Religie en cultuur
2012-09-15
Kelly Keasberry – eind dertig, moeder van vier zonen – studeert theologie in Utrecht. Net als Paulus en Augustinus en nog wel een paar groten in Gods Koninkrijk is zij pas later op haar levensweg tot geloof gekomen.- Jaargang 56
- nummer 18
Sommige van haar medestudenten hebben daar blijkbaar een wat aparte visie op. Ze schrijft er zelf over in het Christelijk Weekblad van 27 juli:
Het afgelopen studiejaar leidde mij tot een bizarre ontdekking: ik ben een religieus atheïst. En dat terwijl ik maar liefst 16 jaar lang hartstochtelijk meende een christen te zijn. Tot die bewuste cursus ethiek in februari.
Het begon allemaal met het hartstochtelijke pleidooi van een medestudente.
Volgens haar kon iemand met een christelijke basis nooit meer een echte atheïst worden. Goed, sommigen probeerden het wel, zoals Maarten ’t Hart en Franca Treur, maar die draaiden zich een rad voor ogen. De drie-eenheid gezin, kerk en school had hen in alles gevormd tot christen. En als zodanig waren zij nu tot in eeuwigheid gedoemd te spreken, te denken en te redeneren. Of zij dat nu leuk vonden of niet.
Ik stak mijn vinger op, want ik voelde de bui al hangen: “En als je nu pas later in je leven gegrepen bent door het geloof?” “Dan ben je een atheïst”, antwoordde mijn medestudente zonder blikken of blozen. “Misschien wel een gelovige, maar toch: een atheïst.” Natuurlijk wilde ik zeggen dat ze het mis had. Want ik was toch zeker een autonoom denkend wezen, in staat om mijn eigen keuzes te maken? Maar toen besefte ik het plotseling. De mens als autonoom denkend wezen. Welke rechtgeaarde refostudent uit Urk zou ooit zo’n goddeloze uitspraak over zijn lippen krijgen?
Dit bleek slechts het begin van een hele serie uitglijders. Waarna het bijzonder dwaas zou zijn om nog langer te ontkennen.
Nee, dan mijn medestudenten. Die maakten temeer duidelijk dat de fijne kneepjes van het christendom nog veel meer inhouden dan het geloof in God en zijn Zoon alleen. Christen-zijn is ook: geworteld zijn in een bepaalde traditie die als het ware door je poriën heen naar buiten sijpelt. Het is: aparte scholen, kindernevendiensten en catechisatielessen, waardoor je op je negende feilloos weet wat een tabernakel is en je nog tien jaar later met dikke concordanties uit de voeten kunt. En het is: deel uitmaken van een zich onderscheidende subcultuur.
Zo iemand word je uiteraard niet zomaar. Zelfs niet door een goddelijke blikseminslag na een kerkloze jeugd.
Kunstzinnige vorming wordt nooit meer catechisatie. Heavy Metal wordt nooit meer orgelmuziek. De Telegraaf wordt nooit meer het Nederlands Dagblad. En een militant atheïstische schoolmeester verandert nooit meer in een Greydanus-docent.
Maar toch was het juist die meester die mij aan het denken zette. Want hij zei dan wel dat de Bijbel net zoiets was als de sprookjes van Andersen, maar die sprookjes maakten hem wel furieus. Wat toch typisch was. Bij mij stond Andersen namelijk gewoon in de kast. En ik voelde niet de minste aandrang om hem door de papierversnipperaar heen te halen.
Toch lijken sommige christelijke theologiestudenten verrassend veel op mijn schoolmeester. Met de chirurgische precisie van een patholoog-anatoom snijden ze de Bijbel steeds verder uiteen in losse reepjes. Zich onbewust van het feit dat het onderzoeksobject tijdens het practicum langzaam maar zeker een gewisse dood sterft. Tegen de tijd dat deze studenten hun masterpapiertje binnenslepen, blijken ze plotseling atheïst. Alhoewel geen echte dan.
Kijk, dat zou ik dan weer niet kunnen.
Ik leef veel te graag een compleet verhaal.
En daarin hebben zelfs de meest ondoorgrondelijke mysteriën en openstaande vraagtekens hun schoonheid.
Maar dat komt vast doordat ik met sprookjes ben grootgebracht.
Als je dit leest, dan besef je weer dat geloof wel echt helemaal een gave en een wonder is van God. Wat zijn christenen soms ongelooflijke slechte ambassadeurs van hun Heer en Heiland.
Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig. Wat zei Paulus ook alweer, over leesbare brieven, in 2 Korintiërs 3?
Overigens kom ik ditzelfde idee waar mevrouw Keasberry over schrijft ook wel tegen. ‘Als je er niet mee grootgebracht bent’, zegt iemand dan, ‘dan is het ook wel logisch dat je niet gelooft. En dan zul je dat ook wel niet meer leren.’ Verbijsterend.
Alsof cultuur en religie nog altijd samenvallen.
Dit is nu juist één van de verschillen tussen islam en christendom.
Wie als moslim geboren is, blijft zijn leven lang moslim en verdient zelfs de doodstraf bij geloofsafval. Terwijl de liefde van God uitgaat naar de wereld, waarbij geen sprake meer is van Grieken of Joden, besnedenen of onbesnedenen, barbaren, Skythen, slaven of vrijen, maar Christus alles in allen is (Kolossenzen 3:11).
Ik hoop nog veel verfrissende dingen te mogen lezen van mevrouw Keasberry!
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.