Verbazing

2012-09-15
  • Jaargang 56
  • nummer 18
Wij zijn – God zij dank – niet meer gewend aan oorlog.
Oorlog is iets van ver weg geworden. Oorlog is gebrek aan beschaving. Oorlog is fout. Dat doen wij niet. Geweld dat gepaard gaat met oorlog roept dan ook onbegrip en grote verontwaardiging op.

Geweld leidt maar al te vaak tot geweld. Dat geldt zeker voor oorlogsgeweld. Jezus zegt niet voor niets dat wie naar het zwaard grijpt ook door het zwaard zal omkomen (Matteüs 26:52). Maar diezelfde Jezus greep wel een zweep en ranselde kooplieden en geldwisselaars met geweld de tempel uit (Johannes 2:15). Of je wel of niet geweld mag gebruiken, is kennelijk ook met een beroep op de Bijbel niet zo gemakkelijk te zeggen. De Bijbel en de werkelijkheid zijn weerbarstiger.
Maar waar het me nu om gaat is de verbazing, de verbijstering en de daarop gestoelde verontwaardiging waarmee wij reageren op geweld. Want het lijkt mij dat juist die verbazing mensen met ervaringen van geweld buitensluit. Die verbazing geeft het gevoel dat er voor hun verhaal geen ruimte is. Je zult maar een militair zijn met oorlogs- en gevechtservaring, door onze eigen regering op een missie gestuurd die vooral geen vechtmissie genoemd mag worden. Of een politieambtenaar die bij een gewelddadige aanhouding gefilmd is. Bij wie kun je dan nog op verhaal komen?

Het boek Soldaten, dit jaar in Nederlandse vertaling verschenen, bevat een analyse van door de Britten afgeluisterde gesprekken van Duitse krijgsgevangenen. Het bevat schokkende verhalen. Schokkend vanwege de beschreven gewelddadigheden en schokkend vanwege de manier waarop de betreffende soldaten daarover spreken. Schokkend omdat in ieder gewapend conflict ongeveer dezelfde zaken voorkomen. Noem de naam van kapitein Westerling, noem My Lai, Rwanda, Abu Graib, Houla (Syrië).
Schokkend, jazeker. Maar de auteurs van Soldatenzijn niet verbaasd, want dit alles past in het totaalplaatje van oorlog. Dit is wat oorlog is en doet. Het wordt pas verbazingwekkend wanneer je leeft bij de illusie van een geweldloze mens.

Ik moet daarbij denken aan Paulus’ spreken over de zonde. Hij heeft het niet over snoepen uit de suikerpot, maar over de macht van het kwaad, die werkelijkheid is in het alledaagse menselijk bestaan. Het loon van de zonde is de dood, zegt hij. We moeten daar maar niet te licht over denken en er zeker niet verbaasd over zijn. Want die werkelijkheid is anno 2012 beslist niet achterhaald.
Dat maakt mij bescheiden en terughoudend met morele oordelen. Ik ben niet anders dan de ander en leef geen ander leven. Ook niet als die ander wellicht dingen heeft ervaren, heeft gedaan of heeft moeten doen die ik me niet kan voorstellen en die bij mij vragen oproepen.
Vanuit die bescheidenheid en terughoudendheid is het mogelijk om wel ruimte te geven aan die ander en zijn verhaal. Erkenning van de werkelijkheid van de macht van de zonde schept ruimte voor het delen van moeilijke ervaringen, vragen, onvermogen, schuld, angst en wanhoop. Ze zijn immers niet wezenlijk anders dan mijn ervaringen.

Maar er is meer. Wanneer Paulus over die vaak weerbarstige werkelijkheid schrijft, dan merkt hij op dat het niet Gods bedoeling is dat wij als slaven van de zonde leven, met aan het einde slechts de dood. Paulus laat het niet bij de constatering dat de macht van de zonde er nu eenmaal is. Hij gaat verder en breekt daarop in. ‘Maar het geschenk van God is het eeuwige leven in Christus onze Heer’ (Romeinen 6:23).

Dat verbaast míj dan weer. Dat dan weer wel.

Ds. Kees Smit is legerpredikant.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief