De profeet Elia
2005-02-25
Ontmoeting en gebed- Jaargang 49
- nummer 4
God hoort naar ons gebed! Iedereen geeft een voorbeeld van een gebedsverhoring uit zijn of haar eigen leven. Het is goed God vervolgens te danken voor Zijn goedheid!
Bezinning vanuit de Bijbel
• Wanneer de HERE op Elia’s gebed een, met water doordrenkt, altaar vanuit de hemel vlam doet vatten, gaat Elia opnieuw in gebed. Elia zondert zich af en knielt. (1Kon.18: 36-42).
Deel waar, wanneer en in welke houding je bidt. Benoem daarbij of en hoe plaats, tijdstip en gebedshouding je gebed beïnvloeden.
Neem je voor de komende week een voor jouw nieuw element toe te passen in je eigen gebedspraktijk.
• Elia bidt met volharding, want telkens opnieuw bericht zijn knecht dat hij niets ziet. (vs.43) De verhoring blijft uit. Vertel elkaar van een gebed dat (nog) niet is verhoord. Bid je daarvoor nog steeds of heb je afgehaakt? Probeer ook woorden te vinden voor de gevoelens die hiermee te maken hebben.
Welke oorzaken zouden er aan een zgn. ‘niet-verhoord-gebed’ ten grondslag kunnen liggen?
• Naast volharding kenmerkt Elia’s gebed zich ook door verwachting.
Bidt jij altijd met verwachting.
Wanneer en waarom wel/niet?
• Elia’s verwachting wordt zichtbaar in de knecht die hij bij herhaling naar tekenen van verhoring laat speuren.
Bovendien is hij heel blij met een vuistgroot wolkje. Elia ziet het als een voorbode van meer. (vs.44) Met welke ‘vuistgrote wolkjes’ uit jouw leven zou je blij kunnen zijn?
Gebed
Dank God hardop of in stilte voor “de wolkjes als eens mans hand’. Breng ook die zaken ingebed waarop tot nu toe (nog) geen antwoord is gekomen.
| Een vuistgroot wolkje Een voorbeeld van wolkje als eens mans hand: Een moeder van een jongen die op kamers ging maakte zich ernstig zorgen over het geloof van haar zoon. Die zorg nam toe omdat hij in de studentenstad geen moeite nam een kerk te bezoeken, laat staan aansluiting te zoeken. Ook in de weekenden thuis was hij niet meer tot kerkbezoek te motiveren. Toen ze hem na een poosje met een bezoek wilde verrassen, was hij niet thuis. Een huisgenoot liet haar binnen. De kamer van haar zoon was één grote bende: overal slingerde kleren, er stond afwas en een boel dozen waren half of nog niet uitgepakt. Toch bleek hij zijn bijbel, die zijn moeder hem had gegeven, al wel uitgepakt te hebben. Die bijbel lag op de grond naast zijn bed. Terwijl er tranen van blijdschap over haar wangen liepen, dankte zij God voor dit prachtige, hoopvolle vuistgrote wolkje! |