DE VROUW EN WIJ
1976-03-26
Daar hebben die vrouwen over de hele wereld, te land, ter zee en in de lucht, een speciaal jaar-van-de-vrouw gehad, dat ons zal heugen. In het jaar 1975 werd de vrouw geboren en we hebben het moeten weten. Ze zijn gewoon losgeslagen, vergeten haar plaats, slaan een toon aan, die geen christenmens zint en zeuren ons aan de kop om haar vermeende rechten. En als je denkt dat het sedert nieuwjaar afgelopen is - niks hoor, Ze gaan rustig door met haar onrust. En dat is geen pipeline-effect (om even modern Nederlands te gebruiken); het "zit er dik in" dat ze nog een heel poosje op dezelfde golflengte door zulten gaan. Zeggen ze vandaag: jullie hebt 1974 jaren-van-de-man gehad, plus de rest, mogen we nu ook even?- Jaargang 20
- nummer 13
Kijk nu eens naar Groot-Brittannië. Een land, waar de man onverdacht de alleenheerschappij bezat, die thuis sliep en buitenshuis at; een land, waarvan de taal over tweederde van de wereld verstaan wordt; een staat die de golven der zee regelt (Brittania, rule the waves); een natie die de rest van de wereld indeelt in koloniën, dominions, protectoraten en foreigners; en een rijk, waarin de mannen hun vrouwen nog mochten uitschelden en slaan.
Nu, zo'n land loopt zelfs voorop bij de emancipatie van de vrouw. Hebben ze een kleine eeuw geleden die feministen netjes de mond dicht getimmerd en in de hoek gezet. Maar vandaag zijn ze daar het eerste land ter wereld, dat wettelijk de vrouw aan de man gelijk stelt!
Jawel. Op het eind van 1975 zijn twee wetten van kracht geworden; een die de discriminatie van het geslacht strafbaar stelt en een die gelijk loon voor gelijke arbeid eist. Je hoeft daar niet langer vrouwen in dienst te nemen om op je onkosten te bezuinigen; je spaart er geen cent mee. En nog veel erger: je mag geen vrouwelijke werkkracht meer vragen in advertenties, wanneer je het ook met een man afkunt. Alleen voor typisch mannelijke of vrouwelijke beroepen mag je aan het geslacht voorkeur geven. Je begrijpt toch dat de Engelse mannen, die deze bui vijf jaar zagen hangen, tijdig de nodige maatregelen hebben getroffen? Als je pienter bent (en welke man is dat niet?) weet je voor elk probleem wel een oplossing te vinden. Hoewel - je moet die Engelse feministen ook niet onderschatten: ze prikken soms met haar typisch vrouwelijke logica maar zó door je handigheden heen. En je hebt maar niet met één vrouw te maken - wat dacht je wat! Het zijn er zeven en twintig en een half miljoen, die daar even üp haar rechten gaan staan.
Als we dat hier ook eens krijgen - en daar kun je amen op zeggen - dan wordt dat wel allemaal een tikje anders hier. We hebben nu al vrouwen in de Tweede Kamer, vrouwelijke fractieleiders, een stel vrouwelijke burgemeesters, een vrouwelijke minister, tal van predikanten, schrijvers, redacteuren en dichters van de andere sekse. Er is eigenlijk geen bestuur, commissie of comité of er komen vrouwen aan te pas. Wie doet dat eigenlijk?
Je hebt aan de NRC-Handelsblad een vrouwelijke redacteur, een redactrice zogezegd, mevrouw Emmy van Overeem. Jawel, compleet met voornaam, waarom niet. U bent ze in deze kolom al eens tegengekomen. Die heeft in het afgelopen jaar een opvallende reeks artikelen over emancipatie van de vrouw geschreven. En laat uitgerekend zij nu de prijs hebben gekregen van de Nederlandse Vereniging voor Vrouwenbelangen. Vrouwenarbeid en gelijk Staatsburgerschap.
Ze moest die prijs weliswaar delen met een andere schrijfster, die in Wending een goed essay moet hebben geplaatst - maar toch. Het juryrapport zei van mevrouw Van Overeem: "dat haar bijdragen geschreven zijn in een eenvoudige, direct aanspreekbare taal en dat zij vaak vanuit haar eigen ervaring, denken en twijfelen naar een verbinding met de lezer heeft gezocht", Asjeblieft - wij mannen zouden onze vingers aflikken, als we zulk een testimonium in de wacht sleepten.
Nu moeten we toegeven, dat deze tante haar pennetje bijzonder goed hanteert.
Geleerd van de schoolmeester natuurlijk, want wie leert dat van de juf? En ze gebruikt haar Nederlands ook al deksels goed, Dat zullen haar de leraren wel hebben bijgebracht, want welke vrouw kan uit zichzelf nu leesbaar schrijven?
Maar nog erger is, dat deze dame een onevenredig hoog I.Q. voor een vrouw heeft. Merkwaardig biologisch verschijnsel. Speling der natuur, zou je moeten zeggen. Je denkt aan het toeval, dat er veel te veel krenten in een gewoon broodje terecht komen, Het allerergste is wel, dat mevrouw Van Overeem ook haar mondje O'p de goede plaats heeft. Dat heeft minister Van Doorn moeten weten. Die kwam haar namens het departement van C.R.M. de persprijs Vrouwenbelangen. Zij overhandigen (toe maar, op één been kan ook een vrouw niet gaan). En nadat die goede Van Amerongen zijn prijsje had uitgereikt en zijn prevelementje gedaan, trekt me dat mens van leer. In deze trant: "Een minister, die de cultuur in zijn portefeuille heeft" (voelt u hem?) “moet de bevrijding van de helft van de bevolking" (au! ) "boven aan zijn boodschappenlijst hebben staan".
(Een vrouw blijft toch maar een vrouw; welke man zou in die omstandigheden nu aan de boodschappenlijst denken?) "Anders is het lippendienst, als hij emancipatie bepleit en prijzen uitreikt aan Feminister".
Even pauzeren, nadenken en op adem komen. Dat zijn twee moeilijke woorden en wat moeilijke gedachten in twee onnozele vrouwenzinnen. Eerst het woord feminister. Dat is blijkbaar een woordspeling, via het Duits, waarbij de aanhangers van het feminisme, de gelijkheid van vrouwen, op minister moeten rijmen. En dan emancipatie. U dacht bij emancipatie aan iets als: loskoppelen van de man, door de vrouw? Mis. De stam van het woord is niet man - al denken wij mannen dat natuurlijk. De emancipatie kan voor ons mannen nog komen: wanneer wij ons ooit van vrouwelijke tyrannie zullen moeten vrijvechten.
Emancipatie betekent namelijk: vrij-verklaring van slaven, lijfeigenen enz.
Voorts ook: ontheffing van vroeger bestaande beperkende bepalingen. Vervolgens: toekenning van gelijke rechten, gelijkstelling voor de wet. Toegegeven - wie stelt vandaag de vrouwen vrij van beperkende bepalingen? De man.
Wie verklaart de afschaffing van de horigheid? De man. Wie geeft gelijke rechten? De man.
Maar dat is de vraag niet. De vraag moet luiden: wie benam de vrouw tot 1975 een goed deel van haar menselijke rechten? De man. Wie maakte van zijn vrouw een slavin, gebonden aan huis en haard, niet vrij om zonder zijn toestemming het huis uit te gaan? De man. En wie heeft in wetten en usanties de vrouw ondergeschikt gemaakt? De man en geen ander. Dat ben jij, meneer; dat ben ik, mevrouw.
En zeg nu niet te gauw, jij handige tekstengoochelaar, dat dit naar de Schrift is, overmits Eva het eerst gezondigd heeft en haar man tot val gebracht. En citeer nu niet direct, dat de vrouwen in de gemeente behoren te zwijgen en zich thuis maar door haar mannen moeten laten onderwijzen. Want dat een vrouw, in de tijd van Paulus, in het openbaar geen mond opzette, kan wellicht op één lijn gesteld worden met de toenmalige regel: dat de vrouw een hoofddeksel moest dragen in het openbaar. Omdat een hoer zonder sluier liep gaf het geen pas, wanneer een nette christenvrouw er als een hoer bij liep; die vróeg om moeilijkheden. En omdat alle van 't anker geslagen vrouwen 'n man in het openbaar konden aanspreken, gaf het allicht geen pas wanneer huismoeders haar mond openden; zo vroegen ze immers om moeilijkheden.
