Het "opsluiten" van de Geest

1976-03-26
  • Jaargang 20
  • nummer 13
• Luther een "halve" reformator?

Zoals we wel weten is Maarten Luther vaak getroffen door het verwijt dat hij maar een "halve" was in het Koninkrijk van God. Dat verwijt is hem gemaakt vanuit wat we nu de sociaal-maatschappelijke sektor zouden noemen - denkt u maar aan de "Boerenoorlog".
Dat verwijt is hem ook wel van een "diep-geestelijke" kant gemaakt.
Door zijn klemtoon op het Woord van God zou Luther toch eigenlijk de paus van Rome alleen maar door een "bijbel-paus", een papieren paus, vervangen hebben! De ware reformatie zou toch moeten zijn een rechtstreeks, onmiddellijk, leven uit de Heilige Geest! Het "hebben"
van de Geest - zonder het intermediair van het Woord - dat was toch wel het wáre! Heel jammer dat Luther toch nog wéér een instantie - de bijbel - russen God en ons wilde inzetten! Dat was maar een halve terugkeer van de roomse misvorming!

• De rollen omgekeerd!

We moeten toch eens de vraag stellen of het niet net omgekeerd is. Zijn die diepgeestelijke stromingen bij àl hun anti-roomse uitingen niet in een oude en taaie misvorming blijven zitten?
Hebben zij niet een goed-verborgen maar toch heel wèrkelijke verwantschap met de roomse tegenstander?
De kerk had altijd aandacht voor de belofte van Joh. 14: 16: "En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der waarheid ... ".
Maar ze is daarbij in een oude fout vervallen. Eigenlijk in de fout van Israël, dat in de woestijn het Gouden Kalf begeerde (Ex. 32) en dat in de dagen van Eli God wilde pressen zijn volk te helpen door het meenemen van de ark in de strijd (1 Sam. 4). De kerk wilde over de Heilige Geest beschikken.
Ze wilde hem bezitten. Ze wilde de stroom van de Heilige Geest invriezen en lokaliseren, zodat Hij haar dienaar zou zijn - onder haar macht, onder haar beschikking, haar gevangene! Zo ontstond hiërarchie, de machtige ladder van de ambten. Zo werd de waarheid het bezit van het leerambt. Zo werd de genade van Christus een schat van de kèrk, waaruit zij putte, waaruit zij uitdeling hield, waarover zij beschikte. Heel erg was dat te zien in de Aflaathandel waarmee Luther in aanraking kwam.
De Heilige Geest, de Geest van Christus, Hij was geworden tot een ding, een genádeding, dat door mensenhanden werd gebruikt en gedirigeerd.
Maar juist op dit punt zouden we die diep-geestelijke stromingen eens moeten vragen' naar de waarheid van hun reformatie! Het "hebben" van de Geest is voor hen een staande uitdrukking geworden. En de Geest was als een eigen bezit geestelijk aanschouwbaar en voelbaar! Men beschikte over Hem en zijn kracht op een manier die Hem toch wéér tot een "voorhanden"
ding maakte. Het leerambt, dat vroeger als gevangenis van de Geest diende, werd vervangen door de Geest-bezitter van vandáág. Maar de Geest blééf bezit. Vandaar dat de nederigheid zoveel schade ging lijden.
"Ik heb de Geest" - het was geen uitroep van lof en dank meer, maar het werd een hoge pretentie, die "ruim baan" vereiste. Eerbied voor wat men bezit is nu eenmaal moeilijk op te brengen! De Geest kwam niet tot zijn eer. Hij ging alleen "in àndere handen over".

· Het Woord tussen God en ons in?

