld die op de kop is gezet.
Moskeeën
Het enige dat op vele plaatsen nog overeind staat en functioneert, is de plaatselijke moskee. Moskeeën zijn op miljoenen plaatsen in Indonesië, vaak met subsidies vanuit Saoedi-Arabië, hoger en sterker gebouwd dan de meeste andere bebouwing. Vijf keer per dag, vanaf 5 uur s’morgens, klinkt over de verwoeste gebieden nog steeds de oproep tot het gebed. Voor velen zijn die gebedstijden in de moskee nu eilanden van rust in de wanhoop.
Velen zien het dan ook als een teken van Allah dat juist de moskeeën werden gespaard. Het betekent een boodschap dat men zich nog meer dient toe te wijden aan het geloof en moet bidden om nieuwe zingeving en leiding.
Bureaucratie
Meer dan honderd hulporganisaties die zich volop inzetten om mensen te voorzien van voedsel, drinkwater, onderdak en sanitair hebben tegelijkertijd te maken met slachtoffers die lijden aan diarree, huidziekten, longklachten en mentale klachten. De tsunami verwoestte ook ziekenhuizen en medische klinieken, doodde dokters en verpleegsters en de gezondheidszorg laat daarom veel te wensen over.
De Wereld Gezondheids Organisatie vreest nog steeds de uitbraak van besmettelijke ziekten als de mazelen en malaria. Medische teams uit vele landen en elders uit Indonesië doen wat ze kunnen maar vaak ontbreekt het aan goede coördinatie. De bureaucratie van de Indonesische gezondheidszorg is berucht en velen verkiezen daarom buitenlandse doctoren.
Dat schept spanningen die door het alom aanwezige Indonesische leger en de autoriteiten dikwijls wordt aangewakkerd.
Unieke kansen
Voor de ramp op 26 december was Atjeh praktisch afgesloten van de buitenwereld door de militaire strijd die het leger voert tegen de onafhankelijkheidsbeweging, het GAM. Bij die strijd zijn de afgelopen 25 jaar meer dan 10.000 Atjehers omgekomen. De Indonesische legerleiding zal proberen de ramp te gebruiken om de beweging verder in te dammen. Ook na de ramp zijn aanvallen op de rebellen gewoon doorgegaan. De GAM heeft haar hoofdkwartier in Zweden en deed al oproepen om te komen tot een wapenstilstand. Het probleem is dat Indonesië het olierijke Atjeh nooit de gewenste, volledige zelfstandigheid zal willen geven. Deze strijd heeft wortels die teruggaan naar de tijd van de Nederlandse kolonisatie.
Toen al vocht men voor onafhankelijkheid.
De oplossing zou kunnen liggen in een beperkte vorm van onafhankelijkheid waarbij Atjeh zelf meedeelt in de opbrengsten van haar bodemschatten. De nog nieuwe president van Indonesië, Susilo Yudhoyono, heeft aan het begin van zijn regering de kans om wegen te zoeken naar blijvende vrede. Maar het wederzijdse wantrouwen is diep en de corruptie van de Indonesische overheden zal de frustratie en haat bij vele slachtoffers waarschijnlijk slechts doen toenemen.
Toch zijn er juist nu ongekende kansen voor de inwoners van Atjeh die in meerdere opzichten leven in duisternis.
Niet alleen zijn er nu politiek gezien unieke kansen op vrede. En ook gaat het om meer dan economische kansen die door de vele buitenlandse hulpfondsen beschikbaar zijn.
Diep geraakt
Talloze Atjehers zijn nu voor het eerst in generaties rechtstreeks in contact gekomen met westerse en christelijke hulpverleners. De zorg en liefde van regeringen en organisaties die ze lang hebben gezien als satanische instellingen, hebben velen diep geraakt.
Terwijl het gebrek aan meeleven uit de Arabische wereld en de onverschilligheid van de terroristische beweging van Bin Laden vele ogen heeft geopend.
Blijkbaar zijn arme moslims voor die bewegingen alleen aantrekkelijk als rekruten voor zelfmoordacties, als kanonnenvoer. Ze geloven blijkbaar slechts in haat en geweld, in verwoesting en dood maar kennen geen ontferming en geloven niet in opbouw en herstel.
Op een ongedachte manier is de deur naar het gesloten, duistere Atjeh plotseling opengegaan voor christelijke hulpverleners. Sommige zendelingen hebben daar jarenlang voor gebeden.
Vele kerken en christelijke organisaties uit binnen- en buitenland tonen metterdaad de liefde van Christus.
Velen van hen bidden voortdurend voor de mensen die ze dienen.
Natuurlijk geeft dat ook negatieve reacties. Er was een fikse rel toen een christelijke liefdadigheidsorganisatie uit Java van plan was 300 Atjehse weeskinderen onder te brengen in christelijke weeshuizen. Maar tegelijk zijn er talloze persoonlijke contacten en nieuwe kansen voor de verbreiding van het evangelie. Naast Atjeh ligt op Sumatra het grotendeels christelijke gebied van de Batakkers. Tussen de beide bevolkingsgroepen zijn van oudsher veel spanningen maar er zijn nu ook nieuwe mogelijkheden om bruggen te slaan en op een positieve manier met elkaar contact te hebben.
Bidden
We weten niet hoe lang Atjeh nog open zal zijn voor buitenlandse en christelijke hulpverleners. Nu dat wel het geval is, is het zaak om te bidden dat de Here hun getuigenis, in woord en daad, zal zegenen. Wij geloven immers in de Almachtige die zelfs in staat is in rampspoed en ellende om te buigen naar de bouw van zijn koninkrijk. Wij geloven toch in een genadige en liefdevolle God die gebeden verhoort? Wellicht kan er daarom ook in uw gemeente de komende weken gebeden worden voor Atjeh.