Maar dat alles betekende niet, dat de vrouw minder waard was dan de man.
Want voordat een hoer tot hoer gemaakt kon worden was ze zuivere maagd.
En om een hoer te krijgen heb je ... mannen nodig. Aan een gevallen vrouw gaat altijd een vallende man vooraf.
Goed, de Schrift zegt belangrijke dingen over de plaats van de vrouw; in de kerk, in de christenheid, dus in deze wereld. De Bijbel spreekt van het wonder van de onbevlekte ontvangenis van onze Heer en Heiland: het is verteld door een jonge vrouw.
De Schrift vertelt ook van de verschijningen van onze Heere Christus na zijn opstanding uit de dood. Een lezeres wees er u onlangs op: de eerste verschijningen waren aan vrouwen - niet aan mannen. Pas toen die de zusteren "vrouwenpraat" aanwreven, kregen ook zij de verrezen Heiland te zien.
De Bijbel vertelt ook van Dorcas: een vrouw, die op haar eentje de hele diaconie overbodig maakte; of waarnam, zoals u wilt.
De Bijbel vertelt ook van Tryfena en Tryfosa: Paulus geeft haar het testimonium "dat zij arbeidden in dienst des Heeren". En zeg nu niet, gevatte gereformeerde broeder, dat onze vrouwen de Heere ook dienen achter de wastobbe en voor de naaimachine. Die halve waarheid lijkt op een hele leugen. Paulus sprak namelijk niet van huismoeders als zodanig (daar had hij wellicht geen kijk op) maar over medewerkers in de dynamische uitbreiding van het christendom!
De Bijbel spreekt ook van Lois en Euniké, de grootmoeder en de moeder van Timotheus. Voor deze belangrijke leerling, die met zulke zware taken belast werd, wordt slechts aan vrouwen gerefereerd.
De Bijbel spreekt ook van Phebé. Paulus geeft haar een attestatie mee, die er niet om liegt. Niet zo'n gedrukte inhoudloze, zoals onze kerkeraden uitreiken: "onberispelijk van leer en leven" (en soms erbij: "voorzover ons bekend"') - maar een kostelijke aanprijzing van deze vrouw in verband met het feit, dat ze diacones was van de kerk van Kenchré. Jawel, een vrouwelijke diaken.
Geen ziekenzuster - maar een ambtsdraagster, een beschermengel zegt Paulus.
En dan ga je denken. Wat heeft de kerk gedaan om onze "mede-erfgenamen van het eeuwige leven" haar plaats te gunnen? In hoeverre hebben wij onze zusters achtergesteld? Wat hebben wij mannen een moeite, onze vrouwen het actieve stemrecht in de kerken te verlenen. Te verlenen heet dat - alsof wij iets te verlenen hebben. Laten wij er eens 1975 jaren over nadenken: om welke reden wij onze vrouwen al die tijd het actieve stemrecht hebben ontnomen.
En of alle kerkelijke ellende, die we deze 1975 jaren gehad hebben, daar ook verband mee kan houden.
En intussen, al nadenkende over dat actieve stemrecht, ons afvragen, waarom de vrouw het passieve stemrecht onthouden wordt. Waarom we geen vrouwelijke ouderlingen wensen. Komt u, waarde broeder ambtsdrager, niet vaak situaties tegen, waarin u de hulp van een vrouw zou wensen? Zoudt u, waarde predikant, uw boodschap niet graag eens over de bijzondere tong van een zuster hebben willen beluisteren? Zoudt u, begaafde diaken, in sommige gevallen uw delicate taak niet wat graag aan een vrouw toevertrouwen?
Welnu, mannen broeders. Wat let ons?