Hoe zit het nu eigenlijk met dat verwijt, dat Luther de bijbel tussen God en ons inzette? Is de Bijbel een gemeenschap-
storend intermediair? We willen er op wijzen, dat Luther onder het Woord van God nooit "het dichte boek op de schoorsteenmantel" verstaat.
Dat is jammer genoeg in de latere orthodoxie anders geworden!
Luther verstond onder het Woord de bijbel, zoals die bij het lezen, onder het luisteren, door de verkondiging op ons af kwam! Woord is wóórd als het gespróken wordt. Men kan niet over het Woord spreken zonder dat men de Spreker voor zich ziet! Het Woord ... God in zijn spreken tot ons, in zijn gemeenschap met ons door Jezus Christus. En zo zien we tegelijk de onzin van het verwijt. Het woord staat immers nooit "tussen de spreker en ons in". In het woord komt de spreker rechtstreeks naar ons toe. Hij komt bij ons binnen! Zo is het met de HERE, onze God. In Zijn Woord komt Hij! In het Woord wordt de afstand overbrugd. Zo is de Geest bij ons en in ons leven.

• Het "hebben" van de Geest
Alle opsluitpogingen moesten wel falen. De Geest laat zich niet tot een gevangene maken. Dat moest Israël ervaren, toen het bij de Sinaï stond.
Dat moesten ook Hofni en Pinehas ervaren, toen Israël verslagen werd.
Het wonderlijke is, dat we de Geest alleen maar kunnen hebben in onze radikale overgave aan Hem! Dat wil zeggen: in onze ge-hóór-zaam-heid, in het hóren naar zijn stem. Dat had Luther goed gezien. Wij "hebben" de Geest, zoals de leerling zijn leraar "heeft"; zoals de drenkeling zijn redder "heeft". Het leren van de leerling, het grijpen van de reddende hand ...
het voltrekt zich alles in het horen naar het Woord. In dat horen komen door Gods genade die beide dingen bij elkaar die wij mensen altijd weer uit elkaar scheuren: In het horen "hebben" wij Hem, terwijl we tegelijk de éérbied bewaren, omdat de Spreker van het Woord nooit een "ding” voor ons kan worden!
Daar hebben we het geheim van Abraham, de vader der gelovigen. Hij gaf gehóór! Hij werd door de HERE verhoogd èn hij bleef nederig! Hij wandelde in de meest letterlijke zin met God, maar hij bezweek daarbij niet voor de verzoeking zijn eigen stof en as "op. te hogen" (Gen. 18 - met name vers 27).
We zeggen het nogal gemakkelijk: Terug naar het Woord! Maar we beseffen te weinig, dat dat de enige weg is om de HERE werkelijk te hebben zonder dat we Hem van zijn eer beroven!
En we laten die goede aansporing ook zo gemakkelijk weer doodvriezen, doordat we toch weer gaan denken aan .,het dichte boek op de schoorsteenmantel"!

• Alleen maar een liedje uit de oude doos?

Is dit alleen maar een oud verhaal?
Ik dacht het niet. We moeten de geschiedenis maar niet te gauw als afgedaan beschouwen. Doen we dat toch, dan vervallen we heel gemakkelijk in de fouten van het verleden, terwijl we misschien denken het heel origineel en voortreffelijk voor elkaar te brengen.
We hebben een tijd van kerkelijke strijd achter ons. Men leerde terecht, dat de Heilige Geest de kerk draagt en leidt. En toch kwam Hij vaak bij ons over als de grote Kerk-gevàngene.
Men zei terecht, dat de Geest de kerk de kracht gaf tot de goede belijdenis.
Maar het hebben van een zuivere konfessie kwam toch al te zeer gelijk te staan met het "hebben" van de Geest.
De Geest als gevàngene. Maar dan is het ook voor ons een voor-de-handliggend ding om al die "kerkermuren"
af te breken en dat onmiddellijke, rechtstreekse leven uit de Geest te begeren. De warmte van gevoel en aanschouwing spreekt ons geweldig aan! Maar juist daarin dreigt de Heilige Geest alleen maar "in andere handen over te gaan". Het "hebben" wordt niet gereformeerd tot een hebben-in-gehóórzaamheid. De Geest wordt gelokaliseerd in uitingen van "geestelijke kracht" en zo wéér opgesloten.
Vreugde in de Heilige Geest. Maar de ingang tot die vreugde is niet gelegen in het "voor de hànd liggen" maar in het "voor onze óren spréken" van de Geest. In zijn spreken door het gelezen, beluisterde, verkondigde Woord!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief