Mens naast God – Wie doet wat?
2012-09-15
Wil Doornenbal is klinisch psycholoog, vermeldt de achterflap van Mens naast God. In het voorwoord vertelt ze dat ze zich al lange tijd heeft beziggehouden met de vraag hoe je je als mens in de relatie met God optimaal kunt ontwikkelen. Haar insteek van dit boek is het nauwlettend volgen van het gebeuren in Genesis om uit te zoeken hoe we oorspronkelijk bedoeld zijn.- Jaargang 56
- nummer 18
In negen korte hoofdstukken maakt Doornenbal de oorspronkelijke bedoeling van God met de mens duidelijk. In de daarop volgende hoofdstukken gaat ze na hoe de mens zich, ondanks de gebrokenheid van het bestaan, op een waardige manier staande kan houden. David en Paulus zijn de mensen die dit in hun leven hebben laten zien.
Na dit alles beschouwd te hebben, concludeert de schrijfster dat ze geleerd heeft dat God haar meer liefheeft dan ze besefte en dat ze – mede daardoor – meer reden heeft om zichzelf als mens serieus te nemen.
Levensadem
Direct in het eerste hoofdstuk wordt de aandacht gevraagd voor twee belangwekkende acties van God, die het belang van de mens onderstrepen.
De mens is gemaakt van stof, ‘waardeloos materiaal’ waar je niets mee kunt. Pas als God zijn eigen adem in de mens blaast, komt hij tot leven.
Zijn levensadem bepaalt de hoge waarde van de mens. Daarbij komt dat de mens het enige levende wezen is dat als individu geschapen wordt.
Zo serieus neemt God de uniciteit van de persoon.
Wij zijn dus van hoge komaf en intuïtief weten we dat ook wel, bijvoorbeeld op het moment dat we geen erkenning krijgen. Dat voelt niet goed, want je komt zo niet tot je bestemming! Dit is een interessante zienswijze. Je negatieve gevoel komt dus niet zozeer door frustratie (psychologische verklaring), maar door een spiritueel gemis. Ik kom niet tot mijn recht.
Als je zo je gevoel leert duiden, zul je je intuïtie en gevoel – en daarmee jezelf – bloedserieus nemen, lijkt me.
Doornen en distels
Het valt de schrijfster verder op in het paradijsverhaal, dat de mens de verantwoordelijkheid krijgt voor een afgebakend stuk wereld: de hof van Eden. Grenzen horen dus bij de mens en komen er niet pas na de zondeval.
Zo wil God het. Ook hiervan zag Hij dat het goed was. Wat moeten wij dan moeilijk doen over onze beperkte reikwijdte en fysieke beperking? Zo zijn we immers door God gewild – daar rust zijn zegen op! Deze verfrissende zienswijze kan ons vrijwaren van bijvoorbeeld overmatige verantwoordelijkheidsgevoelens voor ‘de wereld’.
Nadat de zondeval besproken is, verlaat de schrijfster het paradijsverhaal en focust op de mens David. Ze motiveert niet waarom ze voor hem koos en niet voor Jacob of Petrus.
Wat hoe dan ook van David te leren valt: je kunt nog zo veel kapot maken in je leven, God blijft openstaan om heel dichtbij te komen (psalm 139:3) en in gevaren je hand vast te houden (beter vertaald als ‘vastpakken’, psalm 139:9b-10). ‘Zoals je in een drukke winkelstraat soms een ouder de hand van zijn kind ziet pakken, zodat het niet zoek zal raken.’ Zo’n manier van verhelderen typeert iemand die oog heeft voor fijne details in de omgang tussen mensen…
In het slothoofdstukje gaat het over de ‘doornen en distels’ die op je akker zullen groeien na de zondeval (Genenis 3:18). Paulus weet daar alles van met zijn doorn in het vlees. Maar als hij dit in Gods handen legt, merkt hij dat de ‘kale doorn in zijn leven vrucht gaat dragen’. Jezus, met zijn doornenkroon de heerser over doornen en distels, zorgt voor de groeisappen.
Dit kan een bemoediging zijn voor allen die kampen met de pijn van het leven – en wie kent dat niet? Deze koppeling van het beeld van de doornen uit Genesis en Paulus’ brieven aan Jezus’ doornenkroon verraste me, al ben ik er niet helemaal uit of daarmee de geestelijke betekenis van dit beeld duidelijker geworden is.
Vonk
Dit boek hebben mijn vrouw en ik gelezen tijdens onze vakantie. Elke dag een hoofdstukje om te bespreken.
Het was als een wandeling met de schrijfster, waarbij ze ons telkens wees op iets moois of ontroerends.
Meestal sprong haar vonk over, een enkele keer kwam het niet verder dan een glimlach over haar enthousiasme.
Soms ook werd ons niet helder waarom zij haar richting koos. Maar wat vooral blijft hangen, is de fijnzinnige en liefdevolle wijze waarop ze ons wijst op de liefde van onze Heer en op de grote waarde die we in zijn ogen mogen hebben. Aanbevolen!
Doornenbal, W. (2012), Mens naast God – Wie doet wat? Boekencentrum Zoetermeer. 95p. € 13,90.
Drs. L.C. Walraven is zelfstandig gevestigd psycholoog en lid van de NGK Ede.